Noelsspeak | Déjà vu: met de Vivaldi-coalitie komt alles terug

Econoom en stichter Econopolis

In Noelsspeak spreekt econoom en Econopolis-stichter Geert Noels zich maandelijks onomwonden uit. Vandaag heeft hij het over de beangstigende overeenkomsten tussen de paars-groene regering van Verhofstadt I en de regering-De Croo.

Alles komt terug. Kernuitstap, verhoging minimumpensioenen, discussies over de loonnorm, ver vooruitlopen in ethische dossiers en ideeën lanceren rond burgerparticipatie. Twintig jaar geleden waren dat de krijtlijnen van de paars-groene regering Verhofstadt I, en vandaag worden ze een voor een weer tot leven gewekt in de regering De Croo.

Paars-groen kwam in 1999 aan de macht na een lange en moeilijke hervormingsperiode die werd aangestuurd door de regeringen van Jean-Luc Dehaene. De inspanningen van die regeringen kunnen moeilijk worden overschat. Onder druk van Europa, of moeten we zeggen met de euro als zondebok, slaagden ze erin België van een land met een Club Med-status in de jaren 80 om te vormen tot een kernland met gezonde publieke financiën.

Rond de millenniumwende had België alle buffers om zijn welvaart voor 20 jaar te garanderen.

De overheidsschuld stond bij het afscheid van Dehaene nog wel hoog, maar die daling volgde met 5 jaar vertraging op de deficitdynamiek. Het primaire overschot, het begrotingssaldo gezuiverd voor rentelasten, bedroeg meer dan 6 procent van het bruto binnenlands product (bbp). De overheidsuitgaven exclusief de rentelasten zaten rond 42 procent van het bbp. Rond de millenniumwende had België alle buffers om zijn welvaart voor 20 jaar te garanderen: de concurrentiekracht en de financiën waren in orde en België had de ruimte om de nieuwe uitdagingen aan te pakken, in het bijzonder de toekomstwerven in verband met energie, klimaat en vergrijzing (pensioenen).

Maar de teugels werden gevierd vanaf 1999. Het verdelen van de Dehaene-buffer werd het bindmiddel van de heterogene paars-groene regering. Er werd zo’n 4 procent van het bbp gespendeerd aan 'voor elck wat wils'. Omgerekend naar vandaag, zo’n 18 miljard euro, elk jaar opnieuw. Maar erger, er werden ook heel wat beloftes gedaan en verhogingen toegestaan, naast het verkopen van activa, waarvan de kosten lang na het einde van de paarse regeringen nog steeds bovenkomen. Als de regeringen-Verhofstadt de Dehaene-buffer niet verkwanseld maar opgespaard hadden, dan hadden we in 2008 een extra toekomstbuffer gehad van zo’n 50 procent van het bbp. Dat is nog niet op Nederlands of Noors niveau, maar het zou een enorm verschil hebben gemaakt.

Boven op het opsouperen van de erfenis van de regeringen-Dehaene, werden voor elk van de toekomstwerven alleen beloftes gemaakt, maar verder structureel niets ondernomen. De kernuitstap werd beslist in 2003, maar er werd geen bijhorend langetermijnenergiebeleid uitgetekend dat voldoende betaalbare en duurzame alternatieve energiebronnen opleverde. Er werd een fake pensioenfonds (het Zilverfonds) opgericht in 2001, een lege doos die na 15 jaar uiteindelijk werd afgeschaft om te besparen op de werkingskosten (!), maar er werd vooral onvoldoende werk gemaakt van een grondige pensioen- en arbeidsmarkthervorming.

Déja-vugevoel

Twintig jaar later krijg ik helaas een déjà-vugevoel bij de Vivaldi-coalitie. De thema’s zijn dezelfde, maar de startsituatie is wel veranderd. De solide basis van concurrentiekracht en gezonde publieke financiën is verdwenen. De problematieken rond klimaat en vergrijzing zijn dezelfde, maar door het lange uitstel is de uitdaging veel groter geworden. We hebben 20 jaar verloren door het ontbreken van een globaal plan van aanpak, met als gevolg de vele minimaatregelen van opeenvolgende regeringen waardoor we de problemen enkel voor ons uit hebben geschoven.

Het is verontrustend dat de enorme stijging van de overheidsuitgaven nog steeds niet heeft geleid tot het oplossen van de grote uitdagingen, of het efficiënt beheer van een crisis zoals die rond Covid-19.

Er is nog een overeenkomst met 20 jaar geleden: de overheidsuitgaven zijn opnieuw een bindmiddel om een zeer heterogene coalitie samen te houden. Dit jaar zullen die naar schatting meer dan 60 procent van het bbp bedragen (exclusief rente). Volgend jaar is dat bij een fors herstel nog steeds 55 procent van het bbp, een niveau dat volgens de prognoses niet veel zal wijzigen tijdens de regeringstermijn. Er zijn sinds het einde van de periode-Dehaene dus 13 procentpunten van het bbp bijgekomen. Het is wat vreemd om in die context van het uitkleden van de staat, een neoliberaal beleid of een 'te lang saneringsbeleid' te spreken. Integendeel, het is verontrustend dat die enorme stijging van de overheidsuitgaven nog steeds niet heeft geleid tot het oplossen van de grote uitdagingen, of het efficiënt beheer van een crisis zoals die rond Covid-19, waar België uitblinkt in de rankings van slechtst presterende landen.

De Vivaldi-coalitie voelt ondanks de rampzalige budgettaire situatie voorlopig weinig druk van Europa. Daar waait nu een nieuwe wind. De begrotingsteugels mogen worden gevierd. Dat is verdedigbaar voor landen die er goed voorstaan zoals Nederland of Duitsland, maar roekeloos voor andere zoals België of Frankrijk.

België heeft nood aan een groen beleid, een sociaal beleid en een sterk economisch beleid. Dat klinkt erg paars-groen. Maar België kan zich geen nieuw paars-groen beleid permitteren zoals Verhofstadt het voerde. Daarvoor zijn de centen op, en is ook de tijd op.

Geert Noels
Econoom en stichter Econopolis

Lees verder

Gesponsorde inhoud