Op ernstig begrotingsbeleid blijft het wachten

Hoofdeconoom Voka en auteur van 'Terug naar de feiten'

Traditiegetrouw blijkt de aanpak van de begrotingsopmaak niet in overeenstemming met de ernst van onze budgettaire uitdagingen.

Samen met de beleidsverklaring werd gisteren ook de begroting afgeklopt. Die laatste zal opnieuw niet als toonbeeld van gezond budgettair beleid de boeken ingaan. Het startschot van de oefening werd gegeven met de raming van het monitoringcomité dat het begrotingstekort van alle Belgische overheden samen in 2022 zou uitkomen op ‘maar’ 21,3 miljard. Dat cijfer werd bizar genoeg onthaald als een meevaller.

Zoals gebruikelijk zijn de onvermijdelijke budgettaire inspanningen voor (veel) later.

Daarna volgde een discussie over een eventuele budgettaire oefening van 1, 2 of 3 miljard euro. Voor de duidelijkheid: een inspanning van 2 miljard verlaagt het totale begrotingstekort van 4,14 procent van het bruto binnenlands product (bbp) naar 3,75 procent.

Aan de inkomstenkant ging veruit de meeste aandacht naar de regeling voor voetballers, die uiteindelijk gaat over een bedrag van 30 miljoen euro. Veel geld, maar peanuts in vergelijking met de budgettaire uitdaging.

Traditiegetrouw blijkt de aanpak van de begrotingsopmaak niet in overeenstemming met de ernst van onze budgettaire uitdagingen. Onze overheden kwamen uit de coronacrisis met een diep begrotingstekort. Dat dat tekort met het einde van die crisis automatisch weer verkleint is geen meevaller, maar de logica zelve, door het uitdoven van de tijdelijke steunmaatregelen.

Zware tegenvaller

Het is evenwel een zware tegenvaller dat we na corona blijven zitten met een belangrijk structureel tekort. De Europese Commissie raamt dat voor 2022 op 4,4 procent van het bbp. Het grootste deel van dat tekort hadden we trouwens al voor corona. Ter vergelijking, de Scandinavische landen en Nederland komen in 2022 gemiddeld uit op 0,7 procent.

Daarnaast hebben we ook onze toekomstige budgettaire uitdagingen niet onder controle. Zo loopt onze jaarlijkse vergrijzingsfactuur volgens de Europese Commissie op termijn op tot 26 miljard euro. In West-Europa heeft enkel Luxemburg nog een zwaardere vergrijzingsfactuur. Om die factuur onder controle te krijgen is een verregaande hervorming van de pensioenen en de gezondheidszorg nodig. Het ontoereikende voorstel van de bevoegde minister voor de pensioenen zit in de koelkast, van het tweede is voorlopig geen sprake.

Dat we de begroting niet in één jaar weer op de rails kunnen krijgen, was al langer duidelijk. Maar er is wel nood aan een ernstig meerjarenplan om onze overheidsfinanciën weer gezond te krijgen.

Dat we de begroting niet in één jaar weer op de rails kunnen krijgen, was al langer duidelijk en was ook nooit de bedoeling. Maar er is wel nood aan een ernstig meerjarenplan om onze overheidsfinanciën weer gezond te krijgen. De inspanning voor 2022 is evenwel nogal mager. En allicht is dat de zwaarste inspanning die deze legislatuur politiek haalbaar zal zijn. De begrotingsopmaak voor 2023 zal moeten gebeuren tegen de achtergrond van lagere groeivooruitzichten en een zo goed als zeker grotere nervositeit door de aankomende verkiezingen. Zoals gebruikelijk zijn de onvermijdelijke budgettaire inspanningen voor (veel) later.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud