Omzichtig met Vlaams geld

In de Wetstraat was al langer geweten waar de taxshift op zou uitdraaien: een voorzichtige lastenverlaging, wat gepruts met de btw en ‘iets’ rond speculatie. En kijk, dat is precies wat een weekje Hertoginnedal heeft opgeleverd. Intussen steeg de staatsschuld naar 111 procent van het bbp.

©Saskia Vanderstichele

De Belgische overheidsschuld steeg begin dit jaar naar 111 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Dat is een verhoging met een stevige 4,5 procent in enkele maanden tijd. Maar dat zal ons niet verontrusten, suste Jean Deboutte van het Agentschap van de Schuld tijdens een radiopraatje. Die stijging is immers seizoensgebonden. In de eerste maanden van het jaar zijn de inkomsten relatief laag, wegens geen voorafbetalingen van belastingen. Zodra de zomer voorbij is, gutst het geld opnieuw in de staatskoffers.

Hoewel, ondanks de dalende intresten is de Belgische overheidsschuld sinds 2007 blijven stijgen. Met die 111 procent van het bbp zit België op zijn schuldniveau van eind 1999. Er moet bijgevolg toch wat meer aan de hand zijn dan die seizoensgebonden staatsinkomsten. Zo viel enkele weken geleden te vernemen dat de schatkist in 2015 en 2016 een verlies van 1,3 miljard euro moet slikken, als gevolg van foute swapcontracten. Dat bedrag komt boven op de staatsschuld. Even voordien werd bij de voorstelling van het jaarverslag van de staatsschuld duidelijk dat de Belgische steun aan de zwakkere eurolanden de overheidsschuld met 11,5 miljard euro deed toenemen. En als we gewezen Europees Commissaris Karel De Gucht mogen geloven, is de miljardensteun aan Griekenland definitief door de gootsteen.

Ondanks de dalende ineresten is de Belgische overheidsschuld sinds 2007 blijven stijgen. Met die 111 procent van het bbp zit België op zijn schuldniveau van eind 1999.

Schuld is een lening die plots van naam verandert, meestal nadat duidelijk is geworden dat de lening niet kan worden afbetaald. Om toch te kunnen blijven lenen werd een helse financiële machinerie uitgebouwd die het weliswaar voortdurend opgelapte schip van de staat in de vaart houdt. Nu is de staatsschuld in België altijd al structureel hoog geweest sinds de afwikkeling van de naoorlogse muntsanering, de zogeheten Gutt-operatie. Maar een schuld van 111 procent van het bbp gaat echt wel de verkeerde kant op. Temeer omdat de landen van de muntunie volgens de eurosjamanen hun schuld tot een 60 procent van het bbp moeten terugbrengen.

Een wat geruststellende factor in het Belgische geval is de rijkdom van de bevolking. Het financiële vermogen van de Belgen bedraagt zo’n 1.200 miljard euro. Na aftrek van hun schulden blijft nog 945 miljard euro over. Dat is een indrukwekkend bedrag dat de ratingbureaus en de speculanten voorlopig op een afstand houdt. Maar in dat vermogen van de Belgen zit dan weer een onevenwicht waar de Nationale Bank onlangs de aandacht op vestigde en dat op termijn tot problemen zal leiden. Want liefst 73 procent van die rijkdom zit in Vlaanderen. Slechts 19 procent van het spaargeld zit in Wallonië, amper 9 procent in Brussel.

En dat communautaire verschil is verwerkt in de taxshift die de centrumrechtse regering van premier Charles Michel (MR) heeft opgezet. In de Wetstraat was al langer geweten waar de taxshift op zou uitdraaien: een voorzichtige lastenverlaging, wat gepruts met de btw en ‘iets’ rond speculatie. En kijk, dat is precies wat een weekje onderhandelen Hertoginnedal heeft opgeleverd. Het ongedaan maken van de btw-verlaging op elektriciteit door de vorige regering om de indexstijging af te remmen, was zelfs onvermijdelijk. Want het ging hier om een budgettaire miskleun van formaat.

De lastenverlaging voor de werkgevers had eigenlijk tien jaar eerder moeten worden doorgevoerd. Maar met de PS in de federale regering was dat uitgesloten. In 2007 legde Guy Quaden, de toenmalige gouverneur van de Nationale Bank van België en intimus van Elio Di Rupo (PS), vrij brutaal het zwijgen op aan directeur Marcia De Wachter. Die had het in een interview met Knack gewaagd te pleiten voor een verlaging van de werkgeversbijdrage naar 25 procent. CD&V borduurde daar nadien op voort, terwijl dat voor de N-VA minder urgent leek. Omdat men daar ‘de ondernemers niet meer hoorde roepen om een taxshift’, beweerde Bart De Wever in zijn 11 juli-interview met Het Nieuwsblad.

Regionaal verlengstuk

Dat de taxshift slechts heel bescheiden ‘iets rond speculatie’ doet, zoals Karel De Gucht voorspelde, heeft te maken met het besef van de Vlaamse regeringspartijen dat het Belgische financiële vermogen voor het overgrote deel in Vlaanderen zit. Daaraan raken betekent raken aan de middenklasse, middenstanders, kleine ondernemers en gewone spaarders die, zoals de Arco-klanten, met hun spaarcenten en voorzichtige beleggingen het Belgische wonder mee mogelijk maken. Ook bij de Vlaamse vakbonden, en zeker bij het ACV, beseffen ze dat. Hun eerste reactie op de taxshift van de federale regering leek daarom veeleer een verplicht nummer.

Bovendien is de federale regering met haar bescheiden hervorming nog lang niet klaar met haar begrotingsperikelen. Die begroting moet tegen het einde van de regeerperiode in evenwicht zijn. Daar zal meer aan te pas komen dan ‘meer inkomsten uit fraudebestrijding‘ en ‘een betere inning van belastingen’, de klassieke lapmiddelen waarvan ook deze regering zich bedient.

De economische groei blijft immers ondermaats. Onlangs waarschuwde Unilever, een van de barometers van de economie, voor de lage groei in Europa en de Verenigde Staten. Daardoor verminderen de inkomsten en blijven de lonen laag. En de btw-verhogingen die de federale regering doorvoert, zullen onvermijdelijk de consumptie drukken. Zoals de lastenverlaging en de volgende indexsprong zullen interen op de inkomsten van de sociale zekerheid. In de jaren 1980 ging Jean-Luc Dehaene als minister van Sociale Zaken uit zijn dak omdat al die indexsprongen de financiering van de sociale zekerheid ondermijnden.

De Bundesbank liet onlangs weten dat er dit jaar door de Griekse crisis en de kwantitatieve verruiming geen winst zal zijn en dat de regering dus niet op veel inkomsten uit die hoek moet rekenen. Dat geldt ook voor andere Europese centrale banken. Dus ook de Belgische, die wellicht een pak minder dividenden zal uitbetalen aan de federale kas. En dat komt algauw op een mindere inkomst van 100 tot 200 miljoen euro. En dan mag er nergens anders een wiel aflopen, zoals in de afwikkeling van Dexia, die recentelijk een paar tegenvallers kende die een funeste weerslag kunnen hebben op de begroting en de schuld.

Aan die taxshift komt onvermijdelijk nog een regionaal verlengstuk. Want voor de gewesten wordt de basis voor hun aanvullende heffingen op de personenbelasting smaller, zoals professor Michel Maus meteen opmerkte. Vlaams minister-president Geert Bourgeois (N-VA) heeft daarom meteen een gesprek gevraagd om de gevolgen van de federale lastenverlaging voor de gewesten te bespreken.

Het zal de Vlaamse partijen in de federale regering hopelijk niet ontgaan zijn dat zij ook deel uitmaken van de Vlaamse regering. Die is verantwoordelijk voor de infrastructuur, het onderwijs en het arbeidsmarktbeleid. Kortom, voor de uitgaven die de groei moeten stimuleren en de jobs creëren waar premier Michel tijdens de persconferentie zo de nadruk op legde.

Om de schuld letterlijk naar beneden te werken en te investeren zal de Vlaamse net als de federale regering het opgepotte vermogen van de Vlaamse spaarders en beleggers hard nodig hebben. Ze kunnen er maar beter omzichtig mee omspringen.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud