Het parlement als ornament

De politicoloog Wilfried Dewachter neemt zelden een blad voor de mond. Goed twintig jaar geleden publiceerde hij ‘De mythe van de parlementaire democratie’. Die democratie werd sindsdien helemaal uitgehold door wat Dewachter in zijn jongste boek omschrijft als ‘de trukendoos van de Belgische particratie’. ‘Een Europese schande’, noemt hij het.

Voor familie en vrienden schreef gewezen CD&V-parlementslid Herman Suykerbuyk zijn ‘Journal d’un député de campagne’. De titel werd geleend bij Georges Bernanos, de Franse schrijver van ‘Journal d’un curé de campagne’. Het is een bescheiden boek, niet opgeleukt door een ghostwriter of editor.

Suykerbuyk was dertig jaar burgemeester was van het Noord-Kempense Essen, vlak bij het Nederlandse Roosendaal. Hij noteerde zonder enige aanmatiging zijn ervaringen ‘in Brussel’, waar hij in 1968 landde als pas verkozen volksvertegenwoordiger. Hij was er meteen getuige van de laatste premierjaren van Gaston Eyskens, die in 1970 met zijn staatshervorming een einde maakte aan ‘la Belgique de papa’.

Rik Van Cauwelaert ©Saskia Vanderstichele

Ook het politieke drama rond het Egmontpact beleefde Suykerbuyk van dichtbij, vooral het verzet ertegen. Hij keek toe toen premier Leo Tindemans in oktober 1978 niet alleen zijn eigen regering maar ook het pact kelderde dat een einde moest maken aan de Belgische communautaire kwellingen. Het steeds terugkerende beeld van dat moment is dat van Tindemans die in de Kamer aankondigt zijn ontslag bij de koning te zullen aanbieden, want ‘de grondwet is geen vodje papier’. De kern van zijn betoog wordt evenwel nooit getoond. Het is een waarschuwing aan alle Kamerleden: ‘U hebt als taak de grondwet te interpreteren. Zo wil de traditie in ons land. Laat u dat prerogatief niet ontnemen. Laat het parlement niet ontkrachten tot een puur ornament zoals in de totalitaire regimes’.

Tindemans’ waarschuwing viel in dovemansoren. In zijn boek heeft Suykerbuyk het over die stille aftakeling en de almacht van de regeringen die met de hulp van de coalitiepartijen zowel het federale als de regionale parlementen buitenspel zetten.

Ministers, van welke regering ook, zijn amper verantwoording verschuldigd, zelfs niet nadat is gebleken dat hun beleid faliekant uitdraaide.
Rik Van Cauwelaert

Goed twintig jaar geleden bestudeerde de politicoloog Wilfried Dewachter die gang van zaken in ‘De mythe van de parlementaire democratie’. In zijn jongste boek ‘De trukendoos van de Belgische particratie’ draait de Leuvense emeritus het mes nog eens in die pijnlijke wonde. Geheel terecht overigens, want het parlement is nog slechts het toneel van de formele afwikkeling van een aantal politieke handelingen. En die dragen weinig bij tot wat de instelling eigenlijk hoort te zijn: de controleur van de uitvoerende macht.

Verantwoording

Tijdens de debatten over het aantreden van de nieuwe centrumrechtse regering van premier Charles Michel (MR) kwamen fractieleiders en Kamerleden van de meerderheid de regering en haar vooralsnog onduidelijke programma ongeremd verdedigen, alsof ze zelf deel uitmaakten van de nieuwe bewindsploeg. Ze deden dat op basis van weinig cijfers en vage gegevens, over de begroting en de beoogde saneringen. De Europese Commissie die enkele dagen geleden de Belgische begroting een voorlopig fiat gaf, beschikt wellicht over veel meer en vooral juistere cijfers en gegevens dan het federale parlement.

Ministers, van welke regering ook, zijn amper verantwoording verschuldigd, zelfs niet nadat is gebleken dat hun beleid faliekant uitdraait.
Rik Van Cauwelaert

Ministers, van welke regering ook, zijn amper verantwoording verschuldigd, zelfs niet nadat is gebleken dat hun beleid faliekant uitdraait. Een mooi voorbeeld was de recente opstoot over de financiële put veroorzaakt door de gulle toekenning van groenestroom- en warmtekrachtcertificaten. Begin dit jaar al raakte bekend dat de elektriciteitsdistributeur Eandis op een certificatenberg van 380 miljoen euro zat. Dat het totale bedrag begin 2015 zou oplopen tot ruim 1,1 miljard euro, was bekend voor wie toen de moeite deed om even contact te nemen met een van de stroomleveranciers. Iemand moet daarvoor betalen, meer dan waarschijnlijk de consument.

Toch werden de verschillende regeringen noch in het federale parlement noch in een van de regionale parlementen geinterpelleerd over hun desastreuze energiepolitiek. Alleen LDD-aanvoerder Jean-Marie Dedecker heeft geregeld gewezen op het naderende onheil, telkens met de juiste cijfers in de hand, blijkt nu. Die parlementaire interventies werden gemakshalve afgedaan als een gevolg van diens conflicten met Johan Vande Lanotte (sp.a). Toch vergiste Dedecker zich niet van adres. Vande Lanotte was een van de medearchitecten van de energiepolitiek destijds ingeluid door Steve Stevaert, de gulle verdeler van andermans geld. De partijen die vandaag protesteren dragen evenwel medeverantwoordelijkheid, want zij lieten begaan.

Schraalheid

Alleen een parlementaire onderzoekscommissie kan nog duidelijkheid verschaffen over de echte verantwoordelijkheid voor de rampzalige energiepolitiek. Die treft niet alleen de consument maar ook de Belgische en de Vlaamse economie. Maar zo’n commissie komt er nooit. Want de particratie, die de parlementaire democratie heeft uitgehold, laat dat niet toe. De leden van de beide kamers vertegenwoordigen niet langer de Natie, ze vertegenwoordigen enkel de partij en de partijleiders die hun verkiezing mogelijk maakten door ze in een nuttige volgorde op hun lijsten te plaatsen. Dat maakt de verkozenen afhankelijk van hun partij voor hun verdere loopbaan. En de echte macht, die blijft bij de partijleiders.

Dewachter illustreert de schraalheid van de Belgische democratie met een uitspraak van gewezen sp.a-voorzitster Caroline Gennez over de zesde staatshervorming: ‘Met acht mensen hebben we de staatshervorming onderhandeld. In het parlement voerde iedereen nadien een show op’.

De Block in het federaal parlement. ©Photo News

Hoe dat zo is gekomen, zet Wilfried Dewachter minutieus uiteen in ‘De trukendoos van de Belgische particratie’. Hij schetst de verschillende machtscenakels, van de Nationale Bank van België tot de vakbonden, van de raden van bestuur van overheidsbedrijven tot de top van de ambtenarij, en, de greep die de partijen daarop hebben.

Ook de manier waarop partijen worden gefinancierd en de organisatie van verkiezingen bestendigen de macht van de partijen. En dat geldt, volgens hem, ook voor de stemplicht. Die vertekent in het Franstalige landsdeel de machtsverhouding tussen de grote partijen. Omdat de zogenaamde keuzeverzaking - het totaal van de wegblijvers, blanco en ongeldige stemmen - er gevoelig hoger ligt dan in Vlaanderen. Wat maakt dat de PS zonder verpinken beslag kan leggen op liefst 62 procent van de directiefuncties in de Waalse ambtenarij.

De manier waarop partijen worden gefinancierd en de organisatie van verkiezingen bestendigen de macht van de partijen.
Rik Van Cauwelaert

Dewachter formuleert een aantal voorstellen om de democratie in haar eer te herstellen. Het afschaffen van de stemplicht is er één van. Een ander voorstel is de invoering van de echte federale kieskring, met de rechtstreekse verkiezing van de federale regeringsleider in twee rondes, naar Frans model. Waarna die dan een regering op de been brengt.

Maar uit de envoi blijkt de echte voorkeur van Dewachter. Die komt erop neer dat Vlaanderen en Wallonië zelf het heft in handen moeten nemen. De opeenvolgende staatshervormingen maakten van België immers een ‘non-state’ die geen doorslaggevend beleid meer kan voeren.

Dat voor een en ander de grondwet moet wijken, is voor Dewachter geen belemmering. Dat gebeurde al eerder in de Belgische geschiedenis. Bovendien lijkt die Belgische grondwet, verwaarloosd door een al te gedweeë volksvertegenwoordiging, stilaan op ‘een oude dame in een rolstoel’. Wat Tindemans vreesde, is uitgekomen.

Lees verder

Gesponsorde inhoud