Advertentie

Hoezo transparantie?

Uit recente enquêtes in opdracht van de grote ziekenfondsen blijkt de tevredenheid van de Belgen over de verzorgingsstaat en de kwaliteit van de gezondheidszorg. Vragen over de opdracht en de commerciële activiteiten van de ziekenfondsen werden niet gesteld.

Voorzitter Jean-Jacques Cassiman van de Vlaamse Liga tegen Kanker waarschuwde onlangs opnieuw: ‘Het voorschrijven van dure kankermedicijnen die het leven misschien maar met twee maanden verlengen, is in economisch zware tijden niet aanvaardbaar.’ Cassimans bedenking volgde enkele weken nadat minister van Financiën Koen Geens in De Tijd iets gelijkaardigs had geopperd. ‘In België’, sprak de minister, ‘is het een heilig principe dat de sociale zekerheid een verzekering is die voor iedereen hetzelfde is. De vraag is of dat op lange termijn houdbaar is.’

Uit recente enquêtes in opdracht van de grote ziekenfondsen blijkt alvast een grote tevredenheid van de Belgen over de verzorgingsstaat en in het bijzonder over de kwaliteit van de gezondheidszorg. De meerderheid van de ondervraagden is er niet van overtuigd dat in de toekomst bespaard moet worden op de gezondheidszorg, zoals Cassiman en Geens voorspelden. En mocht zo’n besparing zich toch opdringen dan liefst op het conto van ouderen, terminaal zieken en mensen met een ongezonde levensstijl zoals rokers. Maar nergens blijkt het besef van de ondervraagden dat die verzorgingsstaat zijn financiële limiet heeft bereikt.

‘De ziekenfondsen zitten in volle mutatie en zullen hoe dan ook hun bestaansreden moeten herdenken en legitimeren.’ Dat schreef Guy Peeters, de voorzitter van het Nationaal Verbond van Socialistische Ziekenfondsen in ‘Dokter, ik heb ook iets te zeggen’, een bundel met denkstukken over de toekomst van de gezondheidszorg die onlangs door Yvo Nuyens en Hugo De Ridder werd gepubliceerd. Net daarom is het jammer dat zowel de Christelijke Mutualiteit als het Socialistisch Ziekenfonds een onderzoek liet uitvoeren over de Belgische gezondheidszorg en solidariteit in Vlaanderen, zonder vragen te stellen over de maatschappelijke rol en de transparantie van de ziekenfondsen.

Zelfs in het jongste nummer van De Gids op Maatschappelijk Gebied, het opinieblad van de christelijke arbeidersbeweging, werden ernstige vragen gesteld bij de onderlinge concurrentie tussen de ziekenfondsen, nadat het Onafhankelijke Ziekenfonds beslist had het saunabezoek en eerder al het Becel-verbruik van zijn leden terug te betalen. De inperking van het speelveld van de ziekenfondsen was een van de maatregelen die Ignace Leus (CM) aanreikte om ontsporingen van het systeem te voorkomen.

Belangenvermenging

Elke Belg moet zich aansluiten bij een ziekenfonds naar keuze dat de financiële middelen ontvangen van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering (Riziv) doorstort naar de leden die daar recht op hebben.

Jaarlijks verdelen de ziekenfondsen ruim 35 miljard euro, dat is 10 procent van het bruto binnenlands product. Voor die administratieve taak krijgen zij elk jaar 1,125 miljard euro. Door een overdreven subsidiëring, die pas recentelijk werd afgeremd, hebben de ziekenfondsen niet alleen grote financiële reserves opgestapeld, maar gaandeweg ook een haast ongecontroleerde machtspositie uitgebouwd.

In zijn boek ‘België, fantastisch farmaland’ (Lannoo Campus) heeft Leo Neels, gewezen directeur van pharma.be, het over heuse belangenvermenging. ‘Ze (de ziekenfondsen, red.) werden niet alleen rechter en partij, maar bij wijze van spreken ook rechtbank, minister van Justitie en consumentenbond. In elk van die rollen hebben ze expertise, maar komen ze telkens weer zichzelf tegen’, schrijft Neels.

Hun machtspositie kunnen ze, nog steeds volgens Neels, op verschillende plekken aanwenden. Want de ziekenfondsen zijn niet alleen de uitvoerders van het systeem, maar ook de beheerders die zitting hebben in de Algemene Raad van het Riziv, in het Verzekeringscomité waar zonder hun stem niets kan worden beslist over de verdeling van het gezondheidsbudget, in de Conventiecommissies waar met de zorgverstrekkers wordt overlegd.

Alsof dat nog niet volstond, stapten de ziekenfondsen in de loop der jaren ook in de rol van zorgverstrekkers. Want zij beheren rust- en ziekenhuizen of baten die, zoals in Brussel en in Wallonië, zelf uit.

Geregeld publiceert de Christelijke Mutualiteit een lijst met de duurste ziekenhuizen waaronder die met de hoogste kamersupplementen. De top tien daarin situeert zich in Brussel en Wallonië.

In Brusselse ziekenhuizen als Bordet en Brugmann liggen de supplementen tot vijf keer hoger dan in Vlaanderen. Soms lopen die op tot 600 euro per dag. Dat is, zoals N-VA-senator en arts Louis Ide schreef, duurder dan een nacht in het chique Conrad Hotel langs de Brusselse Louizalaan.

In de raden van bestuur van die duurste ziekenhuizen zetelen dan weer vertegenwoordigers van de ziekenfondsen. Maar al nemen die graag het woord transparantie in de mond, toch hebben ook die bestuurders geen zinnige uitleg voor de grote verschillen tussen Brussel en Wallonië versus Vlaanderen. Zelfs minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid Laurette Onkelinx heeft geen verklaring.

Of het moet zijn dat artsen en ziekenfondsen, die om de twee jaar een rituele krijgsdans uitvoeren in de Nationale Commissie Geneesheren-Ziekenfondsen (medicomut), in stilte hebben afgesproken elkaar hier niet voor de voeten te lopen, zoals insiders al eens beweren. In medicomut zetelen immers veelal niet-geconventioneerde artsen die de officiële tarieven naast zich leggen. Dat geeft de medicomutafspraken, die zopas door de grootste artsenvakbond BVAS op de helling werden gezet, een surrealistische trek.

Ziekenfonds als apotheker

Om de cirkel van de zorgverstrekking helemaal te sluiten, zijn de ziekenfondsen eigenaar van 650 van de 5.100 apotheken die België telt. Om deze en andere apotheken te bevoorraden treden zij ook op als groothandelaars en distributeurs van geneesmiddelen. Twee derde van die apotheken is in handen van de Socialistische Mutualiteit, de rest is eigendom van de CM. Het zou een aparte studie vergen om na te gaan in welke mate dat de overconsumptie van geneesmiddelen in de hand werkt, onder meer door het kwistig uitreiken door die apotheken van tienduizenden getrouwheidskaarten.

De Socialistische Mutualiteit heeft via kruisparticipaties de exploitatie van de apotheken en distributie van geneesmiddelen, zoals Multipharma, ondergebracht bij P&V, waar ook de socialistische vakbonden financiële belangen hebben. P&V wordt overkoepeld door PSH, een coöperatieve vennootschap die borg staat ‘voor de ethiek en de waarden van de groep in het kader van zijn deelname aan de sociale economie’.

Bij de Christelijke Mutualiteit wordt het merendeel van de apotheken geëxploiteerd door De Lindeboom en bevoorraad door hun farmaceutische groothandel- en distributiebedrijven EPC en Escapo. Die laten jaarlijkse omzetten van ruim 130 en 120 miljoen euro optekenen. De Lindeboom, EPC en Escapo steunen op het aandeelhouderschap van Auxipar, de vennootschap die na het Dexia-debacle buiten de vereffening van de Arco-groep werd gehouden. Een van de bestuurders van Auxipar is Jean Hermesse, de secretaris-generaal en echte sterke man van de CM, die ook zitting heeft in het Riziv en tussendoor de studiedienst van de Franstalige christendemocraten leidt.

Als de uitgaven voor gezondheidszorg in de ziekteverzekering de eerstkomende decennia blijven groeien zoals in het verleden, is er een jaarlijkse economische groei van 2 tot 3 procent nodig om het systeem betaalbaar te houden. Omdat die groei uitblijft, zal een betere beheersing van de uitgaven absoluut noodzakelijk zijn. Die kostenbeheersing kan alleen doeltreffend verlopen als de ziekenfondsen volledige transparantie geven van hun constructies en financiële stromen. Zo niet dreigt het maatschappelijke draagvlak, waar de mutualiteiten zich vandaag graag op beroepen, snel weg te kwijnen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud