Hoe een peiling over onafhankelijkheid pijlsnel de mist in kan gaan

Professor publieke economie Universiteit van Stirling, verbonden aan KU Leuven en UCLouvain.

Volgens een peiling uitgevoerd in opdracht van Het Laatste Nieuws is 40 procent van de Vlamingen ‘op termijn’ gewonnen voor een onafhankelijk Vlaanderen, en 45 procent voor het confederalisme. Maar bij de manier waarop de vragen gesteld werden, kunnen grote vraagtekens geplaatst worden.

'Vier op de tien willen onafhankelijk Vlaanderen', luidde de krantenkop van Het Laatste Nieuws vorige donderdag, gevolgd door een enthousiaste reactie van de N-VA en het Vlaams Belang. Het artikel beschreef een online bevraging waarbij 1.000 Vlamingen twee stellingen voorgelegd kregen. De eerste, 'Vlaanderen onafhankelijk maken op termijn', is een speerpunt voor het Vlaams Belang. De tweede, 'Vlaanderen bevoegd maken voor alles, behalve Defensie en Buitenlandse Zaken', is de definitie van confederalisme voor de N-VA. Geen wonder dat beide partijen in hun nopjes waren, temeer omdat vorige peilingen veel lagere cijfers opleverden.

Kijken we naar de bevraging in detail, dan hoeft de uitslag niet te verbazen. De respondenten moesten met behulp van een schuifbalk aangeven in welke mate ze het eens waren. Wie niets verschoof, bleef neutraal. Ze moesten hun mening dus niet in categorieën uitdrukken, zoals 'Vlaanderen onafhankelijk' of 'niet onafhankelijk', maar met een schuifbalk, die de onderzoekers achteraf omzetten naar een schaal van 0 tot 100. Iedereen die tussen 0 en 49 schoof, werd beschouwd als 'niet akkoord' met de stelling, terwijl iedereen van 51 tot 100 wel akkoord was. Personen die hun positie slechts gematigd naar pro onafhankelijkheid schoven, werden dus samengeteld met de ferventste voorstanders van een onafhankelijk Vlaanderen.

Advertentie

Herweging

Op zich is het herverpakken van variabelen opgemeten met een schaal van bijvoorbeeld 1 tot 10 in bredere categorieën niet noodzakelijk een probleem. Maar als je kiest voor een eenvoudige weergave van ‘voor’ en ‘tegen’, moet je wel goed oppassen met de verdeling van de antwoorden. Daar knelt het schoentje.

Het opdelen van de antwoorden in vijf categorieën schetst meteen een heel ander beeld: 35 procent is dan gekant tegen onafhankelijkheid (balk tussen 0 en 24), 11 procent is eerder gekant tegen (25-45), 18 procent heeft geen uitgesproken mening (46-54), 13 procent is eerder voor onafhankelijkheid (55-74), en 23 procent is voor (75-100). Eenzelfde patroon vinden we terug bij de vraag over confederalisme.

Als de verdeling van de antwoorden met andere woorden zo tweezijdig is, en zwaarder weegt aan de lagere kant van het spectrum, mag je zonder herweging geen al te zware uitspraken doen. 

Brexit

Ook de vraagstelling zelf kon beter. Beide vragen lijden aan wat we in de literatuur ‘absolute en vaagheidsbias’ noemen. Bij die eerste vertekening worden respondenten geleid naar een ‘alles of niets’-afweging. Bovendien, en dat is de tweede vertekening, blinken beide vragen uit in vaagheid. Het doet denken aan het referendum over de brexit in 2016, waarbij veel te weinig informatie werd gegeven. Politiek minder geschoolde mensen gaan ‘onafhankelijk maken’ ook anders interpreteren dan een eigen staat die het verdwijnen van België impliceert, of onafhankelijkheid ‘op termijn’ een andere tijdsinvulling geven.

De vraagstelling doet denken aan het referendum over de brexit in 2016, waarbij veel te weinig informatie werd gegeven.

Stel je voor dat we mensen die met een hongertje zitten vragen of ze zin hebben in witloof. De kans dat 45 procent aangeeft witloof te lusten lijkt dan redelijk groot. Maar misschien hadden ze wel zin in asperges, of een steak. En zelfs al wilden ze witloof, dan nog wilden ze misschien het liefst geen rauwe witloof, maar witloofrolletjes. Je geeft mensen in zo’n geladen vraagstelling dus het best verschillende geïnformeerde keuzes.

Die gaan van het status quo over een unitair België tot meer autonomie voor de regio’s of het splitsen van het land. Er bestaat bovendien niet zoiets als ‘het’ confederalisme. Er zijn tal van staatshervormingen te bedenken die leiden tot verschillende vormen van federalisme en graden van autonomie. In Zwitserland hebben de deelstaten meer autonomie, maar is het centrale niveau allerminst volledig verdwenen.

Wat deze peiling aangaf, was dat autonomie in de smaak kan vallen, wat we ook uit vorige peilingen kunnen afleiden. Maar over het recept van dat gerecht leerden we niets.

Gesponsorde inhoud
Tijd Connect
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.
Partnercontent
Partner Content biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.