Het Kraaienest | De begrotingsopkuis is voor later

De tweewekelijkse grafiek van Bart Van Craeynest

Op deze plek werd al veelvuldig gewezen op de problematische toestand van de Belgische overheidsfinanciën. De klemtoon lag daarbij vooral op de enorme financiële uitdagingen die ons op langere termijn te wachten staan, en waarop we ons de voorbije jaren onvoldoende voorbereid hebben.

Die bezorgdheid mag voor minstens enkele maanden de kast in. Overheden zijn onder meer ‘uitgevonden’ voor dit soort crisissen: een tijdelijke externe schok die zonder ingrijpen kan uitgroeien tot een diepe structurele economische crisis. Het monetaire en budgettaire beleid moet volop ingezet worden om dat doemscenario te vermijden. De Belgische overheid komt aan de start in een bedenkelijke financiële toestand.

Het Monitoringcomité raamt het begrotingstekort voor dit jaar op 2,8 procent van het bruto binnenlands product (bbp) bij een verwachte economische groei van 1,4 procent, dus nog voor enige impact van de coronacrisis in rekening gebracht werd. Dat riep al de vraag op of de Belgische overheden met die budgettaire uitgangspositie wel nog marge hebben om iets te doen.

De lessen van 2008-2009 wijzen op een volmondig 'ja'. De vorige crisis leerde dat overheden met een eigen centrale bank bijna onbeperkt in het rood kunnen gaan in tijden van economische crisis. Japan en het VK zagen hun begrotingstekort boven 10 procent van het bbp klimmen in 2009, de VS ging zelfs boven 13 procent. Voor landen zonder eigen centrale bank liggen de zaken moeilijker, maar bijvoorbeeld Frankrijk ging in 2009 naar een tekort van 7 procent van het bbp. In België klom het begrotingstekort toen naar 5,4 procent, zonder dat de overheid ‘failliet’ ging.

Het was uiteraard beter geweest met gezonde overheidsfinanciën aan de start van deze crisis te komen. Toch is er nog marge. Een groot deel daarvan verloopt via de automatische stabilisatoren, zoals werkloosheidsuitkeringen en lagere belastingontvangsten bij lagere economische activiteit. Zo zal het begrotingstekort duidelijk boven 4 procent klimmen, mocht de economie in 2020 met 1 procent krimpen. Maar naast die normale gevoeligheid voor een zwakkere conjunctuur blijft er miljardenruimte voor extra maatregelen. Belangrijk daarbij is dat het gaat om tijdelijke steunmaatregelen die weer uitdoven eens de crisis achter de rug is, wanneer onvermijdelijk de budgettaire opkuis volgt.

Hopelijk wordt dan die andere les van de vorige crisis niet vergeten: in goeie tijden moeten de overheidsfinanciën op orde gezet worden. Dan komen ook de budgettaire langetermijnuitdagingen weer op tafel. Die zullen verregaande inspanningen vereisen met een meerjarentraject van zware sanering. Maar dat is voor na de huidige crisis. 

Lees verder

Gesponsorde inhoud