Hoofdeconoom ING Duitsland

De Duitse regering moet haast maken met de energietransitie. De inflatie verhoogt de druk.

Als de Duitse voetballer Joshua Kimmich zijn covidprik wel had gehaald, was er op dit moment in Duitsland maar één thema geweest. Zijn weigering om zich te laten vaccineren houdt de gemoederen bezig. Maar niets is zo groot als het thema inflatie. De emoties over inflatie lopen in Duitsland traditioneel hoog op. Maar anders dan de gebruikelijke reflexen van klagen over de Europese Centrale Bank (ECB) zou Duitsland deze keer de hoge inflatie moeten aangrijpen als het startschot voor de broodnodige discussie over de kosten van de energietransitie.

De opstoot van de inflatie is een goede herinnering dat de strijd tegen de klimaatverandering, anders dan tijdens de verkiezingscampagnes werd beloofd, niet gratis is.

Inmiddels staat de inflatie in Duitsland op het hoogste niveau sinds het begin van de jaren negentig en zal ze tegen het jaareinde naar 5 procent kunnen oplopen. De opwinding in Duitsland is groot. Het opstappen van Jens Weidmann als voorzitter van de Bundesbank was voor velen de laatste druppel. Zij zagen het opstappen van Weidmann als een protestactie van iemand die het gevoel heeft niet gehoord te worden. Die interpretatie klopt waarschijnlijk niet. De redenen voor Weidmanns beslissing zijn complexer. Wel laat de reactie op zijn vertrek een typisch Duitse reflex zien: uithalen naar de ECB, in plaats van in de spiegel te kijken.

Wat je van de ECB-beslissingen van de afgelopen jaren ook mag vinden, een verband leggen met de oorzaken van de hoge inflatie is te ver gegrepen. De ECB is niet verantwoordelijk voor het verlagen en daarna het verhogen van de btw in Duitsland, zoals de ECB ook niet verdacht kan worden van het bewust blokkeren van het Suezkanaal of het veroorzaken van de enorme droogte in Taiwan, met grote gevolgen voor de chipindustrie. Het is maar de vraag of de ECB met een renteverhoging meer containers van Azië naar Europa krijgt, de eurozone meer olie en gas laat produceren of de fabricage van microchips weer meer naar de EU kan halen.

De sterke stijging van de energieprijzen wordt door sommige experts verwelkomd als ‘groene inflatie’, een prikkel om de energietransitie te versnellen.

Zijn er ook geen positieve kanten aan de hoge inflatie? Toch wel. De sterke stijging van de energieprijzen wordt door sommige experts verwelkomd als ‘groene inflatie’, een prikkel om de energietransitie te versnellen. Als energie duur genoeg is, gaan mensen er minder van gebruiken. Dat zou kloppen als de transitie naar alternatieven voert. Maar die zijn er niet. Zonder (groenere) energiealternatieven leidt een ‘groene inflatie’ - zoals elke inflatie - tot koopkrachtverlies van huishoudens en tot hogere kosten bij bedrijven. En tot koude winters.

Extra trui

De opstoot van de inflatie is een goede herinnering dat de strijd tegen de klimaatverandering, anders dan tijdens de verkiezingscampagnes werd beloofd, niet gratis is. Gedragsverandering laat zich doorgaans beter afdwingen met hogere prijzen dan met pleidooien voor het vrijwillig afzien van reizen en voor het aantrekken van een extra trui.

Het lastige is alleen dat de pijnprikkel van de hogere prijzen op dit moment niet tot een verandering kan leiden. De nieuwe regering moet dus haast maken met de energietransitie, anders rest voor de Duitsers alleen maar de hoop dat de wintertruien nog op tijd met de container uit Azië komen.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud