Laat de ECB haar werk doen en geef kwantitatieve versoepeling (QE) een kans

Hoogleraar economie UGent

Door Koen Schoors, hoogleraar economie aan de Universiteit Gent.

Afgelopen week kondigde ECB-voorzitter Draghi aan dat de ECB zou overgaan tot een beleid van kwantitatieve verruiming om de economie te stimuleren en de inflatie aan te jagen. Concreet gaat de ECB per maand 60 miljard euro aan staatsobligaties bij banken opkopen tot september 2016, waarmee een totaalbedrag van 1140 miljard euro is gemoeid. Dat doet op het eerste gezicht de balans van de ECB opnieuw oplopen tot het historisch hoogtepunt van juni 2012, wat nog altijd weinig is in vergelijking met de acties van de centrale banken van de VS en het VK. In werkelijkheid zal het een stuk minder zijn, omdat een belangrijk deel van die staatsobligaties nu al verpand zijn bij de ECB in ruil voor krediet. Er zal voor ten minste een deel een broekzak-vestzakoperatie gebeuren waarbij de toename van de directe aankopen van staatsobligaties gecompenseerd wordt door minder krediet van de ECB.

©Frank Toussaint

Zo nieuw zijn de maatregelen nu ook weer niet. De ECB kocht al eerder, en zonder dat al te luid te adverteren, voor honderden miljarden euro’s aan staatsobligaties van vooral zwakke eurolanden in de moeilijke jaren van eurocrisis 2010-2012 en redde zo in tijden van politieke impasse de eurozone. Nu gaat het om een vooraf aangekondigde gestage aankoop van 60 miljard overheidsschuld per maand op lange termijn.

Deze luidkeels aangekondigde kwantitatieve verruiming heeft een aantal doelstellingen. Ten eerste is het de bedoeling om de inflatieverwachtingen, die nu duidelijk onder 2 procent duiken, opnieuw op te schroeven tot minstens 2 procent om zo de dreigende deflatiespiraal te doorbreken. De maatregelen zullen zuurstof geven aan de banken die daarop deze keer hopelijk wel zullen reageren door de kredietverlening te versoepelen. De intrestvoeten voor overheden zullen verder dalen tot een absoluut minimum, wat de overheidsschuld zal verlichten, de begrotingssaneringen vergemakkelijken en de overheidsinvesteringen zal stimuleren. Velen zullen wegens de lage rendementen bij banken hun spaargeld investeren in aandelen en obligaties van bedrijven, wat opnieuw meer zuurstof zou moeten geven aan de economie. Het grootste en al duidelijk zichtbare effect zal zijn dat de koers van de euro zal dalen richting pariteit met de dollar, wat de inflatieverwachtingen wat zal verhogen en vooral de economie zal stimuleren via een uitgesproken daling van de loonkosten (uitgedrukt in buitenlandse munt) en dus een boost voor de export. De dollar en de Zwitserse frank ondervonden al duidelijk de gevolgen. Ook de Deense mark staat nu onder dezelfde druk om te revalueren.

De uitkomst van het beleid hangt in grote mate af van wat wij daar van denken.

Maar onze maatschappij is geen gecontroleerde laboratoriumomgeving. De uitkomsten van beleid hangen sterk af van wat wij daarvan denken. De resultaten van de kwantitatieve versoepeling worden dus bepaald door onze verwachtingen en door ons vertrouwen in de genomen beleidsmaatregelen en in de economie. Op dat vlak is het alvast geen briljant idee dat beleidsverantwoordelijken allerhande hun kritische politieke bedenkingen ventileren op publieke fora, eenmaal de beleidskeuze is gemaakt en aangekondigd. Zelfs Hans Werner Sinn, een van de invloedrijkste economen in Europa en zelfverklaard rationeel econoom, reageert ronduit emotioneel en expliciet negatief op de kwantitatieve versoepeling en dreigt zo het succes ervan te ondergraven.

Kritiek en open debat zijn nodig en noodzakelijk, maar dat hoort te gebeuren vooraleer het beleid vorm krijgt via de talloze kanalen die daarvoor bestaan, zoals wetenschappelijk onderzoek, beleidsvoorbereidend onderzoek van think tanks, maatschappelijk debat in de media, discussie in de organen van de ECB via onze talrijke nationale vertegenwoordigers en zelfs via de rechtbank. Maar eenmaal het beleid is gevormd, horen we de rangen te sluiten. Het eigen grote apocalyptische gelijk moet dan even op de achterbank om het gekozen beleid de grootst mogelijke kans op slagen te geven.

Europeanen verliezen de jongste tijd immers sneller vertrouwen dan de bomen bladeren in de herfst. De terrorismedreigingen en de veiligheidszorgen, de verschrikkelijke toestand in Oekraïne, de twijfels van de Europese Joodse gemeenschap en de gematigde moslims, het vrije woord dat rechtstreeks wordt aangevallen, de tegenreacties van links (bijvoorbeeld Syriza in Griekenland en Podemos in Spanje) en rechts (denk maar aan Le Pen in Frankrijk, de rechtse malloten van Pegida, de islamhysterie van Wilders), en de eindeloze begrotingsmiserie door de vergrijzing: het is allemaal niet echt van aard om ons vertrouwen aan te wakkeren. Bovendien begrijpen de meeste burgers niet ten volle wat monetair beleid precies inhoudt. Mogen we dan van onze beleidsmakers vragen ten minste niet zelf het vertrouwen in een van de meest performante instellingen, de ECB, te ondergraven en hun Europese gevechten met zorg te kiezen? Waarvoor dank.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud