Hoofdpijn treft centrale bank

Hoofdeconoom ING Duitsland

Groene inflatie is een hoofdpijndossier voor de Europese Centrale bank.

Greenflation waart door de Europese economie en wakkert het publieke debat aan. De vaak verhitte discussie over die groene inflatie - de inflatoire gevolgen van de groene transitie - leidt echter af van een veel groter probleem: de onmacht van de Europese Centrale Bank.

Vanuit mijn ‘hoek’ is de analyse, dat de groene transitie tot inflatie zal leiden, glashelder. In ieder geval in de eerste fase. De overgang van conventionele energie naar hernieuwbare alternatieven kost heel veel geld. Niet alleen is die hernieuwbare energie nog maar matig voorhanden, de vraag naar energie is daarnaast onevenredig gestegen.

Geen enkele renteverhoging kan DDD-inflatie stoppen. Een centrale bank kan de bevolking niet verjongen, noch kan ze zorgen voor een wonderbaarlijke vermenigvuldiging van de grondstoffen.

De grondstoffen om windmolens, hogesnelheidstreinen, driedubbelglas of zonnepanelen te produceren zijn schaars en duur. Producten die niet als duurzaam worden gezien, zullen ter compensatie extra worden belast, zoals vluchten van 14 euro naar Mallorca of de kiloknallervleesaanbiedingen bij de discounter.

Dat betekent niet dat de groene transitie er niet moet komen. Integendeel. Wel betekent het dat de groene transitie, zoals elke structurele overgang, zal leiden tot prijsstijgingen en inflatie.

Voor de centrale banken is de groene inflatie een probleem. Een stijgende inflatie in de eerste fase van de transitie verhoogt de kostendruk op bedrijven en gezinnen. Moet de ECB daarbovenop de rente nog eens verhogen? Zal een hogere rente de structurele transitie versnellen of zal ze de sociaal-economische weerstand in de maatschappij verhogen? Het is een hoofdpijndossier voor de ECB en de andere centrale banken.

DDD

En dat is nog niet alles. De mogelijke groene inflatie is een deelaspect van het fenomeen van de DDD-inflatie. Drie factoren zullen de inflatie de komende jaren structureel hoger duwen: decarbonisering (de uitfasering van fossiele brandstoffen), deglobalisering en demografie. Naast de groene transitie zullen de deglobalisering en de vergrijzing de vraag naar gekwalificeerde werknemers doen toenemen in een al krappe arbeidsmarkt. Daardoor stijgen de lonen, tenzij de voortschrijdende digitalisering en automatisering de banen overlaten aan algoritmes en robots.

Toegeven dat de inflatie stijgt en dat de ECB er niets tegen wil doen, omdat zij niets kan doen? Dat is pas een verhitte discussie.

Geen enkele renteverhoging kan de DDD-inflatie stoppen. Een centrale bank kan de bevolking niet verjongen, noch kan ze zorgen voor een wonderbaarlijke vermenigvuldiging van de grondstoffen. 

Het grote gevaar voor de ECB is dat ze in de komende jaren net zo vergeefs een hogere inflatie zal proberen bekampen als dat ze in de afgelopen vijftien jaar heeft geprobeerd de deflatie te bestrijden. Want net zoals DDD-inflatie wordt veroorzaakt door factoren die buiten het bereik van de ECB liggen, waren het mondiale ontwikkelingen die de inflatie in de eurozone laag hebben gehouden: globalisering, digitalisering en overheidsbezuinigingen.

De strijd tegen de deflatie had almaar vaker negatieve neveneffecten. Als de strijd tegen de toekomstige inflatie met dezelfde middelen wordt gevoerd, zal de prijs hoog zijn: een sterke afkoeling van een nog pril economisch herstel. Toegeven dat de inflatie stijgt en dat de ECB er niets tegen wil doen, omdat zij niets kan doen? Dat is pas een verhitte discussie.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud