Op naar 80 procent, of zelfs 85,2 procent

De tweewekelijkse grafiek van Bart Van Craeynest

©Mediafin

De startnota voor de Vlaamse regeringsvorming focust in de economische plannen terecht op meer mensen aan het werk en op meer investeringen. Voor dat eerste wordt de doelstelling van een werkgelegenheidsgraad van 80 procent geformuleerd. Vandaag is in Vlaanderen 75 procent van de 20- tot 64-jarigen aan het werk. Daarmee hangt het in de Europese middenmoot. Nederland en Duitsland flirten met 80 procent, toplanden als Zweden en Zwitserland halen 82,5 procent.

De enige reden waarom in Vlaanderen relatief weinig mensen aan het werk zijn, ligt in beleidskeuzes uit het verleden

Om vandaag het niveau van Nederland en Duitsland te halen moeten in Vlaanderen 200.000 meer mensen aan het werk zijn. Om aan te sluiten bij de toplanden zijn dat er 300.000 meer. Er is geen enkele fysieke of natuurlijke reden waarom dat niet zou kunnen. De enige reden waarom in Vlaanderen relatief weinig mensen aan het werk zijn, ligt in beleidskeuzes uit het verleden. Maar dat beleid kan worden bijgestuurd.

Duitsland gaf al het goede voorbeeld. Begin jaren 2000 hing het qua werkgelegenheidsgraad op hetzelfde matige niveau als Vlaanderen. Met een verregaande arbeidsmarkthervorming en een doorgedreven loonmatiging maakten de Duitsers in zo’n tien jaar de sprong naar de Europese top.

Dat moet Vlaanderen ook kunnen, maar dan moet het wel grondig hervormen. Daarbij moet het kijken naar alle niet-actieven, niet alleen naar de werklozen. Die zijn in Vlaanderen met 95.000, terwijl er bijna 900.000 niet-werkzoekende niet-actieven zijn.

Een beter werkende arbeidsmarkt is alleen maar positief voor onze economie en onze samenleving

De grootste achterstand van Vlaanderen tegenover Zweden ligt bij jongeren (werkgelegenheidsgraad van 30% versus 45%) en vooral bij ouderen (53% versus 78%). Daar moeten dan ook de meeste inspanningen op worden gericht. Concreet betekent dat: veel meer mogelijkheden creëren voor duaal leren (ook in het hoger onderwijs), levenslang leren stimuleren, alle mogelijkheden om vervroegd te stoppen versneld afschaffen, de anciënniteitsverloning verder afbouwen, iedereen die inactief wordt (werklozen, zieken, nieuwkomers) sneller begeleiden, werken financieel interessanter maken tegenover niet-werken (vooral voor de laagste lonen), meer ruimte scheppen om werken te combineren met een uitkering, meer flexibiliteit creëren.

Vlaanderen kan al heel wat zelf doen. Maar voor verschillende van die maatregelen is ook het federale niveau nodig. Dat neemt niet weg dat de onderhandelaars voor een Vlaamse regering het arbeidsmarktbeleid nu al zo veel mogelijk richten op de toplanden van Europa. Een beter werkende arbeidsmarkt is alleen maar positief voor onze economie en onze samenleving.

Lees verder

Tijd Connect