Illusoire stabiliteit

©doc

Waar we het meest verontrust over moeten zijn? Dat beleidsverantwoordelijken nog overmoediger zijn geworden. Volgens psychologen komt dat bij machtige mensen wel vaker voor bij groot onheil waar ze zelf niet onschuldig in waren. In tijden van crisis gaan de hakken nog meer in het zand, terwijl men gevestigde overtuigingen net in vraag zou moeten stellen.

Door Ivan Van de Cloot, hoofdeconoom Itinera en executive professor Antwerp Management School

Ik denk aan centraal bankiers die de vlucht vooruit nemen in plaats van te beseffen dat de economie geen perfect te tunen machine is. Een bescheiden centraal bankier snapt dat economische processen minder stabiel zijn dan ooit. Dan blijf je niet de illusie van finetuning koesteren, maar treed je op om groot en zeker onheil af te wenden. Na 2008 hoopte ik dat een centraal bankier bij een nulrente geen expliciet geruststellende signalen meer zou uitzenden over de oplopende beurswaarderingen, zoals onlangs Fed-voorzitter Janet Yellen.

Even verontrustend is dat beleidsmakers blijven dwepen met economische modellen die je in de steek laten als je ze echt nodig hebt. Bepaalde modellen worden gehanteerd omdat ze het beste zijn dat onze wiskundige handigheid vandaag toelaat, niet omdat ze de realiteit het best benaderen. Nihilist hoeven we daarom niet te worden, maar we moeten wel wijs omgaan met de beperkingen van onze kennis.

De geschiedenis leert dat economische instellingen essentieel zijn voor onze welvaart. Het gaat over marktlegitimerende zaken zoals het pensioenstelsel en marktstabiliserende zoals het monetair stelsel en het wisselkoersregime. Daar moeten we omzichtig en met grote realiteitszin mee omspringen. De behoeders moeten dan ook uit speciaal hout gesneden zijn. Terwijl ondernemers net moeten durven te springen en niet té berekenend mogen zijn, is dat voor een centraal bankier toch anders.

Ondoordachtheid bij beleidsmakers die het pensioensysteem op drijfzand bouwden, kan uitmonden in een maatschappelijke catastrofe. Een monetair experiment kan een maatschappij ten gronde richten, zoals bij de Duitse hyperinflatie van begin 20ste eeuw. Om opportunisme te vermijden bracht men het monetair beleid onder bij een onafhankelijke centrale bank. Dat is geen wonderoplossing gebleken. Het sluit nauw aan bij het debat over regels versus handelingsvrijheid.

Beleidsmakers de handen binden maakt dat ze zich niet al te opportunistisch kunnen gedragen. Een maximale schuldregel voor budgettaire overheden, of beperkingen voor centraal bankiers. Uiteraard belemmert dat hun vrijheid om extreem in te grijpen als ze dat nodig vinden. Maar met uitzonderingen is de kans echter groot dat alle discipline binnen de kortste keren foetsie is. Sommigen zien dan heil in extreme oplossingen, zoals de geldcreatie via een goudstandaard aan banden leggen.

De pendelbeweging tussen regels en vrijheid was er altijd al, en nu zoeken we een nieuw evenwicht. Belangrijk is een open debat over de fundamentele opties, met een grote dosis realisme. Wegens de monetaire unie is daar grote behoefte aan. Het huidige status quo is onhoudbaar, en je krijgt meer dan de indruk dat de Europese elite in een luchtbel van zelfbegoocheling leeft. Dat zie je ook aan de lichtzinnigheid waarmee de eurozone nog steeds nieuwe leden toelaat. Collectief het hoofd in het zand steken is echt geen goede strategie.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud