De Europese Centrale Bank waarschuwt voor het stijgende risicogedrag van de beleggers. De Nationale Bank vreest dat de Belgische banken het gevaar van de derivatenhandel onderschatten. En net nu schroeft de Amerikaanse president Donald Trump de bankenregulering terug.

In de documentaire ‘De Achtste Dag’ vertelt Nout Wellink, de gewezen voorzitter van De Nederlandsche Bank, dat hij na de bankencrisis in Londen sprak over de nieuwe regelgeving. Na zijn uiteenzetting zei een Britse bankier: ‘U weet toch dat we die regels meteen proberen te omzeilen?’ Waarop Wellink zou hebben gerepliceerd: ‘Ik kan het niet, maar ik zou u meteen moeten ontslaan. Want als dat de heersende stelling is, dan zijn we nog lang niet thuis.’ Jean-Claude Trichet, de oud-voorzitter van de Europese Centrale Bank (ECB), bevestigt in dezelfde documentaire dat we inderdaad nog helemaal niet thuis zijn en dat de instabiliteit helemaal terug is.

©rv

Dat de Fransman gelijk heeft, zal wie de krant leest al zijn opgevallen. ‘ECB waarschuwt voor stijgend risicogedrag beleggers’ en ‘Hoeveelheid derivaten vormt risico voor Belgische banken’, het zijn slechts twee titels van de afgelopen weken in De Tijd. En net nu duwt de Amerikaanse president een gevoelige versoepeling van de bankregels door het Huis van Afgevaardigden.

Dat zo’n versoepeling van de kapitaalvereisten er voor kleinere banken zat aan te komen, mocht al blijken uit de vele geleerde opstellen en opiniestukken, vaak geïnspireerd door Wall Street, die de jongste maanden verschenen. Daarin werd telkens aan de hand van cijfers en infografieken aangetoond dat de bankenregulering, destijds op vraag van president Barack Obama uitgewerkt door de voormalige voorzitter van de Federal Reserve Paul Volcker, en de Dodd-Frank Act, die kredietinstellingen strenge regels oplegt, een rem zetten op de economische groei van de Verenigde Staten.

Bij de Democraten mogen ze dan oordelen dat Trump hiermee de poort naar een nieuwe bankencrisis opendraait, voor Republikeinen als Paul Ryan, de voorzitter van het Huis van Afgevaardigden, gaat het om ‘een grote stap in de bevrijding van onze economie van overmatige regulering’. Dat van die bevrijding werd ook gezegd, maar dan door de Democraten, nadat president Bill Clinton in 1999 de Glass-Steagall Act van het bord veegde. Die legde sinds 1933 de scheiding tussen deposito- en investeringsbanken op.

In België had de regering van Jean-Luc Dehaene die scheiding, opgelegd als gevolg van de grote crisis van de jaren dertig, enkele jaren eerder al ‘stoemelings’ ongedaan gemaakt. Dat gebeurde op aangeven van Europa en paste wonderwel in de grote plannen voor de bankenfusies, waarvan de Belgische spaarder later de pijnlijke gevolgen zou ondervinden.

Het rokende puin van de financiële crisis van 2008 overschouwend mijmerde de econoom en Nobelprijswinnaar Joseph Stiglitz dat met het schrappen van de Glass-Steagall Act de lucifer aan de hooiberg was gelegd. Want de combinatie daarvan met de windhandel in gesecuritiseerde rommelkredieten die buiten de balans werd gehouden, liet de banken toe vele keren het eigen kapitaal te belenen.

Amper tien jaar na de crisis meldt de ECB dat beleggingsfondsen, verzekeraars en pensioenfondsen beleggen in rommelobligaties om de opbrengsten van hun portefeuilles op te pompen. Allemaal hebben ze volgens de ECB de looptijd van hun obligatieportefeuilles verlengd, wat ze bijzonder kwetsbaar maakt voor de onvermijdelijke rentestijgingen.

De bankiers hebben duidelijk niets geleerd en vooral niets onthouden van de financiële crisis. Waarom zouden ze ook? Mervyn King, de gewezen gouverneur van de Bank of England en auteur van ‘The End of Alchemy’, een van de beste boeken over de crisis van 2008, zei ooit: ‘Bankiers mogen fouten maken. Maar ze moeten allemaal dezelfde fouten maken, want dan moet de overheid tussenbeide komen.’

