Inspireren, faciliteren en investeren

De lectuur van de 300 bladzijden doorwrochte tekst van het Vlaams regeerakkoord deed bij mij de vraag rijzen wat uiteindelijk de essentiële taak is van de overheid. In onze westerse wereld is het economische model dat van een kleine overheid, die er vooral over waakt dat de spelregels voor de vrije markt worden gevrijwaard. Ze moet bedrijven een vruchtbare voedingsbodem geven om zich te ontwikkelen en mensen de kans geven een goede opleiding te volgen en een baan te vinden en, indien dat niet lukt, tegen armoede beschermen. De overheid is daarbij eerder een facilitator en veel minder een actor om economische groei, investeringen en werkgelegenheid te scheppen.

Ook in het Vlaams regeerakkoord sijpelt die gedachte van een kleine, ondersteunende overheid door. Vandaar de besparingen in de werkingsmiddelen en enkele duidelijke verwijzingen naar taken die beter door private partijen dan door de overheid gerealiseerd worden.

Toch mag het belang van een overheid niet enkel als facilitator maar ook als actor niet worden onderschat. Met spijt moeten we vaststellen dat ondanks de enorme technologische vooruitgang, onder meer op het vlak van ICT- en datagedreven innovaties, in zowat heel de geïndustrialiseerde wereld de groei van de productiviteit verzwakt. Dat is zowel in de Verenigde Staten als in Europa het geval. Spijtig genoeg bengelt ons land in Europa aan de staart.

Ik behoor niet tot de aanhangers van de club van Rome, die vinden dat we dan maar de limieten van de groei hebben bereikt. Productiviteitsgroei is dé drijfveer van onze welvaart en van ons welzijn. We dienen uit die impasse te geraken, en dat zal niet enkel van de private sector afhangen. Heel wat uitdagingen vergen een collectieve inspanning. Met de overheid als actor: om te inspireren, te faciliteren en te investeren.

Het zijn niet altijd de landen met de kleinste rol voor de overheid die de hoogste toppen scheren inzake vooruitgang en competitiviteit.

België werd jarenlang geprezen om zijn uitstekende infrastructuur. Niet enkel die van de wegen en de havens, maar ook op het vlak van onder meer de energievoorziening en de databekabeling. Die voorsprong is een schrijnende achterstand geworden. Er zijn dus heel wat goede redenen om de collectieve investeringen opnieuw aan te zwengelen. De overheid kan bovendien lenen aan een nulrente. Zorgvuldig gekozen projecten zijn volgens een bedrijfseconomische logica perfect af te schrijven over meerdere jaren. De Europese begrotingsregels staan dat echter niet toe.

Maar naast zulke evidente investeringen zijn er ook de nieuwe uitdagingen: de klimaatverandering, de toegenomen diversiteit in de samenleving, de vergrijzende bevolking die ook op het vlak van de zorg nieuwe noden schept. Enkel een zeer doorgedreven samenspel van wetenschappelijke vooruitgang, ondernemerschap en een actieve rol van de overheid kan zulke complexe uitdagingen mee helpen op te lossen. Die drie partijen dienen in een nauwe samenwerking elkaar te vinden.

In Europa wordt steeds meer gepleit voor zo’n missiegedreven aanpak. In plaats van enkel een project aan te pakken, zoals de bouw van een nieuwe energiecentrale, wordt het globale probleem in kaart gebracht. De missie is een omslag naar hernieuwbare energie te realiseren. Wat zijn de nieuwe technologieën die daarvoor kunnen worden ingezet? Welke bedrijven kunnen die nieuwe, slimmere systemen uitbouwen? Welke aanpassingen in het netwerk zijn daarvoor nodig? Staat de regelgeving ergens in de weg?

In het Vlaamse regeerakkoord staan heel wat handvaten die op die nieuwe rol voor de overheid inhaken. Het kan geen kwaad die ambitie ook expliciet te benoemen. De overheid kan wel degelijk inspireren, faciliteren én investeren. Het zijn niet altijd de landen met de kleinste rol voor de overheid die de hoogste toppen scheren inzake vooruitgang en competitiviteit. Het volstaat daarvoor te kijken naar de topranking van de landen in het vorige week verschenen competitiviteitsrapport van het Wereld Economisch Forum.

Lees verder

Tijd Connect