Onderzoeksjournaliste

Een nieuwsflash is het niet, maar toch zal dit feit als een vervelende prikkelhoest blijven hangen: het gaat niet goed met de media. Dat is zowat de voornaamste conclusie uit het Digital News Report 2019. Voor hun jaarlijkse rapport peilen het Reuters Institute en de Universiteit van Oxford in 40 landen verspreid over zes continenten naar dingen als het gebruik van en het vertrouwen in de media en de bereidheid om te betalen voor de toegang tot nieuws.

De reguliere media hebben de voorbije jaren heel wat tijd en middelen geïnvesteerd om de consument ervan te overtuigen (opnieuw) te betalen voor het nieuws dat ze hem aanleveren. Maar het aantal consumenten dat daartoe bereid is, ligt dramatisch laag. In België stijgt het bijvoorbeeld niet boven de 11 procent uit. De betaalmuur blijft vooralsnog tolgeld dat weinigen willen ophoesten.

Dat kan te maken hebben met het feit dat het vertrouwen in de media wereldwijd gedaald is. Slechts 42 procent gelooft dat mediaberichten waarheid bevatten. In Frankrijk is het vertrouwen zelfs gedaald naar een historisch dieptepunt. Driekwart van de Fransen gelooft de eigen media niet meer.

De sociale media zoals Facebook, Twitter, Instagram en WhatsApp duiken steeds vaker op als nieuwsbronnen. En ook onze informatieverwerking blijkt grondig gewijzigd. Zo spenderen we gemiddeld 15 seconden aan een opengeklikt artikel, lezen we het zelden volledig uit en beperken we ons vaak tot een blik op de titel en de inleiding. Niet toevallig net dat deel dat nog gratis beschikbaar is.

We hebben meer journalisten voor de klas nodig.

Die combinatie van wantrouwen in de reguliere media, een voorkeur voor gratis nieuws en het lezen van het absolute minimum van de inhoud zet de deuren wagenwijd open voor desinformatie, fake news en populistisch misbruik. Door een oppervlakkig mediagebruik en -gedrag krijgen de breuklijnen in onze samenleving almaar scherpere contouren. Hapklaar in één screenshot onderwerpt het denken zich aan afzetten: tegen de anderen is hip, tegen is in.

Het is dan ook geen toeval dat het Vlaams Belang de actiefste Vlaamse partij is op de sociale media. Met grootscheepse campagnes op onder meer Facebook omzeilt de partij de mainstreammedia om haar boodschap onversneden en ongefilterd tot bij potentiële kiezers te krijgen. Het Belang mikt daarmee op jongeren die nieuws vooral volgen op de sociale media.

Lesgeven

In navolging van Mohamed en de berg kunnen we stellen dat professionele media dan maar beter naar jongeren stappen. Geen betere ontmoetingsruimte dan de school. Journalisten voor de klas dus, dat hebben we (meer) nodig. Outreachend werken, heet dat zwierig. Om het vertrouwen tussen de media en de jeugd te herstellen en angst en complottheorieën te bestrijden trok de radiozender France Inter na de aanslag op Charlie Hebdo begin 2015 met journalisten een jaar lang naar de klas onder de noemer InterClass. Het werd een leerrijk snijpunt tussen journalisten en leerlingen.

De radiozender France Inter trok na de aanslag op Charlie Hebdo begin 2015 met journalisten een jaar lang naar de klas onder de noemer InterClass. Het werd een leerrijk snijpunt tussen journalisten en leerlingen

Op dat kruispunt wou ik ook staan. Ik liet me inspireren door een interview met de journalist Lode Delputte. ‘Soms voel ik me als een dierentemmer in het circus. Je moet performen, het interessant maken en bevattelijk’, zegt hij. Hij geeft halftijds les in een Brussels atheneum. Gelukkig ziet geen van zijn collega’s hem dan staan, denkt hij soms. En gelukkig maakte het atheneum een vak journalistiek.

Die twee bijgedachten van geluk deelde ik het voorbije schooljaar, toen ik voor de klas informatiechaos probeerde te temmen en me de aura van een ‘Minerva van de media’ aanmat. Ik mocht een heuse module geven aan de tweede graad van de vernieuwende school LAB in Sint-Amands.

Op dag 1 kwamen mijn leerlingen binnen. Verward door een teveel aan info wisten ze te weinig over ‘de media’. De (valse) nieuwsobesitas geproportioneerd zien te serveren, niet hapklaar: het circus kon beginnen. Schoorvoetend deelden ze hun mediadagboek, om uiteindelijk in die laatste lessen gretig naar duiding en achtergrond te vragen. Deze krant kenden ze aanvankelijk niet, tot op een dag een jongen dartel uitriep: ‘Mevrouw, ik heb jouw column gelezen. In de gazet met roze kleur. Dat is De Tijd, toch?’

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud