Ook de Franstaligen zijn het kafkaiaanse België beu

Newsmanager L'Echo

Wordt de actualiteit in het noorden en het zuiden van het land anders bekeken? Die vraag proberen we te beantwoorden in onze wekelijkse kroniek van Alain Narinx (L’Echo) en Wim Van de Velden (De Tijd). Deze week kruisen ze de degens over de staatshervorming.

Beste Wim,

Welgeteld 58 woorden. Langer hoefde ik niet te wachten tot je de term ‘confederaal’ in de mond nam in je eerste tekst voor onze kroniek. Hoe komt het toch dat jullie in Vlaanderen zo geobsedeerd zijn door die institutionele kwesties? Maak je geen zorgen, ik plaag je maar. Ik wil het namelijk graag hebben over twee opvallende evoluties aan mijn kant van de taalgrens.

Noord-zuidverbinding

Wetstraatwatchers Wim Van de Velden van De Tijd en Alain Narinx van onze zusterkrant L'Echo schrijven om de beurt over de politieke actualiteit in ons land.

Ten eerste dit. Tot voor kort stonden de Franstaligen weigerachtig tegenover elke aanpassing van de staatsstructuur. Ze waren helemaal geen vragende partij. Je herinnert je zeker nog Joëlle Milquet, die een paar jaar geleden in de Vlaamse pers spottend ‘Madame Non’ werd genoemd. Vandaag is de situatie helemaal anders: de eensgezindheid groeit dat de staat moet hervormd worden. Iedereen beseft dat ons land, met zijn kafkaiaanse structuur, niet goed functioneert.

Ten tweede hadden de Franstaligen tot voor kort geen idee welk institutioneel model ze wel wilden. Tegenwoordig gaan meer en meer stemmen op voor een België met vier autonome regio’s. Dat betekent dat de Franse Gemeenschap (de Federatie Wallonië-Brussel) en de Franse Gemeenschapscommissie (COCOF) moeten verdwijnen. Dat kan alleen als Brussel erkend wordt als een volwaardige regio en niet - zoals ik soms in het noorden van het land hoor - als een subregio. Kan je me misschien vertellen waarom de Vlamingen het zo moeilijk hebben met het idee dat Brussel een regio wordt?

Je moet niet denken dat een vereenvoudigde institutionele structuur automatisch tot goede resultaten leidt.

Er zal nog heel wat gediscussieerd en geruzied worden voor hierover een akkoord wordt bereikt. Zelfs wij twee zijn het er nog niet over eens. Je moet trouwens niet denken dat een vereenvoudigde institutionele structuur automatisch tot goede resultaten leidt. De onderdelen zullen nog altijd heel nauw moeten samenwerken, en daarvoor hebben we de juiste mensen nodig. In het begin van de pandemie hebben we flink gelachen met onze negen ministers van Volksgezondheid - al lachten we vooral groen... Maar beeld je eens in dat maar één iemand verantwoordelijk zou zijn om de coronacrisis te bestrijden, en dat het Maggie De Block (Open VLD) is. Zouden we dan beter af zijn, denk je?

De huidige federale minister van Volksgezondheid is Frank Vandenbroucke (Vooruit). Persoonlijk vind ik dat hij het er goed van af brengt.  Hoe denken de Vlamingen over hem?  Hoe dan ook werden de jongste beslissingen van het Overlegcomité in het noorden en het zuiden heel anders onthaald. Vlaanderen vond de versoepelingen ‘een risico’. Voor de meeste Franstaligen waren ze onvoldoende. 

Vorige week vroeg je me hoe het komt dat Franstalig links goed is voor meer dan de helft van de stemmen, wat uniek is in Europa. Om die vraag te beantwoorden is een uitgebreide studie nodig, maar volgens mij heeft het veel te maken met het politieke aanbod. Enerzijds is het een erfenis uit het verleden: Henegouwen en Luik waren industriële bastions waar de arbeiders een belangrijke stem hadden. Anderzijds houdt het verband met de huidige economische situatie. Even terzijde: volgens een studie van de KU Leuven uit 2015 denken de Vlamingen en Walen ongeveer hetzelfde over onderwerpen als sociale bijstand en immigratie.

Maar om op je vraag terug te komen: een andere fundamentele verklaring is de lokale verankering van de PS. In het verleden heeft die nauwe band met de plaatselijke partijleden, via tal van organisaties, geleid tot een uitwas van cliëntelisme. Vandaag is dat minder uitgesproken (waar de Franstalige Partij van de Arbeid trouwens de vruchten van plukt), maar het bestaat nog altijd.

Je liep hoog op met de verdiensten van Conner Rousseau, maar in Vlaanderen is Vooruit die band met ‘het volk’ kwijt. Je schreef dat Wallonië misschien wel het laatste Gallische dorp is dat weerstand biedt aan de Romeinen. Misschien heb je gelijk. Maar ik zou je er toch op willen wijzen dat in de avonturen van Asterix de onoverwinnelijke Galliërs altijd aan het langste eind trekken.

Alain

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud