Het betere bochtenwerk

©doc

In de aanloop naar de verkiezingen van 25 mei worden her en der politieke bochten genomen. Politici nemen die bochten best niet te hard. Sommigen zijn klassebakken.

Door Nicolas Bouteca, politicoloog aan de Universiteit Gent

Goed communiceren is een belangrijk onderdeel van politiek succes. Je mag inhoudelijk nog zo sterk zijn, als je het niet krijgt uitgelegd, kom je nergens. Het moeilijkst is terugkomen op eerdere beweringen die breed werden uitgesmeerd in de media en die soms in een vlaag van voluntarisme werden uitgesproken. Slechts enkelen kunnen dat bochtenwerk zonder kleerscheuren verwerken. De stelregel: neem de bocht traag - zo nodig in verschillende etappes - en maak dat er tussen de redenering geen speld te krijgen is.

Als politicus neem je de bochten best niet te hard. Dat bleek onlangs nog met het Oosterweeldossier. Vlaams Parlementslid Annick De Ridder, van Open VLD naar de N-VA overgestapt en dus ook van de oppositie naar de meerderheid, viel op door haar lovende woorden voor hoe de regering-Peeters de verkeersproblematiek rond Antwerpen aanpakt. Tot haar overstap was ze nochtans een van de luidruchtigste criticasters. Haar U-bocht werd in het parlement op hoongelach onthaald.

Goed bochtenwerk in de politiek vergt geduld en een minder forse ruk aan het stuur. Bart De Wever communiceerde meesterlijk zijn belofte weg om zes jaar Antwerps burgemeester te blijven. In etappes. Eerst liet hij verstaan dat je als politicus niet alles zelf in de hand hebt en dat hij eventueel bereid is zijn burgemeesterschap in te ruilen voor de Zestien. Vandaag zegt hij dat de N-VA voor de verkiezingen niet over postjes praat en de kiezer wil laten beslissen. Wie kan daar nu tegen zijn? Ondertussen heeft De Wever de handen vrij. Straf.

Misschien nog straffer is de bocht van Wouter Beke over de ‘noodzakelijke’ Vlaamse meerderheid bij de vorming van een nieuwe federale regering. Tot voor kort leek het voor CD&V ‘niet voor herhaling vatbaar’ dat er na mei 2014 opnieuw een federale regering zou komen zonder dat de deelnemende Vlaamse partijen in de Kamer over de helft van de Vlaamse zetels beschikken.

Sinds kort klinkt Beke minder resoluut. ‘Als het even kan, wel ja’, liet hij deze week verstaan. Of, ‘wij verkiezen nog altijd een regering met een Vlaamse meerderheid, maar de bal ligt in het kamp van de N-VA’. Kortom, als CD&V toch verzaakt aan zijn eerder gemaakte belofte, is dat de schuld van de N-VA.

Dat deze bocht klassewerk is, bewijst het feit dat geen enkel medium erover spreekt. Wellicht omdat de bocht zeer zachtjesaan wordt aangesneden. De Vlaamse meerderheid is nog steeds belangrijk voor CD&V. Dat het niet meer hoeft, wordt niet gezegd. Maar als de sociaaleconomische hervormingen die CD&V wil doorvoeren in het gedrang komen, kan het zijn dat CD&V verzaakt aan de belofte van een Vlaamse meerderheid. Wie zal daar tegen zijn? De kiezers schuiven het sociaaleconomische beleid als thema nummer één naar voren.

Men kan de bovenvermelde politici hun bochten kwalijk nemen, maar dat gebeurt niet alleen in de politiek. Politici hebben de pech dat ze actief zijn in een uiterst gemediatiseerd beroep en hun gedrag dus zeer zichtbaar is. Maar zolang het bij strategische bochten in de campagne blijft, is de maatschappelijke schade gering.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud