Groen zonder grens

Nee, het idee om Groen en Ecolo te fuseren tot één partij is niet het meest realistische, zeker niet op korte termijn. Maar dat het intussen al steun vond bij heel wat realistische mensen is wel relevant.

Door Dave Sinardet, professor politieke wetenschappen aan de VUB. Zijn column verschijnt tweewekelijks op woensdag

Vorige week nog, bij Olivier Deleuze en Emily Hoyos in één van hun afscheidsinterviews als Ecolo-voorzitters. En eerder bij hun voorganger Jean-Michel Javaux, die verklaarde zo'n federale groene partij wel te willen leiden, samen met Kristof Calvo. Zowel Javaux als Deleuze zijn historische sleutelfiguren van de Franstalige groenen met een scherp politiek doorzicht, geen naïeve dromers.

Al evenmin wereldvreemd is het recente rapport 'Regénérations' dat pistes aanreikt om Ecolo er weer bovenop te krijgen na hun electoraal debacle en waar het vormen van een 'parti fédéral de l'écologie politique en Belgique' voor het eerst werd vermeld. Als een lange termijn-ambitie, om via concrete stappen naartoe te werken. Media pikten echter enkel dat ultieme fusie-idee op, waardoor ook Groen-voorzitster Almaci gevraagd werd zich daarover uit te spreken. Een fusie is niet aan de orde, meer samenwerking wel, zo klonk het. Intussen lieten de nieuwe co-voorzitters van Ecolo zich in dezelfde zin uit. Een gezamenlijke werkgroep buigt zich nu over de mogelijke pistes.

Eén groene partij is zeker niet voor morgen, maar dat dit voorstel plots door een aantal belangrijke boegbeelden wordt gedragen is opmerkelijk.

Eén groene partij is dus zeker niet voor morgen, maar dat dit voorstel plots door een aantal belangrijke boegbeelden wordt gedragen is opmerkelijk, zeker in de unieke Belgische context waar alle belangrijke partijen op taalbasis zijn opgesplitst.

Nu waren de groenen altijd al een buitenbeentje in het communautair verdeelde België. Bij hun intrede in het Belgische parlement in 1981, drie jaar jaar nadat de BSP als laatste traditionele partij splitste, vormden Agalev en Ecolo meteen een tweetalige Kamerfractie die tot op vandaag bestaat. Sinds 2014 zetelen ze ook in één Senaatsfractie (tevoren waren tweetalige fracties in de Senaat verboden).

©Dieter Telemans

Niet dat die samenwerking altijd even rimpelloos verliep. In de jaren 1990 liet Agalev zich onder Jos Geysels wat meeslepen in het toenmalige Vlaamse eenheidsdenken, terwijl sommigen bij Ecolo in taaldossiers een francofone reflex ontwikkelden. Toch bleef de samenwerking nauw.

Vooral toen de groenen samen in de regering zaten kwamen er spanningen, niet zozeer fundamenteel inhoudelijk maar als gevolg van de gescheiden electorale realiteiten. Beide groene partijen waren tegen tabaksreclame, maar in een regio met veel werkloosheid was het moeilijker te verkopen dat je daarvoor de Grand Prix in Francorchamps opoffert. Beide partijen waren tegen nachtvluchten boven Brussel, maar in Vlaanderen was het lastiger uit te leggen dat je daarvoor uit de regering stapt.

Na de kater van 2003 kwam er een verwijdering, alleen al omdat Agalev niet meer in het federale parlement zat en Ecolo gedecimeerd was. Intussen draait de gezamenlijke Kamerfractie echter beter dan ooit, gestuurd door één van de andere sterkhouders van Ecolo, oud-minister Jean-Marc Nollet, en vooral Kristof Calvo, door Vlaamse media behandeld als dé federale oppositieleider en intussen ook populair bij Franstalige journalisten.

Het fusieverhaal zou de groenen zelfs een uniek profiel kunnen opleveren als het communautaire thema weer op de agenda verschijnt. Uit verkiezingsonderzoek blijkt al jaren dat er een 'unserved audience' is voor een verhaal dat expliciet pleit voor meer Belgische toenadering

In de huidige context is het fusieverhaal dus ook weer niet compleet van de pot gerukt. Het zou de groenen zelfs een uniek profiel kunnen opleveren als het communautaire thema weer op de agenda verschijnt. Uit verkiezingsonderzoek blijkt al jaren dat er een 'unserved audience' is voor een verhaal dat expliciet pleit voor meer Belgische toenadering.

Maar partijen met een deels andere organisatiecultuur fuseer je natuurlijk niet zomaar. Ecolo heeft bijvoorbeeld een veel meer gedecentraliseerde structuur dan Groen. De stap zou bovendien wel heel groot zijn. Op korte termijn lijkt het evidenter om logistiek meer te integreren of opnieuw een federaal bureau op te richten, zoals dat in de jaren 1990 al bestond.

En op langere termijn is het wellicht logischer te kijken naar andere federale landen. Zo kan men zich inspireren op Zwitserland, waar sterke, autonome partijstructuren bestaan op kantonnaal niveau, die samenkomen in een federale partij maar eigen klemtonen kunnen behouden.

In het Brussels gewest ligt een volledig groen samengaan wel meer voor de hand, aansluitend bij de taalgrensoverschrijdende regionale dynamiek die zich daar heeft ontwikkeld.

Alleen het kiessysteem voor het Brussels parlement werkt daar niet mee: dat verbiedt tweetalige lijsten, waardoor Ecolo-Groen verplicht zou worden een aparte Nederlandstalige en Franstalige lijst in te dienen. Niets belet hen echter om bij wijze van aanklacht en statement Ecolo'ers op de Groen-lijst te zetten en omgekeerd.

De evolutie in Brussel kan alvast een andere dynamiek op gang brengen, namelijk die van een partij die meer op gewest- dan op gemeenschapsbasis is georganiseerd, in lijn met het België van drie (of vier) regio's waar de groenen naartoe willen en waar heel het land traag maar gestaag naar evolueert.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud