Onderzoeksjournaliste

'Als je geen Nederlands wil leren, kan je hier weinig komen doen.' Die uitspraak van sp.a-voorzitter Conner Rousseau is geen commotie waard, maar ze lokte een bingo aan verontwaardiging uit, uit verwachte hoek.

Een kleine opschudding was het. En dan denk ik terstond heel even: is het verkleinwoord een opschuddinkje of opschuddingetje? Het is uiteraard het laatste, maar die kleine opschudding deed me stilstaan bij taal. De aanleiding was de uitspraak van sp.a-voorzitter Conner Rousseau vorige week. Wat hij zei over taal is niet zo van belang, wat hij zei over migranten is dat wel. Dat we ze moeten helpen, ze opvangen. Maar - en hier komt de aanzet voor een opschuddingetje: ‘Als je geen Nederlands wil leren, kan je hier weinig komen doen.’

©Saskia Vanderstichele

Naar mijn gedacht is de uitspraak van Conner geen commotie waard. Maar je kon er haast donder op zeggen: verplicht Nederlands leren, onwil bij een deel van migranten, terugkeer, dat lokt een bingo aan verontwaardiging uit, uit verwachte hoek. Daar waar la gauche caviar zit, luxelinks. Voor wie socialisme slechts een ongeregelde levensstijl is, terwijl ze onwetend rechtse ideeën aanhangen. Het is een fausse gauche dat er maar niet bij kan dat iemand aan de linkerzijde zo'n ‘forse migrantenuitspraak’ in de mond neemt. Zo iemand, die moet wel vals links zijn. En zo flakkeren oude pijnen op: de interne strijd die links van oudsher verscheurt.

Een fausse gauche kan er maar niet bij dat iemand aan de linkerzijde zo'n ‘forse migrantenuitspraak’ in de mond neemt.

De oude wonde van (f)links kent een eeuwige vijand: de elite. Een debat over migranten of moslims wordt al gauw monddood gemaakt door de elite te viseren. Niet zelden, de blanke elite. Ook hier weer, bij Conners stelling over het verplicht leren van de taal, richt een deel van links de pijlen op de puikjes van de samenleving. De expats bijvoorbeeld. Bedrijfsleiders, diplomaten, academici, zo klonk verontwaardigd, wordt van hen verwacht dat ze Nederlands leren? Migranten en vluchtelingen versus expats, het is een vreemd vergelijk. Het bedje van vele expats is gespreid in het land van aankomst. De huisvesting en de job zijn al geregeld. Onderwijs evenzeer. Het is niet ongewoon dat kinderen van expats terechtkomen in internationale scholen. De buitenlandse, werkende elite noch haar kinderen hebben nood aan Nederlands. Voor hen is het aanleren van vreemde talen haast een folie, maar geen nood.

Taalnood

Migranten en vluchtelingen hebben nood aan een taal. Ze zoeken zelf naar een job en een huis, zonder steun van een Ministerie van Buitenlandse Zaken of internationale alliantie. Migranten zijn een prooi voor huisjesmelkers, voor zwartwerk. Zwaar onderbetaald en taalafhankelijk verzeilen ze makkelijk in malafide handen. Bedriegers hebben vaak baat bij dom gehouden slachtoffers. Het aanleren van een taal is dan een wapen; ter verdediging en ter bescherming. Als verheffing.

Migranten en vluchtelingen verplichten Nederlands te leren is voldoen aan maatschappelijke noden. Daarvoor moet evenwel meer geïnvesteerd worden in taallessen, moeten wachtlijsten worden weggewerkt en moet de lessentermijn verlengd worden. Tot twee jaar, jawel. Zodat elke migrant taalvast aan een nieuw leven begint. Zodat elke migrant zijn kwetsbaarheid niet doorgeeft aan de kroost.  

Ik speelde vaak tolk voor mijn ouders die naar hier migreerden in de jaren zestig, lang voor sprake was van Nederlandse taallessen voor nieuwkomers. En ik werd willens nillens een interculturele bemiddelaar.

Een brief in het Nederlands, oudercontacten in het Nederlands, doktersbezoeken in het Nederlands. Ik speelde vaak tolk voor mijn ouders die naar hier migreerden in de jaren zestig, lang voor sprake was van Nederlandse taallessen voor nieuwkomers. En ik werd willens nillens een interculturele bemiddelaar. Als jong kind al. ‘Je wordt als ouder verplicht je kinderen te volgen in plaats van ze te leiden. Dat is loslaten, vertrouwen en toeschouwer worden. Veel vroeger dan je eigenlijk zou willen’, schreef minister Zuhal Demir (N-VA) in een aangrijpend Facebook-bericht.

Toeschouwer van een taal worden, maakte van mijn moeder een vrouw die ze niet wou zijn. Haar wereld stopte waar haar taal stopte. Die wereld was nochtans niet klein. Ze leerde me gedichten van Nizar Qabanni, Ahmed Shawqi en Al Ma’arri, lang voor ik in het middelbaar over Paul Van Ostaijen leerde. Dus omgekeerd, een nieuwe wereld begint waar een taal begint. En waar de kinderrol als interculturele bemiddelaar stopt. Omdat het kan. Omdat het moet.

Lees verder

Gesponsorde inhoud