Identiteitscrisis

Zou het kunnen dat Geert Bourgeois even vergeten was dat zijn partij de laatste jaren niet meteen een grote hartstocht tentoon heeft gespreid voor de PS? Alleszins nodigde de Vlaamse minister-president gisteren PS-boegbeeld Paul Magnette uit om deel te nemen aan de federale gesprekken over de fameuze taxshift.

Door Dave Sinardet, professor politieke wetenschappen aan de VUB en de Université Saint-Louis Bruxelles. Zijn column verschijnt tweewekelijks op woensdag

Enfin, eigenlijk nodigde Bourgeois vooral zichzelf uit, maar tegelijk ook de vertegenwoordigers van de andere deelgebieden in dit land. En dus ook zijn Waalse evenknie Magnette. Dat moet vermijden dat de federale regering eenzijdige fiscale hervormingen goedkeurt die ingaan tegen het belang van Vlaanderen. En dus ook tegen het belang van Wallonië en Brussel. Beleggen Bourgeois en Magnette binnenkort ook samen een persconferentie om zich te verzetten tegen de federale hegemonie?

Nu haalde Bourgeois wel correcte argumenten aan: als de federale regering aan de personenbelasting of btw raakt, heeft dit een impact op de inkomsten van de deelgebieden. En je kan ook zeggen dat de stelling van Bourgeois niet zo gek is voor een vertegenwoordiger van een deelstaat in een federaal land.

Je kan ook zeggen dat de stelling van Bourgeois niet zo gek is voor een vertegenwoordiger van een deelstaat in een federaal land. Alleen is België niet zozeer een federatie, maar een particratie.

Alleen is België niet zozeer een federatie, maar een particratie. Wie de politieke dynamiek goed wil begrijpen kijkt best niet eerst naar overheidsniveaus maar naar partijen. Want daar - en dan vooral bij de partijtop - ligt de kern van de besluitvorming. Betrek je 'de deelstaten' bij de taxshift, dan betrek je in de huidige context dus vooral PS en cdH Hoe dat de besluitvorming ‘Vlaamser’ moet maken (wat dat dan ook betekent) is een raadsel. Als Bourgeois sterk weegt in zijn partij wordt hij sowieso gekend. Of hij daar ook officieel zit als Vlaams minister-president, is vooral Vlaamse symboliek.

©Dieter Telemans

Andere federale landen kennen wel een veel zuiverder onderscheid tussen bestuursniveaus, omdat de partijen daar anders georganiseerd zijn. In Canada zijn er vaak andere partijen actief op het federale en het provinciale niveau. Zo staat de Parti Libéral du Québec volledig los van de tweetalige Parti Libéral du Canada. En dat geldt ook voor de nationalisten: de Parti Québecois zetelt in het parlement van Québec en de Bloc Québecois in Ottawa.

Nu is Canada wel een vrij extreem voorbeeld. Andere gedecentraliseerde landen kennen vaak partijen die zelf min of meer gedecentraliseerd zijn. In Groot-Britannië is Scottish Labour bijvoorbeeld een afdeling van de Labour Party die zich gaandeweg autonomer is gaan profileren.

België zit echter aan het andere einde van het continuum: geen federale partijen, enkel regionale die steeds bij elke verkiezing weer opkomen. Bovendien kennen de meeste partijen geen aparte regionale en federale structuren, behalve dat de parlementsfracties natuurlijk wel apart vergaderen. Politiek personeel switcht in ons land ook heel makkelijk van niveau zodat een langdurige identificatie met een niveau moeilijk groeit.

In de jaren 1990 had je wel eens fricties tussen federaal premier Dehaene en Vlaams minister-president Van Den Brande. Die laatste voerde trouwens een veel consequenter Vlaams-nationalistisch discours dan Bourgeois vandaag doet. Maar dat was toch vooral het gevolg van een taakverdeling binnen de CVP, die zowel het meer Vlaams- als het meer Belgischgezinde deel van het electoraat wou tevreden houden.

Zoals dat gaat in een particratie kwamen er pas grote conflicten toen er deels andere partijen in de federale en deelregeringen terecht kwamen.

Nu er aan Franstalige kant voor het eerst geen enkele overlap meer is tussen de federaal en regionaal besturende partijen en de leidende formaties - PS en MR - bovendien op voet van oorlog staan, zijn Waals-federale conflicten perfect voorspelbaar. Het is verrassend dat ze nog niet eerder en heviger opdoken.

Hier speelt natuurlijk wel de identiteit van de N-VA mee. Na jaren te hebben gehamerd op Vlaamse symboliek ligt het voor de Vlaams-nationalisten moeilijk om bij te dragen tot de perceptie dat alles federaal gedomineerd wordt.

Dat er ook aan Vlaamse kant zo'n spanning ontstaat is verbazender. Via hun partijen kunnen Vlaamse en federale excellenties immers perfect alles op elkaar afstemmen.

Hier speelt natuurlijk wel de identiteit van de N-VA mee. Na jaren te hebben gehamerd op Vlaamse symboliek ligt het voor de Vlaams-nationalisten moeilijk om bij te dragen tot de perceptie dat alles federaal gedomineerd wordt.

Zo ontstaat een spanning die de N-VA wel vaker parten speelt: die tussen haar nationalistische en socio-economische profiel. Enerzijds wil de N-VA er over waken dat Vlaanderen - en dus de deelgebieden - hun grip versterken, anderzijds betekent dat vandaag in de praktijk de PS meer invloed geven in het socio-economische beleid.

Nochtans leek de N-VA duidelijk te hebben gekozen: het communautair spierballengerol werd tijdelijk ingeruild voor een sociaal-economisch beleid zonder PS. Zoals te verwachten heeft niet iedereen binnen de partij het daar even makkelijk mee. Bourgeois lijkt te suggereren dat de N-VA als partij spontaan niet genoeg aan het Vlaamse belang zal denken.

Al is het natuurlijk ook mogelijk dat de uitlatingen van Bourgeois iets zeggen over de interne verhoudingen binnen de N-VA, waar de communicatie tussen de federale en Vlaamse excellenties misschien niet optimaal is. Als Bourgeois het gevoel heeft dat dat hij als prominent partijman in een particratie niet genoeg kan wegen op de besluitvorming zegt dat misschien ook iets over zijn positie binnen zijn partij. En is een beroep doen op zijn rol als minister-president een logische zet om dat gewicht te vergroten.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud