Gelukkig gescheiden

Het inzetten van een afscheidingsbeweging is geen bezigheid voor teerhartigen. Ze bestrijden vergt een aparte politieke handigheid. Wegkijken, zoals Europa deed in de Catalaanse kwestie, helpt niet.

‘Om ervoor te zorgen dat jezuïeten nuttig zijn, moet men ze beletten noodzakelijk te zijn’, beweerde Voltaire. In België heeft het politieke establishment die wenk ter harte genomen in de omgang met nationalistische partijen. De christen-democraat Leo Tindemans brak het elan van het aanrukkende Rassemblement Wallon door de partij nuttig te maken in zijn eerste regering. Het was meteen het begin van het einde van het RW. Tindemans herhaalde dat manoeuvre door de Vlaams-nationalisten van de Volksunie in zijn tweede regering te laten struikelen over het Egmontpact. Waarna voor de Volksunie een lange en pijnlijke overlevingstocht begon.

©rv

Vandaag zetelen Vlaams-nationalisten met de N-VA opnieuw in een Belgische federale regering. Ze beheren er met zichtbare voldoening Defensie, Binnenlandse Zaken en Financiën, drie gezagsdepartementen van de staat die de partij het liefst ziet verdwijnen. Intussen blijven de confederale partijplannen onder de wachtknop, laat staan het separatistische project - als dat al bestond. Partijvoorzitter en Antwerps burgemeester Bart De Wever wil niet de geschiedenis ingaan als de man die België dynamiteerde.

Landen die er niet in slagen hun nationalistische of separatistische partijen te neutraliseren door ze bij het landelijk beleid te betrekken, wacht vroeg of laat een confrontatie. Omdat separatisme en legaliteit nooit samengaan, is het inzetten van een afscheidingsbeweging geen bezigheid voor teerhartigen. Zo’n scheiding mag dan altijd met emotionele, historische, economische en financiële overwegingen worden gemotiveerd, toch is het in de eerste plaats een technische kwestie. Zo regelden de Slovaak Vladimir Meciar en de Tsjech Vaclav Klaus geheel vreedzaam hun scheiding, aangevraagd door de Slovaken, tijdens hun overleg in augustus 1992 onder een boom in de tuin van de Villa Tugendhat in Brno. Even vreedzaam en gelukkig als de scheiding van Noorwegen en Zweden in 1905.

De Catalanen hebben nooit hun voornemen weggestopt om vroeg of laat los te breken van Spanje. Het ongrondwettelijk referendum - althans volgens de Spaanse grondwet - van afgelopen zondag stelde de Catalaanse zaak op scherp. Maar een figuur als de Catalaanse premier en nationalist Carles Puigdemont kan alleen gedijen als hij een passende tegenspeler heeft. Zondag heeft de Spaanse premier Mariano Rajoy met zijn minderheidsregering precies gehandeld zoals de Catalaanse nationalisten hadden gehoopt. Door een geharnaste politiemacht naar Barcelona te sturen, die zich onder het oog van de media en van talloze iPhone-camera’s een weg knuppelde naar de stemlokalen, verloor Rajoy zelfs zijn ultieme argument dat een meerderheid van de Catalaanse kiezers thuisbleef.

Vermanende toespraak

Een bijkomende meevaller voor Puigdemont was de vermanende toespraak van koning Felipe, die meende de gekneusde Catalanen nog eens de oren te moeten wassen. Waarna het Spaanse Grondwettelijk Hof de samenkomst verbood van het Catalaanse parlement, dat op maandag de onafhankelijkheid zou uitroepen. Het ontbreekt er alleen nog aan dat de Spaanse regering het nucleaire artikel 155 van de grondwet inroept om de Catalaanse regering en het parlement te ontbinden en de regio onder toezicht van Madrid te plaatsen.

Als Catalonië ooit onafhankelijk wordt, zal dat in hoge mate te danken zijn aan het optreden van de regering-Rajoy. Maar ook aan de Europese Unie, die eveneens worstelt met een referendumfobie, zoals de Fransen, de Nederlanders en de Grieken ooit ondervonden.

In de Europese hoofdkwartieren moeten ze eindelijk eens aannemen dat een scheiding, ook in het geval van Spanje en Catalonië, heilzaam kan zijn.

Uitgerekend nu verscheen ‘Histoire d’une famille. Les Gendebien au temps des révolutions et des guerres européennes’. Auteur Paul Henry Gendebien herinnert uitgebreid aan de Belgische opstand van 1830. Daarin speelde zijn rechtstreekse voorvader Alexandre Gendebien een doorslaggevende rol. Paul Henry Gendebien is een oudgediende van het Rassemblement Wallon, maar ook van de christendemocratische PSC, de voorloper van cdH. Als rattachist maakt hij er jaarlijks een punt van om 21 juli, de Belgische nationale feestdag, in Parijs door te brengen. Toch is de centrale figuur in zijn boek Alexandre Gendebien, die samen met de Leuvenaar Sylvain Van de Weyer wordt beschouwd als de redder van de Belgische Revolutie. Al dankten de Belgische opstandelingen van 1830 hun succes vooral aan de verwaandheid en de koppigheid van de Nederlandse koning Willem I en aan de besluiteloosheid van de Europese mogendheden.

Het uitbreken van de Belgische opstand had aanvankelijk veel weg van een uit de hand gelopen dronkenmansopstoot die helemaal niet op een brede volkssteun kon rekenen. Nadien zou koning Willem de meest radicale Belgische leiders op hun wenken bedienen door zowat alle afspraken te negeren. Hij was al slecht begonnen met het opleggen van een grondwet die door een grote meerderheid van de Belgische afgevaardigden was verworpen. Met het uitbreken van de Belgische muiterij ging het van kwaad naar erger.

Toch waren sommige opstandelingen bereid een compromis te sluiten door Willems zoon op de Belgische troon te installeren. Maar Gendebien spijkerde die deur dicht. Hij joeg het voorstel om de Oranjes voor eeuwig uit te sluiten van de Belgische troon door het grondwetgevend Nationaal Congres. Gendebien was een overtuigd republikein, maar hij besefte dat de Europese mogendheden nooit een Belgische republiek zouden aanvaarden. Hij ijverde daarom voor de volgens hem op een na beste oplossing: de Franse hertog van Nemours op de Belgische troon, een zoon van de Franse koning Louis-Philippe. Want ook Alexandre Gendebien was een rattachist.

Compleet ontgoocheld

Door het afblokken van de Oranjes van de Belgische troon negeerden de Belgen de grote Europese mogendheden. Die hadden in de slotakte van het Congres van Wenen Willem van Oranje als koning van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden geïnstalleerd. Gendebien zou naderhand nog eens de Belgische onafhankelijkheid redden door een aantal orangistische complotten te ontmaskeren. Waarna hij in 1839 ontslag nam uit het parlement, compleet ontgoocheld over de wending die België nam.

De Belgische opstand ligt nog geen 200 jaar achter ons. Intussen weet Europa uit vele ervaringen dat er zelden een weg terug is als de afscheidingsgedachte een natie zoals de Catalaanse beheerst. Ertegenin gaan, of er in verdeelde slagorde op reageren zoals met het uiteenvallen van het voormalige Joegoslavië, heeft veelal dramatische gevolgen. Vaclav Havel kon als laatste president van Tsjecho-Slovakije de scheiding van zijn land niet verhinderen. Toch gaf hij in zijn laatste nieuwjaarstoespraak als Tsjechische president toe dat die scheiding finaal een goede zaak was. ‘Tsjechen en Slovaken zijn nu nauwer verbonden dan voorheen’, stelde hij vast.

In de Europese hoofdkwartieren moeten ze eindelijk eens aannemen dat een scheiding, ook in het geval van Spanje en Catalonië, heilzaam kan zijn. Zelfs Guy Verhofstadt had het in zijn Tweede Burgermanifest over het nationalisme dat ‘een bevrijdende energie levert’. De Catalanen zullen hem niet tegenspreken. Overigens moet Europa zich geen illusies maken. Tussen Spanje en Catalonië komt het volgens de Spaanse politicoloog Ramón Cotarelo nooit meer goed: ‘De kansen om Catalonië binnen de Spaanse staat te behouden, hangen uiteindelijk af van het vermogen van de Spanjaarden om de Catalanen voor zich in te nemen. En dat vermogen is nul.’ De voorbije dagen heeft Madrid alvast weinig ondernomen in die richting.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud