Jobcijfers federale regering zijn niet zo uitzonderlijk

Hoofdeconoom van Voka

De regeringspartijen pakken graag uit met de jobcijfers, maar een werkzaamheidsgraad van 80 procent blijft ver weg, schrijft Bart Van Craeynest.

Partijen als Open VLD en de PS pakken in deze campagne graag uit met de sterke economische prestaties van de federale regering, en dan vooral met de (volgens hen) opmerkelijke jobcijfers.

Volgens de Nationale Bank kwamen er sinds de start van de regering-De Croo netto 255.000 jobs bij. Dat zijn fraaie cijfers, al worden die wat vertekend doordat het ergste van de coronacrisis in het begin van de regeerperiode al achter de rug lag. In vergelijking met eind 2019, net voor corona, kwamen er 220.000 jobs bij. Iets meer dan een op de drie (80.000) van die extra jobs kwam er bij de overheid zelf.

Advertentie

Op zich blijven dat degelijke cijfers, maar zeker in vergelijking met de rest van Europa wordt al snel duidelijk dat die veel minder uitzonderlijk zijn dan bepaalde partijen willen doen uitschijnen.

Volgens de Europese cijferdienst Eurostat nam de werkgelegenheid in ons land sinds eind 2019 met 4,4 procent toe. Dat is duidelijk beter dan het Europese gemiddelde (2,7%) en dan in Frankrijk (2,7%) en Duitsland (1,4%). Maar Spanje (5,9%), Nederland (6,2%) en Griekenland (7,2%) deden het nog een pak beter.

De evolutie van de werkzaamheidsgraad zet de Belgische prestaties nog meer in perspectief. Op dat vlak verloren we de voorbije jaren duidelijk terrein. België blijft bij de landen met de laagste werkzaamheidsgraad van Europa, en de voorbije jaren werd onze achterstand op het Europese gemiddelde groter.

In vergelijking met eind 2019 nam de werkzaamheidsgraad met 2,1 procentpunten toe tot 72,5 procent. In dat tempo gaan we 80 procent niet halen tegen 2030.

Meer mensen aan het werk was nochtans een van de prioriteiten van de regering-De Croo. Die schoof de doelstelling van een werkzaamheidsgraad van 80 procent tegen 2030 naar voren. Tegenover eind 2019 nam die met 2,1 procentpunten toe tot 72,5 procent. In dat tempo halen we 80 procent dus niet tegen 2030.

De regering heeft amper concrete maatregelen genomen om die doelstelling waar te maken. Voor onze overheidsfinanciën blijft meer mensen aan het werk krijgen nochtans cruciaal, ook al is het zeker niet de mirakeloplossing die sommigen ervan maken.

Volgens het Planbureau neemt de werkzaamheidsgraad tegen het einde van de volgende legislatuur vanzelf toe tot 74,3 procent. Mocht de volgende regering erin slagen dat via concrete maatregelen naar 80 procent te tillen, wat vooral in Wallonië en Brussel een totaal ander beleid vereist, dan betekent dat een kleine 400.000 extra mensen aan het werk.

Volgens staatssecretaris voor Begroting Alexia Bertrand (Open VLD) levert een extra werkende gemiddeld 28.000 euro op voor de schatkist. Een werkzaamheidsgraad van 80 procent zou dan zo’n 11 miljard, of 1,8 procent van het bruto binnenlands product (bbp), bijdragen tot de begroting. Met een begrotingstekort dat op weg is naar 6,3 procent van het bbp tegen 2029 is het dus zeker niet zo dat meer mensen aan het werk al onze budgettaire problemen kan oplossen. Maar zonder meer mensen aan het werk wordt het sowieso een hopeloze opgave de begroting weer op de rails te krijgen. Hopelijk maakt de volgende regering er wel echt werk van. 

Gesponsorde inhoud
Tijd Connect
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.
Partnercontent
Partner Content biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.