Graag meer Confucius

Beurscrash, recessie en het einde van de wereld worden in Duitsland graag in één adem genoemd. Met angst tot gevolg, aangewakkerd door de media. Toch zei Confucius al dat ervaring is als een lantaarn die je op je rug draagt en die vooral de weg verlicht die al is afgelegd.

Door Carsten Brzeski, chief economist ING Duitsland

Niemand kan voorspellen hoe het met de Chinese aandelenmarkten verder gaat, maar één ding is duidelijk: nergens wordt de ontkoppeling van de financiële markten en de reële economie inzichtelijker dan in China. Een aandelenmarkt die vooral leeft van casinogokken en investeren met geleend geld, heeft weinig te maken met de reële economie. Ze is eerder een afspiegeling van de maatschappij.

Zeker, er zullen op korte termijn psychologische neveneffecten op de reële economie zijn. Maar rationeel bekeken zal de gebarsten zeepbel nauwelijks gevolg hebben. Zo bezit slechts 7 procent van alle Chinese huishoudens aandelen. De Chinezen stoppen het gros van hun geld nog altijd in vastgoed of in het spaarvarken. Ook voor het Chinese bedrijfsleven zullen de gevolgen van de beurscrash beperkt blijven. De meeste bedrijven financieren zich niet op de kapitaalmarkt, maar via bankkredieten of met eigen winsten.

Dat het China niet lukt van een exporteconomie te veranderen in een evenwichtiger model met meer binnenlandse vraag, klopt niet.

De vraag is veeleer of China niet al aan een langzame neergang bezig is. De recente conjunctuurindicatoren laten een beeld van afkoeling zien. Veel analisten menen dat het China niet lukt van een exporteconomie te evolueren naar een evenwichtiger model met meer binnenlandse vraag. Die veronderstelling klopt niet, want de Chinese dienstensector groeit al jaren en de markt voor e-commerce is er inmiddels groter dan die in de VS.

Tel daar de explosieve verstedelijking bij - meer dan 800 miljoen Chinezen die in de stad willen wonen - en de jarenlange strategische wereldwijde inkoop van grondstoffen, en achter de donkere wolken schijnt de zon. Daarbij is het niet meer dan normaal dat een land na decennia van tweecijferige groei eens zwakkere cijfers laat zien. In absolute termen is de omvang van 6 procent groei in 2015 nog altijd meer dan die van 10 procent in 2005. Met 6 procent groeit de Chinese economie nog elk jaar met de grootte van de economie van Zwitserland.

De beurscrash en de afkoeling van de Chinese economie betekenen meer dan het omvallen van de bekende zak rijst. Maar ze zijn geen voorbode van een mondiale recessie of van de ondergang van China. De Chinese wijsgeer Confucius (551-479 voor Christus) heeft natuurlijk ook voor die situatie passende wijsheden: ‘Onze grootste overwinning is niet dat we nooit falen, maar dat we telkens als we struikelen weer opstaan.’ En wellicht is deze, als toegift voor de Chinese regering, niet slecht: ‘Een grotere gave dan maat weten te houden kan de hemel ons niet schenken.’

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud