Partijen verschillen niet zoveel van bedrijven

©Photo News

In de aanloop naar verkiezingen van 26 mei maken onze opiniemakers puntige observaties. Vandaag: Bart Maddens over de vraaggestuurde partijen.

Over politieke partijen bestaat een hardnekkig misverstand. Ze zouden principes hebben, en de kiezer daarvan proberen te overtuigen. Dat klopt natuurlijk niet. Het aanbod van de partijen wordt aangepast aan de vraag van de kiezer, en niet andersom. Of zoals de Amerikaanse econoom Anthony Downs zei: ‘Partijen formuleren beleidsvoorstellen om verkiezingen te winnen, eerder dan dat ze verkiezingen willen winnen om hun beleidsvoorstellen te realiseren.’

Ooit zette de N-VA zich uitdrukkelijk in de markt als een aanbodpartij. Maar na twee jaar bleek al dat de kiezer het N-VA-product niet lustte. Het aanbod werd dan maar aangepast. Vlaamse onafhankelijkheid werd confederalisme. Tot de kiezer het communautaire beu werd. Prompt bracht de partij een nieuw product op de markt: een rechts economisch beleid. Maar ook dat sloeg gaandeweg minder aan bij de consument. En dus startte de partij alweer een nieuwe productielijn op: identiteit en veiligheid.

Als het product niet verkoopt, wordt het vervangen door een ander.

Partijen verschillen inderdaad niet zoveel van bedrijven. Het zijn vraaggestuurde organisaties die in een zeer competitieve setting opereren. Ze proberen hun stemmen te maximaliseren zoals bedrijven hun winst. Als een product niet verkoopt, vervangen ze het door een ander.

Toch is de strategische bewegingsvrijheid van partijen niet onbeperkt. Haasje-over springen doen ze niet. Een socialistische partij kan naar het centrum verschuiven, maar zal nooit rechtser worden dan een conservatieve partij. Zelfs al blijkt zo’n rechts standpunt winstgevender.

Wijst dat er niet op dat ideologie hoe dan ook belangrijk blijft? Niet echt, zegt Downs. Partijen moeten de indruk wekken dat ze tot op zekere hoogte vasthouden aan principes. Een linkse partij die rechts voorbijsteekt, zou alle geloofwaardigheid verliezen, en alleen daardoor kelderen.

Kijk opnieuw naar de N-VA. Waarom zou die partij geen lijsten indienen in Wallonië, om de populariteit van Jan Jambon en Theo Francken daar te verzilveren? Op basis van een marktlogica zou je verwachten dat ze dat stemmenreservoir aanboort. Maar dan zou de N-VA een Belgische partij worden, de enige naast PTB/PVDA. Dat zou dodelijk zijn voor het imago van een Vlaams-nationale formatie. ‘De partij verkoopt haar ziel voor wat Franstalige stemmen’, zou men zeggen.

Er zijn dus grenzen. Toch blijft de wendbaarheid groot. Daar hebben we vorige maand een straf staaltje van gezien, alweer bij de N-VA. De partij had lang rekeningrijden in de aanbieding. Maar zodra bleek dat dat een verliespost kon worden, haalde ze het product uit de rekken.

Dat was een verstandige beslissing. Wie jammerde over een gebrek aan politieke moed, of zelfs leiderschap, begrijpt niet hoe een democratie werkt. De N-VA heeft goed aangevoeld dat een meerderheid van de bevolking rekeningrijden niet ziet zitten. Bijgevolg bracht ze het aanbod in overeenstemming met de vraag.

Dat electorale marktmechanisme garandeert dat het beleid strookt met de voorkeuren van de burgers. En dat is toch de bedoeling van een democratie, of niet soms?

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect