Opletten met besparen in de pensioenen

Bart Van Craeynest

Verschillende politici van de meerderheid gingen de voorbije dagen de mist in met tegenstrijdige uitspraken over mogelijke aanpassingen van de pensioenen van werkloze 50-plussers.

In het Zomerakkoord werden besparingen in de pensioenen aangekondigd, maar de concrete uitwerking ervan blijkt moeilijk te liggen.

Het corrigeren van de pensioenberekening voor periodes van werkloosheid past in de optiek dat het uiteindelijke pensioen afhankelijk is van de bijdragen tijdens de loopbaan. In het Belgische pensioenstelsel is die optiek al lang grotendeels overboord gegooid. Door het vrij lage loonplafond in de pensioenberekening en de lange lijst gelijkgestelde periodes is er voor velen nagenoeg geen link tussen het loon en het pensioenbedrag. In die zin lijkt de maatregel niet te kaderen in een bredere aanpak van de pensioenuitdaging.

©Mediafin

De voorgestelde maatregel steunt vooral op budgettaire overwegingen. Voor besparingen in de pensioenen valt echter weinig te zeggen, zeker in de privé. Volgens de OESO valt een gepensioneerde in België netto gemiddeld terug op 61 procent van het arbeidsinkomen. In Europa is dat gemiddeld 10 procent meer, in Nederland zelfs 35 procent.

De Belgische pensioenen zijn dus al opmerkelijk laag, met name voor werknemers in de privé en voor zelfstandigen. De ambtenarenpensioenen blijven veel genereuzer, terwijl dat verschil niet meer te verdedigen valt. Het argument voor een hoger ambtenarenpensioen als compensatie voor een lager loon gaat niet (meer) op. Volgens diverse studies liggen de lonen voor vergelijkbare functies en profielen bij de overheid niet lager dan in de privé. In het pensioenstelsel bieden vandaag enkel de ambtenarenpensioenen nog besparingsmogelijkheden.

In het pensioenstelsel bieden vandaag enkel de ambtenarenpensioenen nog besparingsmogelijkheden

Hervormingen in de pensioenen moeten trouwens niet gericht zijn op besparingen op de korte termijn, maar eerder op het vrijwaren van een rechtvaardig pensioenstelsel op langere termijn. Door de veroudering van de bevolking staat het Belgische pensioenstelsel de komende decennia voor een enorme uitdaging. Volgens de studiecommissie voor de vergrijzing zullen de jaarlijkse overheidsuitgaven voor pensioenen tegen 2040 2,3 procent van het bbp hoger liggen dan vandaag. In euro’s van vandaag komt dat overeen met 10 miljard. En dat is allicht nog een onderschatting, gezien de optimistische assumpties die de studiecommissie hanteert. Ondanks ontelbare studies en expertenrapporten heeft de Belgische overheid nog altijd geen geloofwaardig antwoord op deze uitdaging.

De overheid zou beter duidelijk maken waar ze met het pensioenstelsel heen wil. De toekomst van de pensioenen ligt allicht in een basispensioen (wat voor velen al het geval is) afhankelijk van de duur van de loopbaan, met kleinere verschillen tussen de stelsels en voor iedereen aangevuld met een tweede pijler. Daarvoor is nog een lange weg te gaan. Het communicatiegeklungel van de voorbije dagen is op dat vlak niet hoopgevend.

Lees verder

Tijd Connect