Imposter syndrome

managing director van A Seat At The Table

De zeldzame keren dat ik even stilsta bij mijn dagelijkse bezigheden, verdringt mijn 'imposter syndrome' mijn gebruikelijke tikkeltje overmoed en zelfvertrouwen.

Ik heb een grote voorliefde voor mensen met een hoek af. Ondernemers, vernieuwers en avonturiers die zich niet al te veel aantrekken van de conventies en voluit gaan voor hun eigen ambities en dromen.

Als kind verslond ik - aangemoedigd door mijn moeder - de biografieën van de ontdekkingsreizigers, activisten en uitvinders van weleer. De boeken boden een soort van escapisme uit mijn redelijk beperkte omgeving. Het leeuwendeel van mijn lagere en secundaire scholing doorliep ik op strenge katholieke scholen met naam en faam. Waar ik steevast een van de enige leerlingen met migratieroots was. Het felle contrast tussen mijn leefwereld en die van mijn klasgenoten fascineerde me mateloos.

Onbewust koesterde ik altijd een lichte afgunst tegenover mijn klasgenoten. Ze hadden stabiliteit, wisten al op jonge leeftijd wat ze wilden doen met hun leven, beoefenden een brede waaier van exotisch klinkende hobby’s en gingen om de haverklap op verre reizen met hun ouders, terwijl mijn ouders elke maand moesten vechten om rond te komen.

Veel van de avonturen waarin we ons vandaag intuïtief storten maar die niet meteen logisch zijn voor de buitenwereld, leveren op de lange termijn unieke opportuniteiten op. Het grotere plaatje ontdekken we later wel.

De ervaringen van de Marokkaanse gastarbeiders uit de jaren 60 en daaropvolgende generaties in België vat ik doorgaans samen met een van mijn favoriete passages uit Ivan Toergenjevs 'Vaders en zonen': ‘We zitten in de modder, beste vriend, en reiken naar de sterren.'

De vele offers en het eeuwige geploeter van de Marokkaanse vaders en moeders van de eerste en tweede generatie om uit de modder te raken inspireerde de afgelopen jaren veel generatiegenoten in de klassieke achterstandswijken van Belgische centrumsteden om iets van hun leven te maken. Aan de interacties met de ‘zonen en dochters van’ op de katholieke scholen hield ik vooral een grote nieuwsgierigheid over.

Door die clash tussen twee werelden, de sociaal-economische onder- en bovenklasse van onze samenleving, zat ik met het gevoel dat ik een grote achterstand had opgelopen op al mijn leeftijdsgenoten. Tijdens mijn adolescentie ontwikkelde zich een soort ‘chip on my shoulder’ die me door de jaren heen de nodige energie, ambitie en gebrek aan realiteitszin gaf om mijn stoutste dromen na te jagen.

Veel energie en weinig richting typeerden mijn jaren als twintiger. Mijn ongebreidelde FOMO (Fear Of Missing Out) leverde me 1001 avonturen op in alle uithoeken van de wereld. Toch had ik, tot grote frustratie van mijn mentoren, voor mijn 30ste niet het flauwste benul van wat ik met mijn leven wou doen.

Grotere plaatje

De Apple-producten van Steve Jobs waren me vroeger net iets te duur geprijsd, maar ik schaarde me toen wel achter zijn principe van ‘connecting the dots’. Veel van de avonturen waarin we ons vandaag intuïtief storten, maar die niet meteen logisch zijn voor de buitenwereld, leveren op de lange termijn unieke opportuniteiten op. Het grotere plaatje ontdekken we later wel.

Aan de interactie met de zonen en dochters van de betere klasse op de katholieke scholen hield ik vooral een grote nieuwsgierigheid over.

Een aanzienlijk deel van mijn professionele activiteiten gebeurt op automatische piloot. Organiseren, ontwikkelen, adviseren en het dagelijkse wereldkampioenschap powerpoint. Liefst in een hoog tempo en met een brede variëteit aan avonturen. Als het maar vooruitgaat.

De zeldzame keren dat ik even stilsta bij mijn dagelijkse bezigheden, maakt mijn gebruikelijke tikkeltje overmoed en zelfvertrouwen plaats voor mijn ‘imposter syndrome’. Een overweldigend gevoel maakt zich dan van mij meester: ‘Ik kan niets en ik weet niets.' Ik voel me een indringer in een wereld die niet de mijne is. Ik vind het dan een regelrechte schande dat ik bepaalde opportuniteiten krijg, en dat er snel een einde moet komen aan deze schijnvertoning.

Het is een almaar luider wordende stem in mijn achterhoofd die mijn ambities fnuikt en me weer naar de modder stuurt. Ploeteren voor stabiliteit. Die context ligt me iets nauwer aan het hart dan de wereld van keynotes, executive events, galadiners en skyboxen waarin ik - in zeldzame momenten van reflectie - hopeloos verdwaald loop. Ik koester mijn imposter syndrome mateloos.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud