Opletten met begrotingscijfers

Hoofdeconoom Econopolis en auteur van 'Superstaat'

Deze week werd een van de begrotingstrucs van paars pijnlijk in de verf gezet. De overname van het Belgacom-pensioenfonds in 2003 gaat vanaf 2022 zo’n half miljard per jaar kosten. Dat kan onmogelijk als een verrassing komen.

De tweewekelijkse grafiek van Bart Van Craeynest

Toen de operatie opgezet werd, was al duidelijk dat de overheid de pensioenspaarpot overnam zonder rekening te houden met decennia van pensioenverplichtingen die eraan vasthingen. Ironisch genoeg werd de 5 miljard van het pensioenfonds in het Zilverfonds gestort, nog een van die trucs van paars.

Niettemin kon paars als enige regering van de jongste 50 jaar een begrotingsoverschot voorleggen. Dat was geenszins een bewijs van een sterk begrotingsrapport, het toonde eerder aan dat de interpretatie van begrotingscijfers het best met zorg kan gebeuren.

©Mediafin

Ook de huidige regering zal straks willen uitpakken met een sterk begrotingsrapport. Volgens de Nationale Bank kwam het totale begrotingstekort in 2017 uit op 1 procent van het bruto binnenlands product (bbp), een duidelijke verbetering tegenover het tekort van 3,1 procent waar de regering-Michel eind 2014 mee startte. Die verbetering is evenwel maar voor minder dan de helft de verdienste van het beleid.

Het begrotingstekort verbeterde met 0,8 procent van het bbp dankzij de lagere rentelasten en met 0,4 procent van het bbp dankzij het betere economische klimaat. De eigenlijke impact van het begrotingsbeleid wordt weergegeven door de verandering in het structurele saldo, dat gecorrigeerd wordt voor conjunctuureffecten, rentelasten en eenmalige ingrepen. Dat structurele saldo verbeterde sinds 2014 met 0,9 procent van het bbp. De huidige regering deed dus wel een inspanning om de begroting te versterken, maar echt overtuigend was ze niet.

©CREDIT: Lieven Van Assche

Toch leidde de combinatie van het gunstige economische klimaat en de begrotingsinspanning tot een positieve dynamiek in de overheidsschuld. Die zakte van 106,8 procent van het bbp in 2014 naar 102,8 procent in 2017. Bovendien zal ze de komende jaren blijven zakken.

De schuld profiteert van een omgekeerde rentesneeuwbal doordat de nominale economische groei vandaag hoger ligt dan de gemiddelde rente op de overheidsschuld. En dat blijft allicht nog enige tijd het geval. De gemiddelde rente op de schuld bedroeg in 2017 2,4 procent. De marktrente op tien jaar voor de Belgische overheid bedraagt vandaag 0,9 procent. Dus zelfs als de marktrente wat verder stijgt, kan de overheid zich nog wel een tijd goedkoper blijven financieren.

De overheidsschuld zakt dit jaar meer dan waarschijnlijk onder 100 procent van het bbp. Meer nog, als de economische groei de komende jaren stabiliseert op het gemiddelde niveau van de voorbije 20 jaar en de regering slaagt erin het begrotingssaldo exclusief de rentelasten constant te houden op het huidige niveau, dan zakt de schuld tegen 2025 naar 80 procent van het bbp.

Het begrotingssaldo de komende jaren constant houden is evenwel makkelijker gezegd dan gedaan. Voor een aantal toekomstige uitdagingen liet deze regering nog redelijk wat werk liggen. De huidige begrotingscijfers verdoezelen het feit dat de Belgische overheden al decennialang veel te weinig investeren, en dat wordt stilaan onhoudbaar.

Om onze overheidsinvesteringen op het niveau van Nederland en Zweden te brengen, is meer dan 8 miljard per jaar nodig. En ondanks het gepraat over investeringspacten is het niet duidelijk vanwaar de middelen daarvoor moeten komen.

Daarnaast heeft de regering nog altijd geen financieringsplan voor de onvermijdelijke stijging van de uitgaven voor pensioenen en gezondheidszorg door de vergrijzing. Die uitdagingen zijn op langere termijn veel belangrijker dan het huidige begrotingscijfer, maar op die vlakken moeten de echte inspanningen nog gebeuren.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud