Paleis der Natie | De PS en het fornuis van Landru

En plots kan de Parti Socialiste van Elio Di Rupo niets meer goed doen. De oude machtsrecepten die de partij hanteerde en die haar overeind hielden, lijken niet meer te werken.

Wapenmarchands worden vaak geconfronteerd met de aandrang van hun klanten om de aangekochte tuigen te gebruiken. Dat stelt de wapenverkoper telkens in een slecht daglicht. Ten onrechte, volgens de Franse komische acteur Jean Yanne. Die zei ooit dat men bezwaarlijk de verkoper van het keukenfornuis waarin de vrouwenmoordenaar Henri Landru zijn slachtoffers opstookte, kan veroordelen wegens medeplichtigheid aan diens wandaden. Het is een van de weinige argumenten die het Waals Gewest nog niet gebruikte om de wapenleveringen aan Saoedi-Arabië en voordien aan Libië recht te praten.

Het beruchte P90-machinepistool uit de jaren '90 van wapenproducent FN. ©doc

Via de Société Wallonne de Gestion et de Participations (Sogepa) is het Waals Gewest voor 100 procent eigenaar van de Fabrique Nationale de Herstal. FN, een wapenfabrikant met mondiale faam, was in een ver verleden een parel aan de kroon van de Generale Maatschappij. Die verkocht het aan het Franse GIAT, dat er niets van bakte. Omdat het bedrijf met sluiting werd bedreigd, nam het Waals Gewest in 1997 de winkel over. Vandaag stelt FN, dat ook Browning en Winchester in de catalogus heeft, wereldwijd zo’n drieduizend mensen tewerk. Een van zijn populairste producten is het beruchte P90-machinepistool, begeerd door tal van veiligheidsdiensten, zowel in de Verenigde Staten als in Saoedi-Arabië.

Toen het bedrijf nog tot het Generale-imperium behoorde, bestond er al een nauwe band tussen de PS en FN. Het verhaal gaat dat Karel Van Miert verbijsterd vaststelde dat de wapenfabrikant in Herstal een van de belangrijkste partijfinanciers was toen hij in 1977 covoorzitter werd van de toenmalige BSP, naast André Cools. Het was ook geen toeval dat Guy Spitaels in volle wapencrisis die leidde tot de val van de laatste regering van Wilfried Martens, meteen naar FN in Herstal trok, dat toen financieel aan de grond zat. Hij ging er de arbeiders melden dat de wapenleveringen in de Golfregio en aan Saoedi-Arabië doorgingen, ondanks het Vlaamse verzet. En fijntjes voegde hij eraan toe: ‘De Vlaamse leeuw is tandeloos.’

Zolang ze de steun kreeg van het Waalse en Brusselse establishment kon de PS haar macht en aanhang handhaven. Die steun kalft nu fors af. De partij is niet langer onmisbaar.

Onlangs vond FN een verdediger in Waals minister-president Paul Magnette tegen de kritiek van federaal vicepremier Alexander De Croo op de leveringen van het bedrijf aan de Saudi’s. Want die richten daarmee in Jemen het ene bloedbad na het andere aan. Volgens Magnette is daar niets mis mee, want Saoedi-Arabië is een Belgische bondgenoot in de strijd tegen Islamitische Staat. In Namen wijst men naar Europa, dat altijd een wapenembargo tegen Saoedi-Arabië kan afkondigen. Die kans is wel gering met een lidstaat als Frankrijk, een van de belangrijkste Europese wapenproducenten.

Toch kwam de PS in de wapenrel timide uit de schors. Vooral omdat Magnette erop werd gewezen dat hij wel in het verzet ging tegen CETA, het Europees vrijhandelsverdrag met Canada, maar kennelijk minder problemen heeft met de slachtpartijen in Jemen en elders in het Midden-Oosten met wapens uit Herstal.

De klad

De wapenrel toont nog maar eens aan dat de PS van voorzitter Elio Di Rupo, Paul Magnette en Laurette Onkelinx, nog steeds het leidinggevende trio, niets meer goed kan doen. De oude machtsrecepten die de partij hanteert en die haar overeind hielden, lijken niet meer te werken. De klad zit erin. In een recente peiling werd de partij die al sinds mensenheugenis over Wallonië heerst, niet alleen voorbijgestoken door de liberale MR maar zelfs door de ultralinkse PTB van Raoul Hedebouw. In Brussel moet de PS eveneens de oppositie voerende MR laten voorgaan.

