Le grand Bruxelles

De Vlaams-Brusselse politici maken het respecteren van de taalwetten ondergeschikt aan hun verlangen naar een harmonische 'cohabitation' met de Franstaligen.

We leven niet in echt spannende tijden op communautair vlak. In de media wordt nog nauwelijks gesproken over wat decennia lang dé motor was van de Belgische politiek. Weinig werd bericht over een uitspraak van de Raad van State eind september, over de taalfaciliteiten in de Vlaamse Rand. Die is nochtans behoorlijk interessant.

Ze komt erop neer dat de Franstaligen niet langer verplicht zijn telkens opnieuw van documenten een versie in hun taal aan te vragen, maar slechts één keer om de vier jaar hun taalvoorkeur aan de gemeente moeten melden. Dat gaat regelrecht in tegen de Vlaamse omzendbrieven-Peeters en -Keulen. De Franstaligen vinden die omzendbrieven ongrondwettelijk.

Het zou verkeerd zijn om de uitspraak van de Raad van State en de Franstalige reacties weg te relativeren.

Vroeger besliste de Vlaamse kamer van de Raad van State over geschillen in faciliteitengemeenten, maar in de laatste staatshervorming werd ter compensatie voor de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde in alle discretie de tweetalige algemene vergadering bevoegd verklaard. Daardoor kregen Franstalige rechters inspraak in communautaire aangelegenheden in de Vlaamse Rand. Het is merkwaardig dat de Vlaamse onderhandelaars die radicale Franstalige eis zo gemakkelijk hebben aanvaard.

Minister van Binnenlands Bestuur Bart Somers (Open VLD) beperkte zich tot een mededeling dat de Vlaamse regering er alles zou aan doen om het Nederlands te beschermen door een zo groot mogelijke beperking van de faciliteiten.

La Libre Belgique had het over ‘een kaakslag voor Vlaanderen’. En het bericht over de Franstalige overwinning werd met veel enthousiasme rondgetweet door Olivier Maingain en zijn volgelingen van DéFI. De Franstalige burgemeesters in de faciliteitengemeenten zullen er een aanmoediging in zien voor hun ambitie om met hun kiezers systematisch in het Frans te communiceren.

Het zou verkeerd zijn de uitspraak van de Raad van State en de Franstalige reacties weg te relativeren. En dat niet alleen omdat eens te meer het bewijs is geleverd hoe diep een bepaald franskiljonisme geworteld blijft dat alle juridische registers opentrekt om toch maar niet een aanschrijven in de taal van het gewest waar men woont te moeten begrijpen.

Reflex

Maar vooral is het contrast groot met het ontbreken van eenzelfde Vlaamse reflex als het over de verdediging van taalwetten gaat aan de overkant van de Vlaamse gewestgrenzen, in Brussel. Als de vicegouverneur een vernietigend rapport schrijft over hoe de gemeenten daar bewust de wettelijke regels overtreden, kijken de Vlaamse ministers in de Brusselse regering de andere kant op.

Minister Alain Maron (Ecolo) kreeg in het Brussels Parlement enkel weerwerk van de N-VA toen hij met een monkellachje stelde dat de regering waarvan hij deel uitmaakt niet van plan was de bevindingen van de vicegouverneur au sérieux te nemen en de benoemingen van eentalig gemeentelijk personeel te vernietigen.

Dat de taalwetten systematisch met de voeten worden getreden, is voor de Vlaams-Brusselse politici geen reden om het voorbeeld te volgen van de Franstaligen in de Vlaamse Rand en een verbeten juridische strijd te voeren tot bij de Raad van State.

Dat politieagenten steeds minder zelfs maar een elementaire vorm van het Nederlands machtig zijn en dat het Frans de voertaal blijft in de ziekenhuizen, ook dat is blijkbaar geen probleem meer voor de Vlaams-Brusselse politici. Dat de taalwetten systematisch met de voeten worden getreden, is voor hen geen reden om het voorbeeld te volgen van de Franstaligen in de Vlaamse Rand en een verbeten juridische strijd te voeren tot bij de Raad van State.

Het verlangen van de Vlaams-Brusselse politici naar een harmonische cohabitation met de Franstaligen is zo groot dat ze het respecteren van de taalwetten daar ondergeschikt aan maken. Daarmee brengen ze de verworvenheden van een decennialange strijd voor het Nederlands in Brussel in gevaar. 

Maar in de Rand blijven de Franstaligen strijden voor hun taal. Bij hen is er geen sprake van enig communautair pacifisme, dat de faciliteiten zou beginnen te zien als wat ze zouden moeten zijn: een middel tot integratie in Vlaams gebied. De oude droom van ‘le grand Bruxelles’ is nooit echt verdwenen.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud