Ik heb de aandeelhouders liever mondig

Algemene vergaderingen verlopen doorgaans mak. Het zou een goede zaak zijn mochten de aandeelhouders wat actiever worden.

Door Herman Daems, emeritus professor aan de KU Leuven en voormalig voorzitter van Gimv.

‘Ik heb de patiënten liever mondig’, zei een bekwame arts onlangs in een krant. Ik moest aan die uitspraak denken nu het seizoen van de algemene vergaderingen weer voorbij is. In België verliepen de meeste aandeelhoudersvergaderingen braaf. Hier en daar waren er enkele kritische vragen en wat ongenoegen over stemmingen die volgens de aanwezigen anders uitdraaiden dan zij op basis van de vragen in de zaal gehoopt hadden. Meestal komt dat omdat de aanwezigen vergeten dat veel stemmers niet in de zaal zitten en al op voorhand steminstructies gaven.

Er werden door de aandeelhouders ook wat schuchtere vragen gesteld over de vergoedingen van de topmanagers en of er wel kwijting aan de bestuurders kon gegeven worden. Zoals gebruikelijk namen de Groene Petjes, een groep mondige aandeelhouders die al jaren ontevreden is over het dividendbeleid van de Nationale Bank, het voortouw bij het ondervragen van bestuurders en managers over het gevoerde beleid. De Groene Petjes doen dat traditiegetrouw niet alleen bij de Nationale Bank maar ook bij vele beursgenoteerde ondernemingen.

Ondanks deze kleine oprispingen verlopen Algemene Vergaderingen in België doorgaans gezapig. Er wordt beleefd geluisterd, er worden enkele vragen - soms heel pertinente - gesteld en de rekeningen, kwijtingen en benoemingen worden meestal vlot goedgekeurd. Grote aandeelhoudersopstanden zoals tijdens de Algemene Vergaderingen van Fortis op het einde van 2008 en het begin van 2009 zijn eerder uitzonderlijk. Ook in het buitenland zijn de jaarlijkse bijeenkomsten van de aandeelhouders zeer beschaafd. Het management praat, de aandeelhouders luisteren, enkele mondigen stellen vragen en na de stemmingen wordt het glas van de min of meer tevreden aandeelhouder gedronken.

Stijl

Dit jaar leek het er even op dat de stijl zou veranderen. De internationale financiële pers schreef zelfs over ‘the shareholder spring’, naar analogie met de Arabische volksopstand. Aanleiding was het wegstemmen door de aandeelhouders van het verloningspakket en het niet herbenoemen van topmensen in enkele bekende buitenlandse bedrijven. Misschien is dit het begin van een vruchtbaar debat tussen aandeelhouders, bestuurders en managers? Moet dit wel, en kan het?

In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt is in beursgenoteerde ondernemingen heel wat inspraak mogelijk. Je koopt als toekomstige aandeelhouder voor enkele tientallen euro’s één of meerdere aandelen, je registreert je en je wandelt de vergadering binnen. Daar kun je de vragen stellen die je wil en zolang je wil. De voorzitter van de vergadering moet je laten praten, als je jezelf maar niet herhaalt en als je maar niet vraagt naar informatie die de onderneming op commercieel gebied kan schaden. Ik ken weinig organisaties in de moderne maatschappij waar dit kan. Sommige aandeelhouders maken van dit recht intens gebruik, maar het zijn meestal uitzonderingen. Vaak zijn het dan nog actiegroepen, wat nog maar eens bewijst dat inspraak in de beursgenoteerde ondernemingen wel mogelijk is. Al geef ik eerlijk toe dat de inspraak niet altijd tot een ander ondernemingsbeleid leidt. Maar de kritiek kan toch geuit worden.

Beste plaats

De algemene vergadering kan een forum zijn waar aandeelhouders, bestuurders en managers over de werking, de strategie, de financiering en de risico’s van de onderneming praten en natuurlijk ook over de verloning van de topmensen. Het is waarschijnlijk de beste plaats om over die onderwerpen te debatteren.

Toch ken ik heel wat bedrijfsleiders die de algemene vergaderingen niet heel nuttig vinden en er liefst zo snel mogelijk mee klaar zijn. Dat zie je ook aan het feit dat bestuurders vaak afwezig zijn, al heb ik de indruk dat dit de laatste jaren begint te verbeteren. De redenen waarom algemene vergaderingen niet geliefd zijn, zijn complex. Belangrijke aandeelhouders hebben andere kanalen om met bestuur en directie te praten. Institutionele aandeelhouders wensen zich vaak om juridische overwegingen niet uit te spreken en beperken zich tot het uitbrengen van een goedkeurende of afkeurende stem. En de kleine aandeelhouders, op enkele waardevolle uitzonderingen na, hebben zelden de kennis om scherpe vragen te stellen.

Maar er is meer: de keuze van een strategie, het aanduiden en beoordelen van een management-team, het controleren van het gebruik van de middelen kunnen niet in een publieke vergadering gebeuren. Daarvoor dient de raad van bestuur. De aandeelhouders kunnen daarover vragen stellen, kunnen de topmensen tot verantwoording roepen en zullen moeten goed- en afkeuren, maar zij kunnen niet besturen. De uitdaging is om de verschillende vennootschapsorganen effectief hun specifieke rol te laten spelen. Ik blijf ervan overtuigd dat de rol van de aandeelhouders op een algemene vergadering essentieel is voor een goede werking van de onderneming.

Plicht

Mondige aandeelhouders zijn nodig. Maar hoe krijg je dat voor elkaar? Moderne communicatiemiddelen kunnen helpen. Meer en betere contacten tussen de raad van bestuur en de aandeelhouders, samen of los van het management, kunnen nuttig zijn. Al schijnen recente ervaringen uit te wijzen dat wanneer extra contactvergaderingen van bestuurders met aandeelhouders georganiseerd worden, daar geen belangstelling voor is. Dat brengt het essentiële punt naar boven. Aandeelhouders moeten ook hun verantwoordelijkheid opnemen en hebben, volgens mij, de plicht mondig te zijn.

Natuurlijk kunnen aandeelhouders van beursgenoteerde ondernemingen hun standpunt duidelijk maken door aandelen te kopen of te verkopen. Daardoor stijgt of daalt de beurskoers. Dat geeft de bestuurders en managers een signaal over wat de aandeelhouders willen. Dergelijke signalen kunnen duidelijk zijn. Een dalende koers doet de kapitaalkosten stijgen, wat er op wijst dat de onderneming met de huidige leiding en strategie niet aangemoedigd wordt om nieuwe investeringen aan te gaan. Maar heel vaak zijn de beurssignalen te vaag om een praktische handleiding te zijn bij bestuursbeslissingen zoals opties voor management, de hoogte van verloningen en zelfs dividendbeslissingen. Een goed debat tussen bestuurders en aandeelhouders kan veel sneller helderheid brengen.

Ik weet dat er nog andere plannen zijn om aan de algemene vergadering een nieuwe dimensie te geven. Sommigen willen er een soort vergadering van stakeholders van maken. Daar geloof ik niet in, omdat dit zal leiden tot een oeverloos gepalaver, waardoor de essentiele beslissingen die over de bedrijfsvoering moeten getroffen worden in verdrukking zullen komen. Dat soort stakeholder-overleg kan voor specifieke problemen nuttig zijn, maar gebeurt best in een ad hoc vergadering.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud