Misschien moeten we opnieuw de mouwen opstropen

Managing director van A Seat At The Table

De geïnstitutionaliseerde inertie in het Belgische politieke bestel moet ons er niet van weerhouden zelf initiatief te nemen, schrijft Youssef Kobo.

Tijd voor een denkoefening. Welk van de twee scenario’s lijkt u het plausibelste? 

Na de stembusslag van 9 juni nemen de politieke partijen aan beide kanten van de taalgrens hun verantwoordelijkheid om zo spoedig mogelijk regeringen te vormen op alle niveaus, laten ze hun bekende taboes vallen en voeren ze drastische hervormingen in om het land in de komende legislatuur opnieuw op de rails te zetten. 

Of de verkiezingen van 9 juni ontaarden in een existentiële crisis voor de gevestigde partijen. Ondanks een flinke opdoffer van de kiezer plaatsen ze machtsdeelname boven het algemeen belang en sluiten ze onwerkbare monstercoalities op het Vlaamse en federale niveau. De vele tegenstellingen in die coalities blijken al snel onwerkbaar, waardoor de nodige hervormingen weer uitblijven. 

Als het laatste scenario meer voor de hand ligt, dienen we onszelf enkele kritische vragen te stellen. Wat zijn de langetermijngevolgen van de huidige bestuurscultuur en het onvermogen daarvan om hedendaagse problemen aan te pakken? Moeten we bij elke maatschappelijke uitdaging die opduikt als een konijn voor een lichtbak naar de overheid staren om ze op te lossen? In welke mate kunnen wij zelf initiatief nemen om verandering teweeg te brengen in onze samenleving?

Wie cursief de politieke debatten in de laatste lijn naar de verkiezingen volgt, merkt dat partijen vooral met zichzelf bezig zijn. Verder dan een tsunami aan verwijten, elkaar de zwarte piet toespelen en eindeloos pokeren over postjes en coalitievormen geraken ze niet. De inhoud en de verzuchtingen van de kiezer zijn bijzaak.

Met de verkiezingen in aantocht gaan de sociale partners op pad met allerhande manifesten en memoranda, trekken lobbyorganisaties aan de alarmbel over hun respectieve problemen, en struikelen experts en commentatoren over elkaar met analyses en dwingende beleidssuggesties. Opvallend genoeg maken de knapste koppen en de sterkste schouders van dit land zelden of nooit een reflectie over wat burgers, organisaties en bedrijven zelf kunnen bijdragen.

Inspiratie uit Silicon Valley

De geïnstitutionaliseerde inertie in het Belgische politieke bestel moet ons er niet van weerhouden zelf initiatief te nemen. In onze eindeloze klaagzang over de allesoverheersende stilstand vergeten we maar al te vaak dat we nog altijd in een van de welvarendste regio’s van de wereld leven. Ons land heeft talloze troeven, waardoor we ver boven ons gewicht kunnen boksen: een hoogopgeleide bevolking met een hoge levenskwaliteit, een kenniseconomie met topinfrastructuur, en een strategische ligging in het hart van Europa. 

De geïnstitutionaliseerde inertie in het Belgische politieke bestel moet ons er niet van weerhouden zelf initiatief te nemen.

Misschien hebben we iets te lang gerentenierd op de verwezenlijkingen van voorgaande generaties en moeten we opnieuw de mouwen opstropen. 

Net zoals de Belgische beroepsbevolking behoren onze innovatieve bedrijven, toonaangevende instellingen en universiteiten, en bruisende middenveld tot de absolute wereldtop. Ze beschikken over een waaier aan immateriële zaken - kennis, expertise, creativiteit en innovatieve ideeën - die ons land in een nieuwe plooi kan leggen. 

Voluntaristische zielen kunnen inspiratie bijtanken in Silicon Valley. Daar lanceerde Salesforce in 2014 zijn ‘1 procentmodel’. Het softwarebedrijf wendt sindsdien 1 procent van zijn tijd, middelen en producten aan om de maatschappelijke problemen op te lossen.

1 procent van een werkdag van 8 uur is 5 minuten. Wat zou de impact zijn op onze samenleving mochten de komende vijf jaar de sterkste schouders van dit land de krachten over alle sectoren heen verenigen en 1 procent van hun tijd, middelen en producten inzetten om oplossingen te bedenken voor de fundamentele uitdagingen van onze tijd?

Wat als Agoria-leden 1 procent van hun tijd alloceren om vijftigplussers digitale vaardigheden bij te brengen? Fevia-leden 1 procent van hun overtollige producten aan voedselbanken doneren? Febelfin-leden 1 procent van hun tijd studenten financiële geletterdheid bijbrengen? Essenscia-leden in samenwerking met universiteiten en uitzendbureaus maandelijks de handen in elkaar slaan om werkzoekenden te enthousiasmeren voor technische beroepen en opleidingen?

Waar wachten we nog op om allen 1 procent van onze tijd, middelen of producten te doneren om dit land weer op de rails te krijgen?

Gesponsorde inhoud
Tijd Connect
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.
Partnercontent
Partner Content biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.