Omgaan met risico doe je met een koel hoofd en een warm hart

Hoofdeconoom denktank Itinera

Risico's proberen te beheersen doe je beter niet met disproportionele maatregelen, zoals soms gebeurde tijdens de coronacrisis.

Risico is een van de meest complexe zaken in onze samenleving. We kunnen proberen de objectieve hoeveelheid risico en de houding van mensen tegenover risico van elkaar te onderscheiden, maar dat roept meteen een waslijst vragen op. Hoe meten we risico? Zijn risico’s altijd vergelijkbaar? Wat met catastrofale risico’s? Hoe operationaliseren we risicoafkeer?

In discussies over het coronabeleid, dat zo goed mogelijk met risico’s moest omgaan, drijft het probleem van de silovorming van disciplines boven. De coronacrisis toonde dat interdisciplinariteit nog te vaak een slogan en geen realiteit is. Intussen zijn we toe aan een gedegen evaluatie van het coronabeleid. Aan het begin van de pandemie was er te weinig tijd en te weinig kennis om alle relevante perspectieven mee te laten wegen.

In een latere fase kan je daar echter al minder begrip voor opbrengen. Te weinig wordt benadrukt dat we bij momenten echt te maken hebben met hysterie. We hebben de verdomde plicht te tonen dat we leren uit onze ervaringen. Want de kans is reëel dat we in de nabije toekomst opnieuw in zo’n fuik terechtkomen waar het rationeel afwegen van risico’s onder druk komt.

Modellen

De wetenschap gebruikt vaak modellen, omdat je er heel complexe processen mee kan vereenvoudigen en zo beheersbaar maken. De econoom Dani Rodrik pleit ervoor om soms de voorkeur te geven aan heel eenvoudige modellen, terwijl een andere context erg gesofisticeerde modellen vergt. Net als Rodrik wil ik benadrukken dat een menselijk oordeel onmisbaar is om in te schatten wat op welk moment het meest gepast is.

Het wordt tijd om de discussie over de biostatistische coronamodellen openlijk te voeren. Niet zelden zagen we dat de resultaten van die modellen bijna vastgelegd werden door veronderstellingen over de effectiviteit van een ‘beperkende coronamaatregel’. Maar als over die effectiviteit heel weinig robuuste bewijzen bestaan, rijst de vraag of we niet opgezadeld zitten met circulaire redeneringen, waarbij het resultaat verondersteld wordt in plaats van ‘berekend’.

Het is onze verdomde plicht te tonen dat we leren uit onze ervaringen.

Onlangs voerde ik een debat over de coronacrisis met professor Erika Vlieghe, die zei dat ze intimiderende en haatvolle berichten ontving. Dat is verwerpelijk. In Nederland probeerden economen een rationeel debat te voeren over de maatschappelijke kostprijs per kwaliteitsvol levensjaar in coronacontext. De berekening van het aantal verloren gezonde levensjaren in een heel leven bij kinderen die toen leerachterstand opliepen, deed veel stof opwaaien. Ook die economen ontvingen intimiderende berichten. Op advies van de veiligheidsdiensten trokken ze zich zelfs terug uit het publieke debat.

Experts

Nochtans hebben we nood aan een kritische evaluatie van hoe onze maatschappij omgaat met risico’s en onzekerheid. Wat we over sommige risico’s weten, komt vaak van experts en wetenschappers, niet van onze eigen ervaring. Die afhankelijkheid van experts roept vragen op. Hoe benutten we expertise correct in een democratie? En hoe kunnen we erop toezien dat de bevolking haar vertrouwen in die experts niet kwijtraakt?

Het is belangrijk erop te wijzen dat ons leven ook vaak veiliger is geworden, denk aan onze hoge levensverwachting. Toch bemoeilijkt angst steeds meer maatschappelijke debatten, zeker als het gaat over zogenaamde gevoelige domeinen. De angst maakt heel wat mensen blind voor de realiteit en voor nuchtere analyse. Het voorschrift om te praten ‘met een koel hoofd en een warm hart’ is dan ook van onschatbare waarde, zeker in discussies over zaken waarover we ons terecht grote zorgen maken.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud