Paleis der Natie | Namur, we have a problem

Volgens het Institut pour un Développement Durable valt over de socio-economische ontwikkeling van Wallonië goed en minder goed nieuws te melden. Helaas weegt het minst goede nieuws het zwaarst. Wegkijken lost niets op.

Na het wekenlange uitstrooien van de Publifin-gier was Wallonië toe aan wat goed nieuws. Zoiets moet de Waalse minister-president Paul Magnette (PS) hebben gedacht bij de laatste lectuur van de toespraak die hij begin mei voor het Waals Parlement zou houden. Het werd een speech die opbolde van optimisme. Volgens Magnette is Wallonië op de juiste weg en is de regio in staat ‘des belles et grandes choses’ te verwezenlijken. Hij haalde zelfs de uitzonderlijke olympische prestaties van de zevenkampster Nafi Thiam aan om zijn toehoorders een hart onder de riem te steken.

©Saskia Vanderstichele

Met zijn gekende zwierigheid weefde de Waalse minister-president door zijn betoog enkele statistieken om het optimisme te wettigen. Hij vermeldde zonder verpinken dat Wallonië in het eerste kwartaal van dit jaar zelfs minder werklozen telde dan Vlaanderen. Al gaf hij toe dat Wallonië met 3,5 miljoen inwoners tegenover Vlaanderen met 6,5 miljoen inwoners nog een lange weg voor de boeg heeft om de procentuele achterstand bij te benen. Maar Magnette zag in het cijfer toch een bemoedigende trend.

Van dezelfde orde was Magnettes betoog dat Wallonië in de periode 2000-2015 met een gemiddelde groei van 1,4 procent net iets beter presteerde dan Duitsland. Een prestatie waarop weinigen zich kunnen laten voorstaan. Dat de Democratische Republiek Congo met een groei van 8,6 procent Duitsland en de hele Europese Unie - dus ook Wallonië en Vlaanderen - van de tabellen veegt, was Magnette ontgaan. De recente bedenkingen van het Waalse patronaat bij de ondermaatse resultaten van het Marshallplan, in het leven geroepen om de Waalse economie op te krikken, liet hij onvermeld.

Magnettes poging om de wind in de zeilen van zijn coalitie te houden valt te begrijpen. Zijn Parti Socialiste staat al maanden onder peilingdruk. De Publifin-verhalen, de interne verdeeldheid en de hardnekkigheid waarmee Elio Di Rupo zich aan zijn voorzittersstoel vastklampt, zijn daar niet vreemd aan. Vooral de extreemlinkse Parti du Travail de Belgique (PTB) komt in de peilingen gevaarlijk opzetten. De zusterpartij van de Vlaamse Partij van de Arbeid (PVDA) dreigt in Wallonië een voor de PS verwoestend effect teweeg te brengen, naar het voorbeeld van Jean-Luc Mélenchon voor de kameraden van de Franse PS.

Nog voor de toespraak van Magnette in het Waals Parlement had het in Namen gevestigde Institut pour un Développement Durable (IDD), gelieerd aan het Centrum voor Duurzame Ontwikkeling in Gent, een werkstuk klaar over de sociaal-economische evolutie van Wallonië. De nog ongepubliceerde IDD-nota die nu al in de Wetstraat circuleert, brengt volgens de samenstellers, onder wie gewezen Ecolo-verkozene Philippe Defeyt, goed nieuws en minder goed nieuws. Jammer genoeg weegt het minder goede nieuws het zwaarst.

En dan heeft het IDD het in zijn onderzoek nog niet over de hogere ziektekosten in Wallonië. Evenmin rept het over de tarieven in Waalse en Brusselse ziekenhuizen, die soms vele malen hoger liggen dan in Vlaanderen. In die mate zelfs dat sommige privéverzekeraars een aantal van die ziekenhuizen op de lijst van te mijden instellingen heeft gezet. De stijging van het aantal Waalse werknemers in overheidsdienst wordt ook niet in kaart gebracht.

Toch maken de cijfers van het IDD overduidelijk dat wegkijken en de schijn ophouden geen oplossingen meer is. Omdat de compenserende maatregelen voorzien in de zesde staatshervorming gaandeweg uitdoven, is de vooruitgang van Wallonië ruim onvoldoende. Sommige cijfers zijn in het licht van de maatschappelijke en technologische evoluties zelfs bijzonder verontrustend, om niet te zeggen alarmerend.

Toenemende kloofbreedte

Een van de problemen die Wallonië maar niet onder controle krijgt, is dat van de armoede en de armoededreiging. Al jaren kampt Wallonië met een armoederisico rond 18 procent. Dat is bijna het dubbele van de 10 procent in Vlaanderen. Zonder de transfers in de sociale zekerheid zou dat percentage oplopen tot 33 procent, berekende het Institut Wallon de l’Évaluation, de la Prospective et de la Statistique (IWEPS). In Brussel is de situatie nog schrijnender. Daar wordt nu al met een armoederisico rond 30 procent gerekend. Meer dan een op de 15 Waalse gezinnen kan de elektriciteitsrekening niet meer betalen. Het aantal Walen dat gebruikmaakt van schuldbegeleiding is de afgelopen tien jaar met liefst 85 procent toegenomen. Door het beperken van de inschakelingsregeling voor jonge afgestudeerden door de vorige regering van Di Rupo is het aantal leefloners tussen 2014 en 2015 met 15 procent gestegen.

Het aantal Walen dat gebruikmaakt van schuldbegeleiding is de afgelopen tien jaar met liefst 85 procent toegenomen.

Nog een alarmerende evolutie is de terugval van het aantal jongeren met een diploma hoger onderwijs. Terwijl een onzinnige oorlog woedt tussen de Université Libre de Bruxelles (ULB) en de Université Catholique de Louvain (UCL) over de fusie van die laatste met het Brusselse Université Saint-Louis, kan van de Walen tussen 30 en 34 jaar amper 39,6 procent een diploma hoger onderwijs voorleggen. Dat is merkelijk minder dan in Vlaanderen (47,3%) en Brussel (51,9%), die aansluiten bij het niveau van de Scandinavische landen.

Het Waalse bruto binnenlands product mag dan gestegen zijn, zoals minister-president Magnette aangaf in zijn toespraak voor het Waals Parlement, de gegevens over het bruto binnenlands product (bbp) per capita geven een juister beeld. En daar is de kloofbreedte tussen Wallonië en Vlaanderen alleen maar toegenomen. Want het Waalse bbp per hoofd, dat pas in 2017 het niveau van voor de crisis van 2008 bereikte, is de jongste jaren teruggezakt tot net geen 71 procent van het Vlaamse, en nagenoeg 72 procent van het Belgische niveau.

Het is een pluspunt dat het aantal Walen dat buiten de eigen regio werk vond behoorlijk is gestegen. Toch blijft de werkloosheid bezuiden de taalgrens een bekend en terugkerend probleem. Die bedroeg eind 2016 in Wallonië 10,6 procent en in Brussel zelfs 16,9 procent, tegen 4,9 procent in Vlaanderen. Pijnlijk is wel dat ook de productiviteit tussen 2006 en 2016 stagneerde.

De bevindingen van het IDD komen neer op een blamage voor de PS, die sinds 1981 nagenoeg onafgebroken de Waalse regio heeft bestuurd. Maar een en ander heeft ook federale gevolgen. Onlangs werden de economische groeiverwachtingen voor België opgetrokken tot 1,6 procent. Dat is een gevolg van de haast euforische stemming onder de Duitse ondernemers. En dat belooft veel goeds voor vooral de open Vlaamse economie, die nauw aansluit bij de Duitse. Nu al is de werkloosheid in vier van de vijf Vlaamse provincies nagenoeg frictioneel. Alleen de provincie Antwerpen hinkt wat achterop.

Ondanks de groeivoorspellingen blijft de federale regering de komende jaren opgescheept met een begrotingstekort van om en bij 2 procent. Dat komt neer op een noodzakelijke besparing van ruim 8 miljard euro. En dan hebben ze in Namen een groot probleem. Want die saneringen, haast onvermijdelijk in de sociale zekerheid, zullen het zwaarst wegen op het armlastige Wallonië.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud