Het rijk der vrijheid van Mark Delanote | Werken zonder fiscale grenzen

Hoofddocent UGent, advocaat en lid Hoge Raad van Financiën

We bevrijden ons uit de ketens van de pandemie, maar wat nadien? Wat kan anders, wat behouden we en wat komt beter nooit terug? Dat vroegen we onze opiniemakers.

Voor wie werkt of onderneemt in het buitenland rijst automatisch het risico op een dubbele belasting. Zowel de bronstaat, waar de werknemer werkt of de onderneming activiteiten ontplooit, als de woonstaat, waar de werknemer woont of de onderneming gevestigd is, kan belastingaanspraken formuleren.

Gelukkig bestaat een ruim netwerk van dubbelbelastingverdragen waarmee de heffingsbevoegdheid aan één van beide staten wordt toegewezen. Dat komt erop neer dat België, als woonstaat, in heel wat gevallen het inkomen dat gegenereerd werd in de bronstaat moet vrijstellen van belasting.

De fiscus kan uiteraard nagaan of die vrijstelling correct wordt ingeroepen. Zo'n controle is vaak gebaseerd op achterdocht, gevoed door een aantal gecontamineerde dossiers waarin enkelingen - niet zelden geruggensteund door bedenkelijke adviseurs - er de kantjes van hebben willen aflopen.

De minder fortuinlijke belastingplichtigen worden geconfronteerd met een ‘overijverige’ ambtenaar die alles in het werk stelt om de vrijstelling zo veel mogelijk uit te hollen.

In de meeste gevallen verloopt de controle correct en wordt het aangevoerde bewijsmateriaal in alle redelijkheid geëvalueerd. De minder fortuinlijke belastingplichtigen worden echter geconfronteerd met een ‘overijverige’ ambtenaar die alles in het werk stelt om de vrijstelling zo veel mogelijk uit te hollen. Een dergelijk dossier eindigt vaak voor de rechtbank, waar ‘gelijk hebben’ niet altijd strookt met ‘gelijk krijgen’. De belastingplichtige dreigt dus niet enkel opgezadeld te worden met ellenlange procedures, maar ook - en finaal - met een dubbele belasting.

Onderling overleg

Om daarop te anticiperen kunnen belastingplichtigen wel een ‘onderling overleg’-procedure beginnen. Dat kan door een 'klacht' in te dienen. De Belgische en buitenlandse fiscus bekijken dan het dossier samen en bepalen ‘in onderling overleg’ aan wie de heffingsbevoegdheid toekomt.

Omdat die klacht tijdig moet worden ingediend, is die démarche vaak al vereist op het moment dat de belastingplichtige nog volop aan het procederen is. Zo'n ‘klacht’ wordt - in de hier geschetste situatie - ingediend ‘ten bewarende titel’. Of met andere woorden: als een noodklep indien een Belgische rechter de Belgische fiscus zou gelijk geven. De noodklep bestaat er dan uit dat finaal alsnog een oplossing gezocht moet worden om de dubbele belasting ongedaan te maken.

Maar ook aan die ‘onderling overleg’-procedure rammelt iets. Buiten het kader van een gerechtelijke betwisting is het vaak jaren wachten voor men een ‘oplossing’ krijgt aangeboden, zelfs in zeer evidente dossiers.

De Europese Unie heeft ingezien dat het zo niet verder kan. De Geschillenrichtlijn beoogt de ‘ernstige fiscale belemmeringen’ op te heffen.

In de hier geschetste situatie wordt echter vaak zeer snel een zogenaamde ‘oplossing’ gevonden, die - wonder boven wonder - perfect aansluit bij het standpunt van de taxatieambtenaar. De belastingplichtige krijgt dan enkele weken om de oplossing al dan niet te aanvaarden, met dien ver­stan­de dat de oplossing slechts wordt toegekend als de belastingplichtige ermee instemt elke betwisting te staken. Nieuwe stukken of inzichten worden buiten beschouwing gelaten. Over het recht op een eerlijk proces wordt met geen woord gerept. Enige transparantie over het besluitvormingsproces wordt niet gegeven. De administratie verschuilt zich simpelweg achter de zogenaamde ‘diplomatieke status’, wat het vermoeden van een achterkameroplossing alleen maar kan voeden.

De Europese Unie heeft ingezien dat het zo niet verder kan. De Geschillenrichtlijn beoogt de ‘ernstige fiscale belemmeringen’ op te heffen en het risico op een ‘buitensporige belastingdruk’ te temperen. Ook over de wisselwerking met interne procedures worden eindelijk duidelijkere regels in het vooruitzicht gesteld. Het blijft in elk geval van belang de rechtsbescherming van de belastingplichtige in deze context verder te analyseren.

Mark Delanote Hoofddocent Instituut voor Belastingrecht UGent, advocaat Delanote.law, lid van de Hoge Raad van Financiën en Coördinator van de bredere fiscale hervorming.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud