La langue est tout le peuple

Freelancejournalist en regisseur

Vorige week keurde de commissie Internationale Zaken van het Parlement van de Franse Gemeenschap een merkwaardige resolutie goed die wel eens tot enige federale polemiek zou kunnen leiden.

De eerbiedwaardige afgevaardigden van het Franstalige Gemeenschapsparlement, dat zichzelf eenzijdig en volkomen ongrondwettelijk Fédération Wallonie-Bruxelles heeft genoemd, vinden het tijd voor een Brusselse top van de internationale francofonie. Zowel de federale staat België als de Franse Gemeenschap van dit land is lid van de Organisation Internationale de la Francophonie (OIF), een instelling die landen bijeenbrengt waar het Frans de taal van de meerderheid is of van een belangrijke minderheid.

De OIF heeft 54 vaste leden, waaronder ook minder verwachte landen zoals Albanië, Moldavië of Vanuatu en nog een dertigtal geassocieerde leden en observatoren. Onlangs diende zelfs Saoedi-Arabië een aanvraag in om de vergaderingen te mogen bijwonen.

Het blijft moeilijk voor francofone politici toe te geven dat Brussel eerder een taalmozaïek is, waar in meer dan 60 procent van de gezinnen geen van beide landstalen gesproken wordt.

De landen die lid zijn van de OIF hebben samen 900 miljoen inwoners. Daarvan zijn er slechts 274 miljoen Franstaligen. Het Frans is als wereldtaal sinds vorige eeuw sterk achteruitgegaan. Want er mogen dan maar 360 miljoen geboren Engelstaligen zijn, anderhalf miljard inwoners van deze planeet gebruiken het Engels dagelijks. Maar hoop doet leven. Door demografische groei zou het aantal francofonen volgens de OIF in 2065 kunnen stijgen tot een miljard. Bij veel Franstaligen leeft het idee dat de brexit een unieke kans biedt om van het Frans de eerste taal van de Europese Unie te maken.

De Franse Gemeenschap betaalt elk jaar met eigen middelen een behoorlijke bijdrage om het budget van de instelling rond te krijgen. Die heeft 85 miljoen euro nodig om onder meer haar presidente, tien directeurs, acht regionale bureaus en vier permanente vertegenwoordigers te betalen. Daarin is de kostprijs niet inbegrepen van de tweejaarlijkse topontmoetingen. Die wordt gedragen door het organiserende land.

Drie jaar geleden drong het FDF (nu DéFI) er al eens op aan dat België zou kandideren om zo’n top binnen te halen, maar het idee werd afgeschoten wegens budgettaire redenen.

Geweldig idee

Nu was het de MR die in een resolutie opnieuw aandrong op een francofone top in Brussel. Dat vonden alle Franstalige parlementairen opnieuw een geweldig idee. Maar omdat er in het budget van de Fédération nog steeds niet genoeg geld is om dat te doen, lieten de PS en het cdH een amendement goedkeuren met de eis dat de federale staat minstens een deel van de kosten betaalt.

Ik ben benieuwd hoe de N-VA zal reageren op dit ideetje van coalitiepartner MR.

Want de MR verdedigde de top ongecomplexeerd als een uitstekend middel om Brussel ‘als Franstalige stad te promoten’. Het blijft blijkbaar moeilijk voor francofone politici om toe te geven dat Brussel eerder een taalmozaïek is geworden met 180 nationaliteiten, waar in meer dan 60 procent van de gezinnen geen van de twee landstalen gesproken wordt. Het Frans heeft niet langer het statuut dat het vijftig jaar geleden had, toen totale verfransing nog mogelijk was. Door de internationalisering is het gereduceerd tot lingua franca.

De Franse Gemeenschap van ons land zou beter haar geld besteden aan het propageren van meertaligheid. Maar dat vergt enige wijsheid en wat zelfrelativering.

Veel Franstalige bewindvoerders blijven de hoofdstad van dit land echter in een version française bekijken. Dat heeft vaak heel veel met hun eigen eentaligheid te maken. Wie enkel kijkt naar Franstalige televisiezenders, waar films nog steeds gedubd worden, kent de waarde van talenkennis niet. En dat Brussel grondwettelijk een tweetalige stad is, hebben weinig Franstalige politici echt aanvaard. Als het op de verdediging van hun taal aankomt, vertonen die verrassend gauw de eng-nationalistische neigingen, die ze anders zo snel de Vlamingen verwijten. De taal is gans het volk, weet u wel, maar dan in het Frans.

Dat een taal een bindmiddel zou zijn tussen landen en volkeren en een vehikel voor universele waarden is een gevaarlijke romantische illusie. Het getuigt vooral van een voorbijgestreefd superioriteitsgevoel tegenover andere talen en culturen. De Franse Gemeenschap van ons land zou beter haar geld besteden aan het propageren van meertaligheid. Maar dat vergt enige wijsheid en wat zelfrelativering.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud