Door op basis van een procedurefout de vrijspraak voor Salah Abdeslam te vragen ontketende advocaat Sven Mary een mediarel, waarin Jan Jambon zich niet onbetuigd liet. Ministers blijven maar beter weg uit zondagse praatprogramma’s. Dan zeggen ze niets verkeerds.

In ‘Dagboek van een schrijver’ besteedde Dostojevski nogal wat aandacht aan een ophefmakende rechtszaak in Sint-Petersburg tegen een vader die zijn 7-jarige dochter met de bullenpees had bewerkt. Maar de verdediger van de vader slaagde erin het onschuldige meisje voor te stellen als een dievegge en een leugenbrok. Bovendien, wat moest er geworden van het gezin - een heilige instelling voor de meeste Russen - zodra vader achter de tralies zat? Toch was er gemor onder de weldenkende burgers, zoals Dostojevski, omdat de rechtbank in Sint-Petersburg de vader vrijsprak ondanks de getuigenissen over de gruwelijke behandeling van zijn dochter.

©rv

De affaire gaf Dostojevski de gelegenheid om te prakkeseren over ’de nuttige en aangename functie van de advocaat’. Neem nu, zegt Dostojevski, een individu dat in onwetendheid over de wet een misdaad pleegt. Hij is ook bereid dat toe te geven. Komt de advocaat die aantoont dat hij niet alleen volkomen rechtschapen heeft gehandeld, maar dat hij bovendien een heilige man is. En de advocaat legt wetsartikelen voor, haalt een precedent van het hof van cassatie tevoorschijn, die de zaak in een nieuw daglicht stellen. Men kan dergelijk optreden van de advocaat onsmakelijk vinden, om niet zeggen immoreel, noteerde Dostojevski. Maar wat als eenzelfde verdediging een volkomen onschuldige aan de vrijspraak helpt?

Dat laatste is een bedenking die ook geldt voor het optreden van meester Sven Mary in het proces tegen zijn cliënt Salah Abdeslam. Die staat, samen met medeverdachte Soufien Ayari, in Brussel terecht wegens een schietpartij twee jaar geleden in Vorst. Daarbij raakten drie agenten gewond en liep de Algerijnse terreurverdachte Mohamed Belkaid tegen een fatale kogel. Salah Abdeslam, die de Franse nationaliteit heeft maar vooral in Molenbeek resideerde, wacht nog een proces in Frankrijk wegens zijn aandeel in de aanslagen van 13 november 2015 in Parijs. Hij maakte deel uit van het groepje zelfmoordterroristen dat dood en verderf zaaide in het Stade de France. Maar op het allerlaatste moment kwam de zelfmoordbombardier op andere gedachten - of bleek het ontstekingsmechanisme van zijn bomgordel onklaar.

Noodrem

Dat alles om maar te zeggen dat een verdediging opbouwen voor deze vertegenwoordiger van de criminele klasse geen kleine opdracht is. Wellicht daarom greep Mary naar de noodrem: de procedurefout. Want na de schietpartij in Vorst vorderde het federaal parket een onderzoeksrechter. Blijkt dat die vordering in het Frans was opgesteld, maar wel gericht aan de Nederlandstalige deken van de onderzoeksrechters. Die had daar als tweetalige geen moeite mee, want hij duidde met een document opgesteld in het Frans een in terreurzaken gespecialiseerde Franstalige onderzoeksrechter aan.

Niettemin riep meester Mary op basis van die stukken een procedurefout in, waardoor de strafvordering onontvankelijk wordt en zijn cliënt vrijuit gaat. Dat lijkt een wat voortvarende conclusie, want lang niet alle procedurefouten leiden tot de nietigverklaring van het onderzoek. Toch leidde de aanpak van Mary, die meteen als een procedurepleiter werd bestempeld, tot wanorde in het debat dat zich ontspon.

‘Procedurepleiter’ is in het mediajargon geen compliment. De omschrijving degradeert de advocaat tot een vitter. Terwijl de echte balietenor met oratorische pirouettes en brede mouwzwaaien zijn cliënt naar de vrijspraak pleit. Wat uiteraard niet klopt. De Gentse strafpleiter Leo Martens, een heuse assisentijger die intussen in ruste ging, tot ongemak van een groot deel van de gevangenispopulatie, werd door journalisten al eens een procedurepleiter genoemd. ‘Tot zijzelf moeten worden verdedigd’, merkte Martens ooit fijntjes op. ‘Dan kunnen er niet genoeg procedurefouten worden gevonden.’

Gedynamiteerd

Wellicht zou de mediarimpeling over de verdediging van meester Mary snel zijn weggeëbd, mocht vicepremier en minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA) zich in ‘De zevende dag’ in een interessant stilzwijgen hebben gehuld. Maar nee, hij vond dat Mary met het inroepen van een procedurefout twee straten te ver ging. Alsof dat niet volstond, gaf de minister ook nog een nieuwe, zeer eigenzinnige invulling van de opdracht van de advocaat. Die hoort er volgens hem voor te zorgen dat zijn cliënt een correcte straf krijgt: niet te veel, niet te weinig. En plots leek het alsof de minister het Brusselse Justitiepaleis had gedynamiteerd.

‘Procedurepleiter’ is in het mediajargon geen compliment. De omschrijving degradeert de advocaat tot een vitter.

Meester Mary was niet gediend met die bedenkingen en herinnerde de minister aan de scheiding der machten. Volgens de pleiter zette de minister in dit delicate en nog hangende dossier de rechtbank onder een onoorbare druk. Waarna een stoet van verontwaardigde confraters volgde. Volgens een jonge strafpleitster op Knack.be had Jambon zelfs een dodelijke aanslag gepleegd op Montesquieu. Zij werd bijgetreden door de Vereniging van Vlaamse balies en de Hoge Raad voor Justitie, die met hun verontwaardiging geen blijf wisten. Een andere advocaat, die probeerde de gemoederen te bedaren door te stellen dat advocaten toch moeten opletten dat ze geen vijanden van de samenleving worden, werd weggehoond omdat hij minister Jambon ‘ergens’ gelijk gaf. Op Doorbraak.be werd de zaak herleid tot een confrontatie tussen rechts en inconsequent links. Een dertigtal Franstalige advocaten eist intussen dat premier Charles Michel (MR) zijn vicepremier tot de orde roept en wil Jambon met excuses door het stof zien kruipen.

Het gebeurt wel vaker dat de politiek de gang van justitie bekritiseert. Wie oud genoeg is, herinnert zich dat de toenmalige CVP het onderzoek naar de onfrisse praktijken rond de milieuboxen afdeed als ‘politiek geïnspireerd’. Dat beweerden ze ook bij de Vlaamse liberalen toen het gerecht enkelen onder hen hoorde over corruptiesporen in het obussendossier. Politieke manipulatie was ook de verdedigingslijn van de PS en de SP toen die door het Luikse gerecht werden aangesproken over het Agusta- en Dassault-smeergeld.

Nu riep de aanpak van meester Mary wel wat vragen op. Eind vorig jaar nog liet hij zich in een gesprek met gewezen VRT-journaliste Lisbeth Imbo enkele merkwaardige bedenkingen ontglippen. Daar zei Mary dat als Abdeslam zijn stilzwijgen blijft behouden - wat zijn cliënt in Brussel ook deed - ‘je ervan uit moet gaan dat je (als advocaat) tot niets kan dienen’.

Lege asbak

Bijna een jaar geleden ontwikkelde Mary een aantal denksporen die als verdediging wellicht nuttiger zouden zijn voor zijn cliënt. Zo deed de advocaat Abdeslam in de Franse krant Libération af als ‘een kleine klootzak - un petit con - uit Molenbeek, een kruimelcrimineel, een meeloper, zeker geen aanvoerder’. Volgens Mary heeft Abdeslam ‘het verstand van een lege asbak’, zeg maar ‘van een onpeilbare leegte’, en denkt hij te leven in een videospel, ‘het perfecte voorbeeld van de Grand Theft Auto-generatie’. Zijn Korankennis heeft Abdeslam gewoon bijeen gegoogeld. Kortom: een volslagen zulthoofd. Met die argumenten kan een advocaat aan de slag. Hier is weinig meer nodig om de ontoerekeningsvatbaarheid te pleiten. Toch koos Mary voor de procedurefout. In april weten we wat de Brusselse rechtbank daarover denkt.

Intussen blijft de enige nuttige les uit deze opgeklopte mediarel dat ministers beter wegblijven uit zondagse praatprogramma’s. Ze moeten die taak overlaten aan gecertifieerde allesweters, zoals sociologen, moraalfilosofen en journalisten, en heel occasioneel aan een econoom. Dat is beter voor de zondagsrust.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud