Voorzitter FOD Sociale Zekerheid

‘Negen op de tien leerkrachten in het basisonderwijs zijn vrouwen. In het secundair onderwijs is dat zes op de tien’, lees ik. Ik word oud, denk ik. In de 16 jaar dat ik op de schoolbanken zat, werd ik maar twee keer geconfronteerd met een vrouwelijke leerkracht.

Frank Van Massenhove is voorzitter van FOD Sociale Zekerheid

©BELGA

De onderwijzeres in het tweede leerjaar van de Vrije Jongensschool in Zerkegem was er maar een paar maanden om een zieke onderwijzer te vervangen. Toen er kort daarna een vacature was, maakte ze geen kans. Op het Brugse college verschenen alleen vrouwen in de klas als er moest worden schoongemaakt. En tijdens de vijf jaar rechten was maar een van mijn 52 proffen een vrouw: de gevreesde Marthe Versichelen, van het buisvak sociologie. In 1965 werd ze prof en was daarmee de eerste vrouw aan de Universiteit Gent die wist op te klimmen tot het gewoon hoogleraarschap.

Hoe zou de vrouw Marthe Versichelen hebben gereageerd op het advies van de commissie (seksueel) grensoverschrijdend gedrag aan de UGent? Maar vooral, hoe zou de sociologe Marthe Versichelen hebben gereageerd op de virulente kritiek van opvallend veel mannelijke proffen op het advies?

Nu ja, op het globale advies las ik geen enkele reactie. Het vitriool werd bovengehaald vanwege 18 woorden in het werkstuk van 6.951 woorden. En ze stonden dan nog tussen haakjes: (zo wordt er naar gestreefd om maximaal te vermijden dat 1 op 1 gesprekken in afgesloten ruimtes plaatsvinden). Proffen voelden zich gebrandmerkt als predatoren.

Misschien zou de sociologe Versichelen hun reactie niet echt wetenschappelijk vinden, maar ze eerder vinden getuigen van misplaatst statusgevoel. Van haar leerde ik in 1973 niet alleen wat status betekende, maar ook wat het doet met een mens. ‘Als je het karakter van een mens wil leren kennen, moet je hem status geven’, zei ze.

Status en macht kunnen in de academische wereld maar moeizaam ter discussie worden gesteld.

Ooit vroeg een prof me of ik in zijn vakgroep een sessie ‘hoe de taken verdelen’ wilde verzorgen. Toen ik hem uitlegde dat de rollen en de rolverdeling zouden worden onderzocht, en dus ook wie het hoofd/manager van de vakgroep hoorde te zijn, werd ik lieflijk de deur gewezen. Dat status en macht in de academische wereld maar moeizaam ter discussie kunnen worden gesteld, blijkt ook uit het rapport. ‘Er is geen mogelijkheid om bottom-upcommentaar te geven over het functioneren van de leidinggevende’, stelt de commissie grensoverschrijdend gedrag vast.

Misschien zou de sociologe Versichelen, Sara, die in onze federale overheidsdienst drie weken lang onderzoek deed naar de gevolgen van onze organisatiewijze op de interne machtsverhoudingen, hebben aangespoord er een doctoraat over te plegen. Sara’s prof lachte haar net niet uit toen ze met het voorstel kwam. Sara was geïntrigeerd door de bruuske daling in het aantal klachten over pesten in onze organisatie en had genoeg indicaties om de reden te vinden in de combinatie van het neerhalen van alle fysieke en veel machtsgerelateerde muren en het afschaffen van vaste werkplekken.

‘Pesten begint met kleine misplaatste opmerkingen. Als dat gebeurt in een kantoortje met vier mensen, kan dat escaleren. Maar in een organisatie waar alles letterlijk zichtbaar is en waarin je onmiddellijk van plaats kan veranderen, blijft het bij die ene pestpoging. De antipesttrend wordt nog versterkt als ambtenaren hun bazen kunnen evalueren, zoals bij jullie’, legde Sara me uit.

Aan zoiets wetenschappelijks zijn de proffen die moordende kritiek hadden op de commissie grensoverschrijdend gedrag nog niet toe, getuige hun zuiver emotionele uitval. Misschien zou de reactie evenwichtiger zijn als universiteiten de trend van vervrouwelijking in het onderwijs volgen. Nog maar een vierde van al onze proffen zijn vrouwen.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud