Overheid veroorzaakt mee private-equitybubbel

©Dieter Telemans

In Noelsspeak spreekt econoom en Econopolis-stichter Geert Noels zich maandelijks onomwonden uit. Vandaag heeft hij het over de komende zeepbel in de wereld van de private equity.

Deze week is ook de Europese Unie op de private-equitybubbelboosttrein gesprongen. Via een fonds waarvan de drieletterige afkorting met een E begint, zal ze honderden miljoenen euro’s investeren in initiatieven en zo een hefboomeffect van 6,5 miljard euro beogen. De doelstellingen van de EU ogen nobel: ondernemerschap stimuleren, ‘unicorns’ kweken en zich eindelijk meten met het kapitalisme van Silicon Valley, en natuurlijk ook de jongste ondernemingshype - de scale-ups- boosten. Maar die nobele doelstellingen gaan voorbij aan de kernvraag: moet de overheid nog risicokapitaal verschaffen?

Er is vandaag geen schaarste aan risicokapitaal. Alle cijfers wijzen op een oceaan aan cash (zie grafiek), en nieuwe rivieren van vers opgehaalde middelen bij private-equityfondsen die blijven toestromen. Dat is goed nieuws, want dertig jaar geleden was de oceaan nog een woestijn met enkele oases.

De toevloed aan middelen is initieel door ‘animal spirits’ gebeurd. Maar de afgelopen jaren heeft de sirenezang van TINA - There is no Alternative - de beleggers massaal naar de private-equitywateren gelokt. TINA is een creatie van allerlei fenomenen - lage inflatie, spaaroverschotten in sommige regio’s - maar de centrale banken en de ECB hebben haar de afgelopen vijf jaar wel groot, zeer groot gemaakt met hun beleid van lage rente en opkopen van schuldpapier.

Uit wanhoop om rendement te halen zijn allerlei fondsen in risicokapitaal gestapt, in de hoop dat de risico’s en de verwachte rendementen een extrapolatie zijn van de afgelopen periode. Dat zal later een grote vergissing blijken. De historische rendementen van risicoloze obligaties zijn ook hoog geweest, maar die extrapoleren met vandaag een 0,5 procent rente op 10-jarig papier zou uiteraard niet verstandig zijn. De andere activaklassen en dus ook private equity hebben echter hetzelfde startpunt: toekomstige rendementen zullen structureel lager zijn dan de dolle rendementsrit van veertig jaar dalende rente.

Die vele nieuwe fondsen vinden onvoldoende opportuniteiten. De goede ondernemingen zijn vandaag erg winstgevend en kunnen hun nieuwe projecten makkelijk zelf financieren. Alleen exuberante waarderingen kunnen ondernemers of aandeelhouders aanzetten te verkopen. Investeringen in durfkapitaal gaan vandaag meer dan tienmaal de kasstroom, een hoogtepunt.

Als goede projecten te duur worden, stroomt heel wat geld naar minder goede tot slechte en zelfs heel slechte projecten. Daardoor worden investeringen gefinancierd die de concurrentie verstoren, en prijzen naar beneden halen. Goedkoop geld werkt dus aan de ene kant assetinflatie in de hand, en stimuleert aan de andere kant prijsdeflatie, het tegenovergestelde van wat centrale banken beogen.

Olie op het vuur

In deze omstandigheden is geen extra olie op het vuur nodig. Een nieuwe injectie aan Europese of Belgische ‘hefboominitiatieven’ van de overheid in durfkapitaal zal nog meer contraproductief werken. Het leidt tot assetinflatie, verstoort de markt en doet op termijn veel projecten foutlopen, waardoor een jarenlange tegengestelde slingerbeweging in gang wordt gezet.

De overheid laat durfkapitaal beter over aan investeerders die risico’s goed kunnen inschatten, en zelf ‘skin in the game’ hebben. Belastinggeld zal eerder in geblutste projecten dan bij pareltjes terechtkomen. Helaas worden daardoor ook alle waarderingen verder opgeblazen. Een beleggende overheid riskeert ook haar beleid te beïnvloeden. Het wordt aanlokkelijk om fiscale maatregelen, subsidies en vergunningen net iets meer in de richting van de eigen investeringen te duwen.

Het najagen van het ecosysteem en het kapitalisme van Silicon Valley is een utopie. Europese investeerders kunnen geen tien projecten financieren waarvan er negen grandioos mislukken en eentje een unicorn wordt. We hebben trouwens geen netwerken en expertise om unicorns te kweken. Wel kunnen we ‘hidden champions’ voortbrengen. Die groeien trager, weg van de hype en de aandacht. Het Europese kapitalisme is gewoon anders, maar niet noodzakelijk slechter.

Een beleggende overheid riskeert ook haar beleid te beïnvloeden.

Over enkele jaren omschrijven we deze periode wellicht als ‘de zeepbeljaren’. Dat geldt voor vele activa, maar in het bijzonder voor private equity. Het betekent niet dat alle projecten slecht zijn, of dat durfkapitaal geen zin heeft. Integendeel. De meeste zeepbellen worden gebouwd op verdedigbare thema’s: vastgoed, technologie of andere digitale tulpen. Maar het is de combinatie van gratis geld, een te grote toeloop van de massa en meestal oogluikende of actieve ondersteuning van de overheid die grote zeepbellen creëert die ons decennia economische en financiële schade kunnen berokkenen.

Durfkapitaalfondsen die vandaag projecten durven te weigeren zullen over enkele jaren wellicht de winnaars zijn, als ze tenminste de tijd krijgen van hun investeerders. Een overheid die hun nu geld toestopt met de urgente vraag die euro’s uit te geven, is dan contraproductief.

Moraal van het verhaal? Een: er is geen tekort aan risicokapitaal in Vlaanderen, België en Europa. Twee: de overheden hebben geen rol in risicokapitaal, het werkt marktverstorend en veroorzaakt zeepbellen. En drie: durfkapitaalfondsen die vandaag deals durven te weigeren, zijn de winnaars van morgen.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content