Het draait om politieke besmetting

Al tien dagen worden in de Europese pers rekeningen opgemaakt, reconstructies gepubliceerd, terugblikinterviews gegeven, lessen getrokken. Dat intense napraten toont hoe de Unie verandert. De markten behandelen de Griekse gebeurtenissen niet meer als financieel gevaar voor de hele eurozone. Dat was in de eerste eurocrisisjaren anders, toen het voortbestaan van de muntunie zelf betwijfeld werd.

Luuk van Middelaar is politiek filosoof

©Wouter Van Vooren

Daarentegen zijn de politieke passies heftiger dan in 2010-2012. De inzet van het drama resoneert tot ver buiten Hellas in een Europees debat over schuld en solidariteit, democratie en (Duits) leiderschap. Terwijl de angst voor ‘financiële besmetting’ is geweken, doet die voor ‘politieke besmetting’ haar intrede. Niet de verwachte reactie van de markten beheerst besluitvorming en analyses, maar de te verwachten reactie van de kiezers.

Cruciaal was deze weken Spanje, met verkiezingen in december. Podemos in Madrid is gesterkt door het welslagen van zusterpartij Syriza in Athene. Het Griekse nee van 5 juli deed de Spaanse conservatieve premier Mariano Rajoy beven: vier jaar lang heeft hij zijn bevolking uitgelegd dat er geen alternatief was voor bezuinigingen. Die boodschap riskeerde nu ongeloofwaardigheid, terwijl het net beter gaat met Spanjes economie. Als de Griekse premier er in de nacht van 12-13 juli meer had uitgesleept, zouden EU-regeringsleiders het politieke doodvonnis van hun Spaanse collega hebben getekend.

Rajoy kon gerust zijn. Na de vergadermarathon kwam alleen hij met een glimlach de zaal uit, de schuchtere Galiciër stak zelfs twee duimen omhoog. Vergelijkbare situaties spelen in Portugal (verkiezingen in oktober) en Ierland (uiterlijk voorjaar 2016).

Met de harde les voor Syriza is het gevaar van kiezers opstanden elders niet bezworen.

Met de harde les voor Syriza is het gevaar van kiezersopstanden elders niet bezworen. De gedachte van ‘politieke besmetting’ neemt een nieuwe wending, vanwege de bittere strijd en het Duitse machtsvertoon. In een interview op 17 juli zei Donald Tusk: ‘Ik ben echt bang voor deze ideologische of politieke besmetting, niet voor de financiële fall-out. Voor de grootste tragedies in onze geschiedenis was het altijd hetzelfde spel: een tactisch verbond van radicalen van links en rechts.’

De voorzitter van de Europese Raad vertelde hoe hij schrok van het luide applaus in het Straatsburgse parlement na een felle toespraak van Alexis Tsipras: ‘Het was de eerste keer dat ik radicalen met zo’n emotie zag, in deze context anti-Duitse emotie. Het was bijna de helft van het Europees Parlement.’

Tusk ging nog verder: ‘Voor mij lijkt de stemming wel op de tijd na 1968. Ik bespeur (...) wijdverspreid ongeduld. Als ongeduld van een individueel een maatschappelijk verschijnsel wordt, is het de voorbode van revoluties.’ Hij zei het niet, maar dacht misschien ook aan Frankrijk, waar op de uiterste rechter- en linkerflank weerstand tegen de euro en ‘germanophobie’ hand in hand gaan.

In deze context krijgt het nadenken over politieke vormen voor de muntunie nieuwe urgentie. De Franse president lanceert plannen voor een ‘economische regering’, de Duitse bondskanselier ondersteunt die (maar geeft er haar eigen draai aan), vijf Brusselse presidenten brengen oude ideeën in omloop voor een ‘politieke unie’ die de monetaire unie completeert.

Toch weet niemand precies wat ‘politieke unie’ betekent. De Nederlandse en deels de Duitse opinie worden zenuwachtig van de term: daar vindt men dat de euro vooral een munt moet blijven, met een onafhankelijke bank en vaste regels - en dat is dat.

De vraag om een ‘politieke unie’ bestendigt het misverstand dat de muntunie vandaag nog niet politiek is. Niets is minder waar. De euro is politiek. Dat mag na vijf jaar crisis, gesneuvelde regeringen, parlementaire debatten, boze crediteuren en debiteuren, demonstraties en een referendum toch duidelijk zijn. De uitdaging voor de euro is niet politiek te worden, maar het besef te verdiepen dat we een unie zijn.

Luuk van Middelaar is politiek filosoof in Brussel. Deze column verschijnt tweewekelijks.

Lees verder

Gesponsorde inhoud