De centrale banken fungeren daarbij als pandjeshuizen, volgens King. Dat laat de banken toe te gokken op de twee enig mogelijke uitkomsten. Verdienen ze geld, dan houden ze het. Maken ze verliezen, dan draait de belastingbetaler daarvoor op. En we kennen de resultaten. Larry Summers, academicus en minister van Financiën onder president Clinton, stelde het destijds als volgt: ‘Financiële crisissen worden veroorzaakt door overmatig vertrouwen, te veel lenen en te veel spenderen, en kunnen alleen worden opgelost door meer van dat.’

De banken zijn intussen verslaafd aan goedkoop geld, dat afgaand op de slome groei in Europa de economie maar matig heeft gestimuleerd. Terwijl de centrale banken de rijken nog rijker maakten, werden de spaarders van wie het geld goedkoop werd uitgeleend er alleen maar armer van.

De banken zijn intussen verslaafd aan goedkoop geld, dat afgaand op de slome groei in Europa de economie maar matig heeft gestimuleerd. Terwijl de centrale banken de rijken nog rijker maakten, werden de spaarders van wie het geld goedkoop werd uitgeleend er alleen maar armer van. Het gedeeltelijk terugdraaien door Trump van de bankenregulering, die al niet zo strak was, dreigt die situatie te bestendigen. Want het laat zich aanzien dat Europa, waar al langer wordt aangedrongen om de internationale bancaire teugels te vieren, wellicht volgt.

Mark Carney, de gouverneur van de Bank of England en voorzitter van het Financial Stability Board dat na de G20-top van 2009 in het leven werd geroepen, waarschuwde in het verleden al voor hervormingsmoeheid. Bovendien zijn een aantal landen geneigd de wat lossere regelgeving te gebruiken om banken aan te trekken die na de brexit de Londense City willen verlaten. Hier dreigt een zoveelste neerwaartse spiraal die de zo al fragiele bankensector nog fragieler zal maken.

Dat alles komt op een bijzonder slecht moment voor de Europese Unie, die probeert de bankenunie in een vaste vorm te krijgen. Want die Europese banken zitten met pakken ‘non-performing loans’ - een bankierseufemisme voor slechte leningen. De schuldenlast van de gezinnen neemt toe. Maar ook die van gezonde bedrijven, die het geleende geld gebruiken om hun aandeelhouders te stijven. Tegelijk stijgt het aantal zombiebedrijven.

Een groep Duitse economen heeft onlangs benadrukt dat de lidstaten verantwoordelijk moeten blijven voor hun financiële huishouden en voor hun banken. Bij hen waren Hans-Werner Sinn, die onlangs de politiek van de ECB nog maar eens onder vuur nam, en Jürgen Stark, gewezen ECB-bestuurder. Italië noemden ze het pijnlijkste voorbeeld.

Die mening wordt gedeeld in regeringskringen in Berlijn maar ook in Den Haag. De kans dat de Europese Commissie daar haar plannen voor gepoolde overheidseffecten kan slijten, is gering. Die gepoolde bonds, voor 70 procent bestaande uit Duits en/of Nederlands schuldpapier en voor het overige uit dat van probleemlanden, worden in Noord-Europese lidstaten ervaren als een sluikse poging tot financiële integratie en vooral tot mutualisering van de Europese schulden. Dat laatste werd met zoveel woorden toegegeven door de Portugees Vitor Constâncio in zijn afscheidsspeech als vicevoorzitter van de ECB.

Naast de haperende bankenunie, de brexit, de onberekenbare Italiaanse regering, een dreigende handelsoorlog en de toenemende schulden, heeft Europa er met de bancaire deregulering die in de VS ingezet is een probleem bij. Het afzwakken van de regelgeving zal er de schuldgraad verhogen. Terwijl al die luchtbellen, zoals de aandelen- en obligatiebubbel, de opgefokte kunstmarkt en zeker de vastgoedbel, elk moment kunnen uiteenspatten.

Al het ingeslagen schuldpapier weegt zwaar op de Europese nationale banken. De Belgische Nationale Bank heeft nagenoeg een kwart van het bruto binnenlands product (bbp) in de boeken; de Zwitserse centrale bank torst maar liefst 150 procent van het Zwitserse bbp. Mocht het ooit tot een wereldwijde synchrone implosie van al die activazeepbellen komen, dan zal blijken dat de westerse centrale banken al hun kruit hebben opgebruikt.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content