Het was een kort bericht zonder weerklank in Vlaamse kranten deze zomer: ‘Meisje verongelukt in Duits Plopsa Park.’ Misschien had u ooit te maken met een drama als gevolg van wat u onderneemt. Misschien herkent u dit.

Augustus. Ik zou op vakantie gaan naar Friuli in Italië. Klaar om op te stijgen krijg ik telefoon. Er was een ongeval in Holiday Park bij Mannheim, een van onze vijf Plopsaparken. ‘Is het erg?’, vraag ik aan Steve, onze CEO. Aan zijn stem hoor ik dat die vraag overbodig is.

We vliegen. Diep onder ons schitteren de Alpen in de zon. Daar, voorbij de bergen aan de horizon, speelt zich nu een drama af. ‘Zou het een kind zijn?’, spookt door mijn hoofd. Ik denk aan onze raden van bestuur. Veiligheid was altijd punt één op de agenda. We kennen de historiek en de reputatie van onze attracties, waar ter wereld ze ook staan. Driemaal per jaar is er een keuring door externe firma’s. We laten niets aan het toeval over.

Geland. Het is onweerachtig in Friuli. Steve aan de lijn : ‘Ik ben nu in het park. Het is een meisje van elf. Op slag dood. Het was op de Spinning Barrels. Niemand begrijpt wat er gebeurd is. Ze is tussen de draaiende schijven terechtgekomen, voor de ogen van haar moeder. De vader is een Amerikaanse militair. Hij is in Afghanistan. Het onderzoek is volop bezig. Het staat hier vol pers.’ ‘Ik kom af’, zeg ik. ‘Niet doen, we redden het wel.’ ‘Goeie moed, Steve.’

In de hotelkamer tik ik ‘holiday park’ in op mijn tablet. Ik zie ik hoe het nieuws zich verspreidt. Vooraan op alle Duitse nieuwssites. ARD, ZDF en RTL tonen beeldfragmenten. ‘Het schandaalblad Bild belt aan elke deur in het dorp van het meisje aan’, meldt Steve. Ik voel dat hij van streek is, maar ik bewonder zijn aanpak.

Het regent de dagen erna. We wandelen de Monte Matajur op. Steve belt, met onzekere stem. ‘De vader was hier, een reusachtige man met combat boots. Hij wilde de plaats zien. Eerst was hij vriendelijk, maar dan heeft hij ons bedreigd. Hij heeft het dossier met de namen en adressen van de verantwoordelijken. Hij zegt dat hij iedereen zal vinden. Dat hij iets zal aanrichten dat erger is dan wat in Afghanistan gebeurt. De politie heeft hem weggeleid. We zijn bang hier’, zegt Steve.

Het regent nu hard. De klim is steil. Het water stroomt langs mijn gezicht naar beneden. Maar ook zonder regen was het niet droog gebleven. Ik denk aan de vader, aan zijn wanhoop. Aan Samson, het hondje waar we ooit onbevangen mee begonnen zijn. Aan het menselijke drama dat nu uitdijt, van Duitsland, over de Verenigde Staten, naar Afghanistan…

Nu, maanden later. De attractiebediener, een derdejaarsstudent rechten, is in staat van beschuldiging gesteld. Hij heeft een poortje opengelaten, wijst het eerste onderzoek uit. Er hangt hem mogelijk een straf van tien jaar boven het hoofd. In België is zo’n veroordeling, als gevolg van een onopzettelijke fout, onmogelijk.

Op de begrafenis van het meisje waren we niet welkom, wat ik begrijp. Steve heeft zich verdiept in de statistieken. IAAPA, de internationale vereniging van attractieparken, stelt dat een dodelijk ongeluk gemiddeld elke 12 miljoen bezoekers gebeurt. 23 miljoen mensen, bijna dubbel zoveel, hebben tot nu onze parken bezocht. 174 miljoen keer is iemand in een attractie gestapt, zonder noemenswaardige problemen. Thuis de trap af lopen is gevaarlijker.

Wat betekenen statistieken als dat ene cijfertje een kind is, een meisje van elf?

Maar wat betekenen statistieken als dat ene cijfertje een kind is, een meisje van elf? Er blijft alleen een rauwe werkelijkheid waar niets je op kan voorbereiden.

 

Hans Bourlon is CEO van Studio 100

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud