Het rijk der vrijheid van Marc De Vos | Het najaar van de waarheid

Decaan Macquarie University in Sydney en visiting fellow denktank Itinera

We bevrijden ons uit de ketens van de pandemie, maar wat nadien? Wat kan anders, wat behouden we en wat komt beter nooit terug, vroegen we onze opiniemakers.

Begroting, belastingen, pensioenen, gezondheidszorg, kernenergie en arbeidsmarkt. Na het zomerreces komt de Vivaldi-regering uit coronamodus en in de maalstroom van de courante Belgische federale politiek, met een grote erfenis van non- en mal-governo. Aan die toxische erfenis zijn de belangengroepen van het nationaal sociaal overleg historisch medeplichtig.

Er zijn al veel afspraken met de geschiedenis geweest en al evenveel afspraken werden gemist. Eenheidsstatuut arbeiders-bedienden, brugpensioen, collectief ontslag, langer werken, levenslang leren, tweede pensioenpijler, loonkosten, loonindexering, minimumloon, productiviteit, flexibiliteit, e-commerce, discriminatie, diversiteit, welzijn en burn-out: de litanie van verzet, conflict, loopgravenoorlog en finaal vooral een gewapende stilstand is eindeloos en schier hopeloos.

Laatste bastion

Mocht het interprofessioneel overleg niet wettelijk verankerd zijn, dan zou niemand eraan denken het uit te vinden. We spreken over het laatste bastion van een unitair Belgische besluitvorming, over een gremium voor nationaal beleid in een arbeidsmarkt en economie met almaar meer verschillen tussen regio’s, tussen sectoren en tussen bedrijven. Het sociaal overleg haalt zijn legitimiteit uit de vertegenwoordiging van werknemers op de werkvloer. Maar de spreidstand tussen het interprofessionele beleidsniveau en het hyperdiverse hr-niveau wordt almaar groter.

Als alternatieve regelgevers voor het arbeidsmarktbeleid zijn de actoren van het sociaal overleg een overblijfsel van de Belgische verzuiling, vooral aan vakbondszijde. De oude ideologische breuklijnen tussen christendemocratie, socialisme en liberalisme zijn al lang vervaagd. Nieuwe breuklijnen zijn overal in opmars, behalve in het sociaal overleg, dat op die manier het immobilisme bezwaart met een anachronisme.

De oude ideologische breuklijnen tussen christendemocratie, socialisme en liberalisme zijn al lang vervaagd. Nieuwe breuklijnen zijn overal in opmars, behalve in het sociaal overleg dat op die manier het immobilisme bezwaart met een anachronisme.

Theoretisch is het interprofessioneel overleg een platform voor consensusbeleid dat alle belangen en machtslijnen van de Belgische welvaartsstaat verenigt. In de praktijk is het een permanente stollingsfactor in de trage bloedbaan van de Belgische democratie, een virus dat politiek handelen fundamenteel ondermijnt. Daaraan is de politiek zelf ook medeplichtig. Voorbij de verzuilingslogica hebben regeringen van zowat alle pluimage over vele legislaturen heen vooral de sociale vrede gezocht en gekocht.

Sinds de fameuze loonnormwet van 1996 zijn de kemphanen van het sociaal overleg ook nog eens belast met de centralistische planning van loonsverhogingen voor de hele economie en is de wederzijdse afhankelijkheid van politiek en overleg structureel. De loonnormen maken het interprofessioneel overleg tot onderaannemer van de politiek en de politiek tot onderaannemer van het overleg.

Zichzelf bedienen

Ook de huidige regering is in dat bedje ziek. Het interprofessioneel akkoord voor 2021-2022, door de ondertekenaars geroemd als een bewijs dat het Belgische overlegmodel nog werkt, kost de burger al zeker 140 miljoen euro aan compenserende subsidies en belastingverlagingen in 2022. Dat is de kostprijs van een systeem dat vooral werkt om zichzelf te bedienen en in stand te houden. En het is maar het begin.

Geboren te midden van een totale politieke impasse is het regeerakkoord van Vivaldi een oppervlakkige overbrugging van ideologische uitersten via een wenslijst van open beloften en vage voornemens.

De Vivaldi-coalitie heeft zich als een Siamese tweeling aan de heup verbonden met de vakbonden en de werkgevers. Geboren te midden van een totale politieke impasse is het regeerakkoord van Vivaldi een oppervlakkige overbrugging van ideologische uitersten via een wenslijst van open beloften en vage voornemens. De regeringspartijen hebben vooral een akkoord over waarover ze nog een akkoord willen vinden, met één constante: de wens om daarbij de sociale partners te betrekken.

Vivaldi is de loonnorm tot de zoveelste macht. De verscheurde coalitiepartijen rekenen op de verdeelde sociale partners om een politieke consensus te bereiken. In alle grote sociale dossiers zijn de belangengroepen aan zet. Over alle andere dossiers hangt de schaduw van hun agenda. Dit is een coregering van politiek en overleg. Ze zal eindigen in de totale implosie of in de grote catharsis van het Belgische model.

Bloedrood

Je moet geen knobbel in kansberekening hebben om te weten welke van beide scenario’s het meest waarschijnlijk is. Maar dat mag ons niet verhinderen te hopen en te rekenen op de verantwoordelijkheid van onze leiders. Dit najaar, in het kielzog van corona, bij de dageraad van een nieuwe wereldorde, aan de vooravond van globaal klimaatbeleid en met alle overheidsniveaus bloedrood in de schulden, mag de afspraak met de geschiedenis echt niet worden gemist.

Marc De Vos is decaan aan de Macquarie University in Sydney en visiting fellow bij het Itinera Institute in Brussel.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud