Mijn collega's aan de andere kant van het Kanaal verkeren dezer dagen in de hoogste staat van opwinding. Het sowieso al bloedstollende Schotse referendum lijkt nu het begin in te luiden van een constitutionele kettingreactie die het Verenigd Koninkrijk op de weg naar het federalisme zet, een term die voor veel Britten nog steeds even onbetamelijk klinkt als dat andere f-word.

Door Dave Sinardet, professor politieke wetenschappen (VUB). Zijn column verschijnt tweewekelijks.

Want de Schotse kwestie mag nu dan wel beslecht lijken, ze brengt meteen de Engelse kwestie op de voorgrond. Schotland is extra bevoegdheden beloofd, maar hoe moet dat vertaald worden naar Engeland? Een eigen parlement? Decentralisering naar regio's, stadsgewesten,...? En vooral: kunnen de Schotten in Westminster blijven stemmen voor aangelegenheden die enkel de Engelsen aangaan?

©rv

Deze 'West-Lothian question' waart al rond in het Britse politieke debat sinds ze in 1977 door een vertegenwoordiger van het gelijknamige Schotse kiesdistrict werd gesteld in Westminster. En aangezien er belangrijke partijbelangen bij komen kijken, is ze niet makkelijk oplosbaar. Kortom: politicologen en grondwetspecialisten verlekkeren zich al op eindeloze institutionele debatten die onze Belgische staatshervormingspalavers naar de kroon dreigen te steken.

Of de deelnemers aan het Schotse referendum van vorige donderdag daar evenveel pret aan zullen beleven is een andere vraag. Uit een peiling kwam 'disaffection with Westminster politics' naar voren als drijfveer bij drie kwart van de 'ja'-stemmers.

Deels kan je dat lezen als een linkse stem tegen een rechts beleid of een protest tegen het politieke establishment (de 'yes'-campagne van de Schotse eerste minister Alex Salmond was immers sterk op die motieven gericht), maar je kan er ook een meer algemene onvrede in ontwaren over een verlies van grip op de politieke besluitvorming, een democratisch deficit.

De vraag is of dat gevoel van politieke vervreemding werkelijk zou verdwijnen als Schotland onafhankelijk zou worden van Groot-Brittannië.

In tijden van politieke vervreemding klinkt het aanlokkelijk concreet om te horen dat de oplossing erin bestaat verlost te zijn van de Engelse Tories. Of de Waalse socialisten. Of de Duitse rechterzijde. Of de Brusselse eurocraten.

Want kijk, daar is Nigel Farage van UKIP al om te zeggen dat de Britten met eenzelfde probleem kampen. Ze zullen pas terug over hun eigen lot kunnen beslissen als ze verlost zijn van die afgrijselijke Europese superstaat. In essentie is dat hetzelfde verhaal van zelfbeschikking als dat van Alex Salmond. Maar toch wil Farage niet dat Schotland zijn eigen weg gaat en heeft Salmond dan weer geen probleem met de beperking van zijn soevereniteit door Europa.

De verklaring is simpel: de ene is een Schotse nationalist, de andere een Britse. Beiden willen ze natie en staat zoveel mogelijk laten samenvallen. Het probleem is dat ze het dan eerst eens moeten worden over welke natie.

Naties zijn immers geen wetenschappelijk vast te stellen realiteiten of natuurverschijnselen, maar goeddeels een kwestie van geloof. Er kunnen wel objectieve criteria worden aangehaald, maar in het ene geval leiden die wel en in het andere niet tot natievorming. Taalverschillen bijvoorbeeld: in België een cruciaal element (zij het ook niet zo cruciaal dat het ooit tot een echt Groot-Nederlands natiegevoel kwam), maar niet in Schotland: de meeste Schotten spreken gewoon Engels en zien Schots niet als een volwaardige aparte taal.

Er zijn evenzeer argumenten te vinden voor het bestaan van een Britse, Spaanse of Belgische natie dan voor het bestaan van een Schotse, Catalaanse of Vlaamse variant. Zoals een matroesjka telkens een ander poppetje bevat, herbergt een natie weer een andere natie. Voor nationalisten sluiten naties op hetzelfde territorium elkaar echter meestal uit. Zelfs al staat dat haaks op de meerduidige manier waarop de meeste burgers hun identiteit beleven: Schot én Brit, Catalaan én Spaans, Vlaming én Belg.

Hadden de Schotten vorige week anders gestemd, was de Schotse natie een staat geworden maar was de Britse natie dat niet meer.

Terwijl nationalisten die strijd uitvoeren, wordt de natiestaat echter een almaar minder relevant instrument om nog een impact te kunnen hebben op een geglobaliseerde economie.

Natiestaten verder opsplitsen tot nieuwe exemplaren, zoals je een matroesjka uit elkaar haalt, dreigt enkel hun onmacht nog te versterken.

Zeker in die zin is het gevoel van politieke vervreemding van de Schotten niet onterecht. Maar het komt ook voor in andere landen, waar de natiekwestie niet of minder speelt. Zo vinden dezer dagen veel Franse kiezers blijkbaar dat François Hollande niet het beleid voert dat hen beloofd is. Een analyse die zijn ex-minister Arnaud Montebourg deelt: ‘Zelfs wie in Frankrijk links stemt, stemt in feite op het programma van de Duitse rechterzijde.’

In tijden van politieke vervreemding klinkt het aanlokkelijk concreet om te horen dat de oplossing erin bestaat verlost te zijn van de Engelse Tories. Of de Waalse socialisten. Of de Duitse rechterzijde. Of de Brusselse eurocraten.

Maar natiestaten verder opsplitsen tot nieuwe exemplaren, zoals je een matroesjka uit elkaar haalt, dreigt enkel hun onmacht nog te versterken. Alsook de frustraties bij hun onderdanen. Met uitzondering van de politicologen en constitutionalisten onder hen.

Lees verder

Gesponsorde inhoud