Het is bekend: alleen imbecielen en journalisten geloven nog in politieke peilingen. Maar de neergang en bijgevolg ook de kwetsbaarheid van de PS zijn onmiskenbaar. Zelfs in Luik, waar de partij ondanks de moord op André Cools onaantastbaar leek, komt de PS vandaag onder toenemende druk.

Uiteraard eisen de Publifin-affaire en de dagelijkse onthullingen in de Waalse parlementaire commissie over de aanstellerij en het gegraai van PS-mandatarissen een zware tol. Al is er meer aan de hand. Tot nu toe durfde alleen José Happart, ook niet onbesproken, het aan om Elio Di Rupo als oorzaak van het peilingdebacle aan te wijzen. Andere PS’ers zwijgen, maar spreken hem niet tegen.

Happart heeft geen ongelijk. De gevaarlijke neergang van de PS is het resultaat van de aanpak van Elio Di Rupo. Door ze na de verkiezingen van juni 2014 in Wallonië en Brussel voor een voldongen feit te plaatsen, probeerde hij de liberalen te dwingen tot het voortzetten van zijn driepartijencoalitie. Di Rupo dacht nooit dat de MR als enige Franstalige partij een federale coalitie zou aandurven, met bovendien een dominerende N-VA aan Vlaamse kant.

De PS mag dan de leiding hebben van de Waalse en de Brusselse regering, haar slagkracht is ernstig aangetast. Zelfs in het sociale verzet. Want ze wordt er geconfronteerd met de gevolgen van maatregelen genomen door de regering van Elio Di Rupo. Zoals het inperken van de inschakelingsuitkeringen voor jonge werklozen, die nu veelal bij de OCMW’s zijn terug te vinden. Verder zijn er de lokale ergernissen: de sluiting van Caterpillar, en de werknemers van het failliete Forges de Clabecq, in sommige gevallen hun erfgenamen, die nu al bijna 20 jaar wachten op de volledige uitbetaling van hun ontslagvergoeding. Intussen krijgt de partijtop ook geen greep meer op de kwakkelende financiële PS-bastions, de verzekeraars P&V en Ethias.

PTB-voorman Raoul Hedebouw ©BELGA

Dat de Franstalige deelregeringen niet ontsnappen aan de Europese besparingsoekazes levert spanningen op met de door de PTB geïnfiltreerde vakbond FGTB. Spanningen die toenemen omdat de Waalse economie blijft dobberen. De regionale cijfers in het jaarverslag van de Nationale Bank van België liegen niet. De werkloosheid in Wallonië en Brussel duwt de Belgische gemiddelden omhoog. Terwijl in sommige Vlaamse regio’s slechts een frictionele werkloosheid wordt genoteerd, worstelt men onder de taalgrens met cijfers die boven het Europese gemiddelde uitstijgen. In 2016 bedroeg de werkloosheidsgraad in Vlaanderen nauwelijks 5,1 procent, onder de Vlamingen met de Belgische nationaliteit amper 4,4 procent. In Brussel stond de teller nog altijd op 17,2 en in Wallonië op 10,8 procent, een stuk hoger dan het EU-gemiddelde van 8,1 procent.

Dat alles werkt op de heupen van het Waalse patronaat, dat zich altijd zeer geduldig, om niet te zeggen onderdanig opstelde wegens de macht van de PS. Die periode is voorbij. De Union Wallonne des Entreprises (UWE) dringt aan op een spoedige evaluatie en een drastische bijsturing van het Marshallplan, dat in het leven werd geroepen om de Waalse economie te reanimeren. De opeenvolgende door de PS geleide regeringen slaagden er niet in die omslag te bewerken. De groei blijft onder het nationale gemiddelde en de werkloosheid structureel hoog.

Goodwill

Zolang ze de steun kreeg van het Waalse en Brusselse establishment kon de PS ondanks de schandalen haar macht en aanhang handhaven. Die steun kalft nu fors af. De partij is niet langer onmisbaar.

Mochten de Franstalige kiezers de huidige peilingen bevestigen met een ingrijpende kaartverdeling in 2019, dan hangt de PS voor eventuele machtsuitoefening af van de goodwill van andere partijen als MR, Ecolo en zelfs de verschrompelende cdH. Wat in Wallonië en Brussel neerkomt op een politieke glissade en versnippering, die Vlaanderen eerder al doormaakte. De Vlaamse partijen kunnen zich maar beter voorbereiden op zo’n politieke mutatie van het land, en nu al achter hun ontwerptafels een begin maken van de hertekening van hun economische en communautaire plannen.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud