Noelsspeak | De coronatsunami

In Noelsspeak spreekt econoom en Econopolis-stichter Geert Noels zich maandelijks onomwonden uit. Ditmaal over de economische tsunami die de coronacrisis veroorzaakt.

Eerst voel je een schok. Dat is de beving. Vervolgens is er een uitzonderlijke eb, liefelijk, onschuldig. En dan pas komt een enorme golf op de kust afgestormd, die iedereen verrast. Zo gaat een tsunami. De economische coronatsunami volgt hetzelfde patroon. Vandaag zitten we in de bedrieglijk rustige fase. Weldra worden ondernemingen getroffen door de gevolgen van de schok. Een negatieve groei van 10 procent van het bruto binnenlands product, misschien meer, zal sporen achterlaten.

Sommige bedrijven, misschien wel een vijfde of meer, zal zijn kapitaal (eigen vermogen) moeten versterken. Dat betekent risicokapitaal aantrekken en kapitaalverhogingen doorvoeren. En dat best zo snel mogelijk.

Velen dromen al langer van een nieuwe wet Cooreman-De Clerq (C-DC), genoemd naar de twee initiatiefnemers, die in 1982 een wet invoerden om risicokapitaal te stimuleren. Die wet had twee luiken, één om pensioensparen fiscaal aan te moedigen, en een ander luik om kapitaalverhogingen aan te moedigen. Dat tweede luik trok miljarden BEF aan nieuw kapitaal aan, dat vervolgens tien jaar werd vrijgesteld van vennootschapsbelastingen.

Een evaluatie in 1985 door Jozef Pacolet (HIVA) en Hans Geeroms (NBB) vond al dat dat een dure maatregel was voor de overheid, en dat de meeste effecten ook zonder de wet zouden zijn bekomen. Vanaf 1982 trok de internationale conjunctuur aan en beleefden alle aandelenmarkten ter wereld een gouden periode, onder meer door dalende rentes en een succesvolle aanpak van Paul Volcker, de voorzitter van de Federal Reserve, in de VS.

Ik ben het daarmee eens: de periode 1982-1989 was voor alle aandelenbeurzen fantastisch, na een miserabele periode ervoor. De wet-Cooreman was uiteraard fantastisch voor enkele grote beursgenoteerde bedrijven, maar was te duur om dat te verantwoorden.

Pensioensparen

Het pensioenspaarluik was veel doeltreffender, en de kosten waren beperkter. Het pensioensparen heeft veel verandering gebracht in de democratisering van het aandelenbezit en de interesse voor beleggen. Toch blijft de Belg overwegend in spaarboekjes beleggen. Het fiscaal voordeel dat aan het spaarboekje gegeven wordt, kost de schatkist veel minder dan vroeger door de lage rente, maar nog steeds meer dan 100 miljoen euro per jaar. Het kost de banken op hun beurt veel geld, door de depositoheffing ten voordele van de schatkist. Ze verkiezen vandaag dat spaarders minder op spaarboekjes zetten, en meer langetermijnsparen met fondsen en aandelen.

Het pensioensparen heeft veel verandering gebracht in de democratisering van het aandelenbezit, en de interesse voor beleggen.

De crisis van 1980-1982 was voor onze generatie de grootste die we tot nu hebben beleefd. Het was een bijzonder diepe crisis, met ongeveer dezelfde orde van grootte van overheidsschuld, deficit en algemene malaise. Maar het grote verschil is dat er destijds een overtuiging was dat de ondernemingen het herstel moesten trekken, en dat België een inhaalbeweging moest maken. Vandaag heerst een erg negatieve sfeer rond kapitaal, ondernemen en meerwaarde creëren. De enige meerwaarde die veel wordt geciteerd is de meerwaardebelasting. Nieuwe belastingen zullen echter het herstel eerder afremmen, en meerwaarde moet je eerst creëren voor je het kan belasten.

Spaarder als redder

De overheid mag niet alle bedrijven geld toestoppen, en de economie zo verder 'verstaatsen'. Er is geen ruimte voor grote, nieuwe fiscale snoepjes. Grote bedrijven moeten in de eerste plaats hun aandeelhouders, obligatiehouders en banken aanspreken. Voor de kmo's, het gros van de Vlaamse bedrijven, gaapt er een gat. Hulp zal te laat komen, en velen dreigen over kop te gaan, als ze niet snel hun kapitaalbasis versterken.

Elke kmo die de coronacrisis niet kan overleven, vernietigt jobs, en verlaagt structureel het herstel en de welvaart.

Banken kunnen dat niet alleen doen. Een stukje van het spaargeld moet gestimuleerd worden. Om te beginnen moet de overheid de fiscale incentive voor spaarboekjes afschaffen (100 miljoen euro). Ze kan de taks op deposito's die de banken betalen - en op de klanten recupereren - laten vallen, dat kan een nuloperatie worden.

Spaarders worden echter niet in één sprong aandeelhouder. Het is zinvol zich te inspireren op initiatieven als de Vlaamse win-winleningen. Dat zijn eigenlijk achtergestelde obligaties die het voordeel hebben dat ze het kapitaal versterken (quasi-kapitaal of ‘mezzanine’), maar de bestaande aandeelhouders niet verwateren en de ondernemer niet verplichten de ­controle over zijn bedrijf uit handen te geven. De win-winlening is vandaag beperkt tot 50.000 euro per leninggever en tot 200.000 euro per bedrijf.

De Vlaamse regering besliste vrijdag de grenzen voor dat soort leningen op te trekken tot 300.000 euro. Maar dat is onvoldoende. Gezien de omvang van de crisis zou dat moeten worden opgetrokken tot bijvoorbeeld 1 miljoen euro voor de onderneming en 100.000 euro per leninggever, met een groter percentage belastingkrediet bij niet-terugbetaling. Dat kan onze kmo’s snel helpen, zelfs als maar een fractie van het spaargeld wordt aangewend, en het bouwt voort op een systeem dat zichzelf al heeft bewezen.

Het belangrijkste is dat ons land het signaal geeft dat het beseft dat er een coronatsunami op onze bedrijven afstevent, die de kapitaalbasis van velen zal uithollen. Elke kmo die de coronacrisis niet overleeft, vernietigt jobs, en verlaagt structureel het herstel en de welvaart. De overheid moet risicoloos sparen niet nodeloos aanmoedigen, maar het signaal geven dat we met zijn allen uit ons spaarkot moeten komen om economisch gezond te blijven.

Lees verder

Gesponsorde inhoud