Het saneren moe

©Knack

De Europese Unie heeft het moeilijk de naleving af te dwingen van haar maatregelen waarmee ze de begrotingen van de lidstaten op koers wil houden. De Franse president François Hollande zegt zelfs openlijk: ‘De Europese Commissie moet niet dicteren wat ons te doen staat.’ De Belgische socialisten scharen zich achter de Franse rug. Maar dat belet niet dat ze binnenkort door de economische en vooral de sociale werkelijkheid worden overvallen.

Door Rik Van Cauwelaert, columnist

Het zit de Europese Commissie niet mee. Terwijl Europees commissaris Karel De Gucht armworstelt met de Chinezen die hun zonnepanelen en telecomapparatuur op de Europese markt dumpen, bakken Noord-Europese lidstaten als Duitsland zoete broodjes met Chinese handelsdelegaties. Zelfs kanselier Angela Merkel gaf na een minzaam onderhoud met de Chinese premier Li Keqiang te kennen dat de protectionistische maatregelen waar De Gucht mee dreigt niet het juiste antwoord zijn in een open en geglobaliseerde wereld. ‘Als het om hun handelspolitiek gaat, hebben de lidstaten geen vertrouwen in de Europese Commissie’, liet Hosuk Lee-Makiyama van het European Centre for International Political Economy door Financial Times optekenen.

De lidstaten hebben evenmin vertrouwen in de Europese Commissie als de belangen van hun financiële instellingen op het spel staan. Eerder dit jaar ontvouwde Commissievoorzitter Manuel Barroso het plan voor een taks op financiële transacties - de zogenaamde Robin Hood-taks. Een heffing van 0,1 procent op transacties in aandelen en obligaties en 0,01 procent op de handel in derivaten zou in de elf lidstaten die het initiatief mee lanceerden jaarlijks liefst 30 tot 35 miljard euro opleveren.

Goed vijf maanden later blijft van die Robin Hood-taks weinig over. Frankrijk en Duitsland vrezen nare gevolgen voor hun grootbanken. Een kleine taks op valutatransacties, het voorstel van de Amerikaanse econoom James Tobin die de heffing bedacht, tot daaraan toe. Maar de obligatie- en derivatenhandel waar de Europese banken zich mee inlaten, is zo omvangrijk dat de taks een remmend effect zou hebben. Zelfs in de wandelgangen van de Europese Centrale Bank wordt getwijfeld aan de goede zin van de heffing, die daarenboven zou wegen op het monetair beleid. Aziatische financiële centra laten verstaan dat er geen sprake van kan zijn die taks daar te innen. ‘De Europeanen moeten zelf maar hun problemen oplossen’, waarschuwen verantwoordelijken van de beurs van Hongkong.

Eerder deze week zette de Europese Commissie dan weer een demper op haar besparingsoekazes. Tot voor kort waren de strenge aanmaningen tot prompte saneringsbeurten die vanuit Brussel naar de hoofdsteden van de lidstaten vertrokken niet van de lucht. Maar eerder deze week kregen belangrijke eurolanden als Frankrijk, Nederland, Spanje en Italië een tot twee jaar uitstel om hun begrotingen op de rails te krijgen. België kreeg niet alleen uitstel, het ontsnapte ook aan een forse boete voor het budgettair wangedrag van de federale regering.

Pijnlijke neveneffecten

De Commissie heeft dan ook weinig argumenten om sancties op te leggen. Haar eenvormig beenharde saneringsbeleid, aangewend als een panacee voor de hele Europese Unie, veroorzaakte pijnlijke neveneffecten. De stijgende jeugdwerkloosheid is er een van. Net als Griekenland en Spanje werd ook Portugal, met een jeugdwerkloosheid van ruim 40 procent, tot stilstand gesaneerd. Door de inzakkende groei gingen in de Europese industrie sinds het begin van de crisis in 2008 ruim 3,5 miljoen jobs verloren. De industriële productie werd zes jaar achteruitgeslagen en ligt nu 10 procent onder het niveau van voor 2008.

In Frankrijk, dat met structurele problemen kampt, hebben ze niet veel meer nodig om te laten weten dat de Europese Commissie niet kan dicteren wat de Fransen te doen staat. François Hollande imiteert zijn rechtse voorganger Jacques Chirac, die in 2003 het Groei- en Stabiliteitspact koelweg naast zich legde. Ook Duitsland, dat de hereniging nog niet had verteerd, en Italië negeerden toen het Stabiliteitspact.

Als de Europese Commissie opnieuw geen sancties oplegt aan een grote lidstaat als Frankrijk, kan ze zich ook niet veroorloven een kleiner land als België, dat eigenlijk beter presteert, te beboeten.

In ruil kreeg de Belgische federale regering een takenpakket dat ze tegen 2014 moet afwerken. De opdracht is duidelijk: eind dit jaar moet het begrotingstekort, met structurele maatregelen, naar 2,5 procent van het bruto binnenlands product (bbp), en tegen 2015 moet de begroting in evenwicht zijn en moet de Belgische schuld, die nu naar 100 procent van het bbp jojoot, een duidelijke neerwaartse trend te zien geven.

Schuldafbouw

Naar dat laatste, de schuldafbouw, wordt amper getaald. Nochtans wacht daar de huidige en komende regeringen een kolossale opdracht.

Een overheidsschuld van 60 procent van het bbp was van bij de invoering van de euro door Europa als referentiewaarde opgenomen in het Groei- en Stabiliteitspact. Het verschil tussen de Europese referentiewaarde en de Belgische openbare schuld van om en bij 100 procent van het bbp bedraagt 40 procentpunt. Om te beantwoorden aan wat Europa ‘een duidelijke neerwaartse trend’ noemt, moet België die schuld jaarlijks met 1/20ste van die 40 procent aanzuiveren. Dat kan door delen van het staatspatrimonium te verkopen of door structurele besparingen.

Om zijn schuld in dat tempo af te bouwen, moet België in elk geval naar een primair overschot van liefst 6 procent van het bbp. Die berekening van de Europese Unie spoort gelijk met de oefening destijds gemaakt door de Hoge Raad van Financiën voor de regering van Jean-Luc Dehaene. Die heeft dat doel ook bereikt. Om België in de eurozone krijgen, moesten premier Dehaene en minister van Financiën Philippe Maystadt beloven die inspanning te zullen volhouden.

Momenteel bengelt België net boven de nullijn. Want die 6 procent primair overschot van Jean-Luc Dehaene werd volledig opgesoupeerd door de paarse regeringen met liberalen en socialisten, die vandaag liever de politieke impasse van 2010-2011 aanwijzen als de oorzaak van de begrotingsellende.

Om die 6 procent te halen wacht deze en volgende regeringen een vol te houden inspanning van nog maar eens 25 miljard euro. Dat vergt een doortastende saneringsbeurt waarbij alles tegelijk wordt aangepakt: het belastingsysteem, de arbeidsmarkt, het indexmechanisme, de concurrentiekracht en de pensioenen. Aan die operatie moet worden begonnen in de aanloop naar de verkiezingen van 2014, in volle saneringsmoeheid en met een economische nulgroei in 2013 en amper 1,2 procent in 2014. Alleen al de bestaande banen behouden, liefst in de privésector, vergt een groei van minstens 2 procent.

Keuze

Bovendien moet onvermijdelijk een keuze worden gemaakt: ligt het accent op nieuwe belastingen of op echte structurele besnoeiingen? Belastingen worden voor 70 procent door Vlaanderen betaald. Gaat men drastisch saneren in de overheidsuitgaven en de sociale zekerheid, dan geraken Wallonië en Brussel nooit van de kant.

Europa dringt ook aan op duidelijke afspraken over de verdeling van die te leveren begrotingsinspanning tussen de federale regering en de deelregeringen. Zolang die afspraken en die duidelijke keuzes niet worden gemaakt, is het onverantwoord door te gaan met de hervorming van de bijzondere financieringswet die de financiering van de gemeenschappen en de gewesten regelt. De regering zit daar momenteel in het blinde weg aan te sleutelen. Maar in het voorliggende ontwerp van de nieuwe bijzondere financieringswet wordt het grootste deel van de vergrijzingsfactuur, en dus de onvermijdelijke pensioenhervorming, doorgeschoven naar Vlaanderen.

Het zal voor de Vlaamse partijen in de federale regering geen sinecure zijn om dat in 2014 aan hun kiezers uit te leggen. Want het argument dat het allemaal de schuld is van Europa, snijdt tegen dan geen hout meer.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud