Advertentie

Pater Spaarvarken

©Emy Elleboog

De ochtendmist hing over de kade. Wachtend in mijn auto bestudeerde ik de klasfoto. Achteraan stond ik, tussen de Vuurtoren met zijn ros haar en den Dalton met zijn lange kin. Snel overliep ik de achternamen. In de verte stapten grijze, kalende mannen langs de houten steiger de boot op.

Peter, den Tjeef, nu advocaat, had een boottocht op de Schelde georganiseerd. Het was voor ons, de Latijn-Griekse van het jezuïetencollege, de eerste klasreünie in dertig jaar. De begroeting was een shock. Ik herkende die mensen niet. Het was hun manier van spreken, kijken en lachen die langzaam alles terugbracht.

‘Hé Dalton, weet ge nog toen ge in de brievenbus van de prefect hebt geplast’, vroeg de Vuurtoren. De boot lag nog voor anker. Den Dalton herinnerde zich niets meer. ‘En gij Vuurtoren, gij hebt toch de Gestapo, de lerares Duits, eens in de kast geduwd?’ Meerdere grijze mannen knikten. De Vuurtoren trok grote ogen, maar zei niets. ‘Heb jij afasie’, vroeg Joris. Hij was de zittenblijver. Ook nu nog deed hij er alles aan om te tonen dat hij niet dom was.

Freddy - ooit een blonde god, nu een kale chirurg - had een leuk verhaal. ‘Ik stond eens voor mijn snijtafel. Je raadt nooit wie daar lag. Pater Spaarvarken.’ ‘En?’, wilde iedereen weten. ‘Wraak is een slechte raadgever’, zei hij mysterieus.

Toen we onder de brug van Temse voeren, brak de zon door. Wie dertig jaar geleden elkaar opzocht, deed dat nu ook. Het gezever, het gezwets, de oude toon, alles kwam terug. Ook de ergernissen.

Toen de tafel gedekt was, tikte Peter den Tjeef tegen zijn glas. ‘Heren retorici. Kijk wie we geworden zijn : advocaten, kabinetschefs, chirurgen en ondernemers. De jezuïeten hebben ons gevormd tot het intellectuele keurkorps van de katholieke kerk. Excelleren, nooit grijs zijn. Die leer zetten wij elke dag om in de praktijk.’ Hij eindigde met ‘plus est en vous’ en vroeg ons die slogan met z’n allen te herhalen. Toen hief hij een gebed aan. Den Dalton bootste een braakneiging na. ‘Gooien we hem van de boot?’, fluisterde de Vuurtoren in mijn oor.

Den Dalton stond nu recht. Hij dankte Peter voor de bootreis en eindigde met: ‘Het was zoveel in het nieuws. Daarom, by the way, is iemand van ons ooit misbruikt geweest?’ Muisstil was het. Iedereen staarde in zijn bord. ‘Ik’, zei Freddy, ooit een blonde god nu een kale chirurg, plots. ‘Pater Spaarvarken heeft in de bezinningsruimte zijn hand in mijn broek gestoken.’ Verbijstering. ‘Maar ik heb hem geschopt en hij vluchtte.’ Dat luchtte op. ‘Waarom heeft Spaarvarken u gekozen en niet mij?’ spotte den Dalton. ‘Gij waart niet knap genoeg.’ Iedereen lachte.

Drank kwam in de man. We zongen Latijnse liederen en maakten een nieuwe klasfoto, met iedereen op dezelfde plaats.

De dag erna leek alles een vage herinnering. Ik vertelde een collega over de bootreis. ‘Ik ben op school misbruikt geweest’, zei die plots, heel open. Ik schrok. ‘Mijn vader had een drankprobleem. Ik was jong en zwak. Dan ben je een makkelijk slachtoffer voor die roofdieren. Ze winnen je vertrouwen en slaan toe. Ik heb thuis alles opgebiecht. Toen kwam pater directeur langs, samen met de deken. Die had zijn gewaad aan om indruk te maken. Ze stelden het voor alsof ik de oorzaak was. Ik moest bidden, veel bidden.’ Hij schudde met zijn hoofd. ‘Gelukkig heeft het geen sporen nagelaten.’

Dat laatste zei hij tweemaal. Om zich sterk te maken. Want hij wist, net als ik, dat het niet zo was.

Hans Bourlon is CEO van Studio 100

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud