Voorzitter FOD Sociale Zekerheid

De evaluaties van topambtenaren gebeuren best niet door de bevoegde minister.

Frank Van Massenhove voorzitter FOD Sociale Zekerheid

©BELGA

Als u over twee jaar in de kolom links onderaan op pagina 21 van uw krant leest dat Alona Lyubayeva gelijk heeft gekregen van de Raad van State, zult u dan nog weten wie ze is? Weet u het vandaag eigenlijk nog? Als ik ‘diversiteitsambtenaar’ zeg, zal bij sommigen een lichtje gaan branden. ‘O ja, die vrouw die ruzie kreeg met minister Homans en daarom de laan werd uitgestuurd.’ Zo vanzelfsprekend vinden we het dus in ons land dat een overheidsmanager de bons krijgt omdat haar minister haar te kritisch vond.

Vorige week kreeg ik bakken kritiek over me heen. Als reactie op het ‘Homans stuurt topambtenaar de laan uit wegens te kritisch’-artikel in Het Nieuwsblad’, tweette ik: ‘Als je niet kunt winnen met argumenten, je macht ge/mis?bruiken.’ Ik hoorde te zwijgen, want ik kende het dossier niet.

Dat hoefde ook niet. De minister had een eerlijke evaluatie al onmogelijk gemaakt door ‘Barbertje moet hangen’-uitspraken te doen vooraleer de Vlaamse regering zich over het dossier had kunnen uitspreken. Zoiets is gevonden eten voor media die hun lezers kunnen laten smullen van een robbertje moddervechten tussen een ministeriële brokkenpiloot met te veel vliegtuigen en een niet om straffe uitspraken verlegen zittende topambtenaar.

Diezelfde media laten spijtig genoeg na te wijzen op het feit dat overheidsmanagers geëvalueerd moeten worden op basis van het behalen van de afgesproken resultaten, en niet op grond van hun meningen. Natuurlijk kan een topambtenaar zich sommige uitspraken niet veroorloven. Maar dan geldt de tuchtregeling.

Als een minister een topambtenaar negatief evalueert omdat die onwelkome meningen verkondigt, bezondigt hij zich aan wat administratief rechterlijk ‘machtsafwending’ heet. Dat is je macht gebruiken voor iets anders dan waarvoor ze bedoeld is. Even deze mijmering... Stel dat mevrouw Lyubayeva zich nooit in de media had geprofileerd, zich altijd moeiteloos achter de stellingen van haar minister had geschaard. En stel dat ze haar resultaten amper had behaald. Denkt u dat de minister dan haar ontslag zou hebben gevraagd?

Topmanagers sneuvelen omdat ze geen genade vinden in de ogen van de voogdijminister.

Ik durf met grote stelligheid te zeggen: no way. Laat ons wel wezen, deze stelling heeft niets met mevrouw Homans te maken. Maar wel met de vaststelling dat als er al eens een topmanager afgeserveerd wordt, dat nooit is omdat hij zijn resultaten niet haalde. Topmanagers sneuvelen omdat ze geen genade vinden in de ogen van de voogdijminister. Sluwe ministers bekritiseren de topambtenaar die hen op de zenuwen werkt niet publiekelijk, maar speuren in het rapport van het gespecialiseerde bureau dat de evaluatie voorbereidt naar elementen die een negatieve beslissing mogelijk maken. In de zaak-Lyubayeva werd op dezelfde manier gespind. Zo zouden er een paar ambtenaren naar de vertrouwenspersoon zijn gestapt met klachten.

Dat brengt me bij het tweede deel van mijn druk becommentarieerde tweet van vorige week: ‘Evaluaties zouden nooit door ministers mogen gebeuren.’ Evaluaties gebeuren op basis van een bestuursovereenkomst die de overheidsmanager met zijn minister afsluit. De minister is niet alleen partij maar ook rechter. Hij kan beslissen of de topambtenaar de afspraak nakwam. Zou u het correct vinden als u een bouwcontract tekent met uw aannemer en dat u bij betwisting geconfronteerd wordt met diezelfde aannemer als rechter? Ik dacht het niet.

Het vele geld dat nu wordt gespendeerd aan bureaus die de ministers bijstaan in het maken van evaluaties kan beter worden geïnvesteerd in een team van professionele evaluatoren die op basis van objectieve gegevens vaststellen of overheidsmanagers de doelstellingen halen. Natuurlijk mogen dat geen (gewezen) overheidsmanagers zijn, want dan verzeil je in een even verwerpelijk spiegelbeeld van de huidige situatie. Maar bij de Vlerick Businessschool, de Antwerp School of Management, het Leuvense Instituut van de Overheid en de in evaluatie gespecialiseerde bureaus lopen genoeg topspecialisten rond die deze klus eerlijker, beter en goedkoper kunnen klaren.

De meeste ministers zouden dat toejuichen. Ze haten de tijdrovende evaluatieprocedures, die ze terecht als niet-essentieel voor hun opdracht ervaren. Een klein aantal ministers zal met tegenzin vaststellen dat ze met objectieve evaluaties het beste drukkingsmiddel verliest om topmanagers te disciplineren en minder koosjere dingen voor zichzelf en het kabinet af te dwingen. Niet alle overheidsmanagers zullen staan springen van geluk bij de invoering van objectieve evaluaties. Zij die ondermaats presteren, zullen heftig tegen zijn omdat ze dan hun hachje niet meer kunnen redden door onderdanig alle wensen van de minister in te willigen.

Maar de meeste topambtenaren zouden zich bevrijd voelen. Met elke overheidsmanager of ambtenaar die voor de bijl gaat na een procedure waar de schijn van partijdigheid en het vermoeden van partijwraak van afdruipen, stijgt de onrust over de verlenging van het eigen mandaat en verkleint de aandrang om moedig mondig te zijn. Erger nog, goede ambtenaren denken nu twee keer na alvorens zich kandidaat te stellen voor een risicovolle mandaatfunctie en gedreven privémanagers zullen nog minder geneigd zijn naar de overheid over te stappen. Het gevaar van kwaliteitsverlies bij het toppersoneel van onze overheidsorganisaties is verre van denkbeeldig. Zo wordt het ingewikkelde netwerk van checks and balances waarmee de kwaliteit van de rechtstaat wordt gemeten, weer een beetje minder knoopvast.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud