Koopkracht is het probleem niet

Hoofdeconoom van Voka

Samen met heel wat andere organisaties uit linkse hoek wil de PS van koopkracht de inzet van de verkiezingen maken. Opmerkelijk genoeg lijken ze daarbij de recente sterke prestaties van ons land op dat vlak te vergeten.

De PS lanceerde vorige week haar verkiezingscampagne met als kernpunt een sterkere koopkracht. De loonnorm moet weg, zodat de lonen sneller kunnen stijgen, het minimumloon moet fors hoger, de uitkeringen en de pensioenen moeten verder opgetrokken worden… Samen met heel wat andere organisaties uit linkse hoek wil de PS van koopkracht de inzet van de verkiezingen maken. Opmerkelijk genoeg lijken ze daarbij de recente sterke prestaties van ons land op dat vlak te vergeten.

Ondanks de combinatie van de coronacrisis en een spectaculaire inflatieschok is er in ons land geen koopkrachtprobleem. In de periode 2019-2023 steeg de inflatie wel met 17,6 procent, maar het gemiddelde loon per uur ging in dezelfde periode 19,6 procent hoger. Ook de uitkeringen en de pensioenen werden verhoogd. Gemiddeld kreeg het reëel beschikbaar inkomen van de gezinnen, de koopkracht dus, in 2022 wel een stevige tik (-1,9%), maar vooral via de automatische indexering werd dat in 2023 al meer dan goedgemaakt (+3,6%). Daarnaast nam de armoede de voorbije jaren geleidelijk af.

Voor de komende jaren blijven de vooruitzichten voor de koopkracht positief. Volgens de recentste vooruitzichten van het Planbureau zou de gemiddelde koopkracht in 2019-2029 15 procent toenemen. Voor alle duidelijkheid, dat is boven op de inflatie.

Nu is de versterking van de koopkracht, en de welvaart in brede zin, sowieso het ultieme doel van het beleid. Een cruciale voorwaarde is wel dat die koopkrachtstijging gebaseerd is op duurzame fundamenten. Dat was de voorbije jaren minder het geval.

De focus van de volgende legislatuur moet zijn hoe we ons economisch groeipotentieel opnieuw opkrikken.

De toename van de koopkracht ging ten koste van ontsporende overheidsfinanciën en een verslechterende concurrentiepositie van de bedrijven, die het grootste deel van de koopkrachtstijging financierden via hogere lonen. Dat laatste illustreren de duidelijke terugval van de winstmarges van de bedrijven en het verlies aan marktaandeel van onze exporteurs op de internationale markten.

Het voorbije anderhalf jaar zakte de macro-economische indicator van de winstmarges al met een dikke 8 procent. En volgens het Planbureau kijken de Belgische exporteurs in de periode 2021-2029 aan tegen een verlies aan marktaandeel van bijna 10 procent, waarmee de verbetering in dat marktaandeel in de voorgaande jaren volledig uitgewist zou worden.

België staat de komende jaren voor een hele reeks uitdagingen die onze toekomstige welvaart, en dus ook de toekomstige koopkracht, hypothekeren: de duurzame transitie, de vergrijzing van de bevolking, de stilvallende productiviteitsgroei, de geopolitieke verschuivingen, de twijfel over de globalisering, de wankele overheidsfinanciën, onze ontoereikende infrastructuur…

De focus van de volgende legislatuur moet zijn hoe we ons economisch groeipotentieel opnieuw opkrikken, want dat is op langere termijn doorslaggevend voor een duurzame koopkrachtstijging. Met een kortzichtige focus op een kortstondige koopkrachtboost van hogere lonen en uitkeringen die niet gebaseerd is op sterkere economische groei dreigen we op langere termijn allemaal slechter af te zijn.    

Gesponsorde inhoud
Tijd Connect
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.
Partnercontent
Partner Content biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.