Racisme en diaspora

Onderzoeksjournaliste

Als Afropeaan ben je niet zuiver genoeg. Je draagt twee continenten in één. Dat is er steevast een te veel.

De mobilisatie van de wereldwijde antiracismebeweging na de moord op de Afro-Amerikaan George Floyd stelt het bewustzijn over het koloniale verleden van België scherper dan ooit. Een bijkomende scherpsteller is de 60ste verjaardag van de onafhankelijkheid van Congo.  'Het proces dat onze samenleving onderging en nog ondergaat om het geweld tegen Joden te erkennen, is ook nodig voor het geweld tegen Congolezen. Want naast de Jodenvervolging is de kolonisatie een andere schandvlek in België', schrijft de Belgisch-Congolese Nadia Nsayi in De Morgen.

De schande en schade hebben een prijs. Voorbij excuses wordt de druk groter om herstelbetalingen en morele schadevergoedingen juridisch af te dwingen. Sorry is een begin, geld het einde. Tussenin is er de terugkeer, mogelijks. 'Ik voel mij hier meer en meer een vreemde', vertelde een vriendin van Congolese afkomst mij. 'Ik overweeg sterk naar mijn geboorteland terug te keren. In Congo zal ik pas goed aarden.’ Haar ontaarding op Vlaamse bodem was mij nochtans nooit opgevallen, maar haar wens om terug te keren klonk me niet vreemd. Ook bij de Marokkaanse diaspora klonk nog niet zo gek lang geleden de wens zich te nestelen in de overzeese heimat.

Zestig jaar na 'Dipenda' wenden de kinderen van de Congolese diaspora hun blik vaker naar het moederland.

Mijn vriendin is niet de enige, zo blijkt uit getuigenissen in De Standaard. Zestig jaar na 'Dipenda' wenden de kinderen van de Congolese diaspora hun blik vaker naar het moederland, staat in het artikel, met onder meer een reactie van een geboren Antwerpenaar:  'Het is onze morele plicht in Afrika te investeren.’

Investeren in Afrika. Ook dat is een gekende riedel. De Marokkaanse koning Mohammed VI zag als de belangrijkste ondernemer en investeerder van het land al gauw de meerwaarde van de Marokkaanse migranten die substantiële geldsommen naar hun land van herkomst sturen. Hij haalde de economische band nog strakker aan door hoogopgeleide investeerders uit Europa naar Marokko te lokken. Zo startte hij de rekruteringscampagne ‘Les compétences Marocaines a l’étranger’.  Een bijgedachte die me meteen ontsprong, was een vraag. Wat is een Marokkaanse competentie? Aan aaien met etni heb ik altijd lak gehad.

De lokroep van de koning kende schoorvoetend succes, met remigranten uit diverse pluimage. Sommigen zien in Marokko een land van opportuniteiten, waar ze hun talenten ten volle kunnen ontplooien, zonder Belgische regelneverij. Anderen hopen dan weer een eerlijke kans te krijgen, vrij van racisme en vooroordelen. Maar haast iedere remigrant of pendelmigrant die ik spreek, merkt dat in Marokko de weg naar de droom vaak over een moeilijk pad loopt. In die moeilijkheid huist ook racisme.

Als Afropeaan ben je niet zuiver genoeg. Je draagt twee continenten in een. Dat is er steevast een te veel. Zuiverheid is een aanvaardingscriterium, ook op Afrikaanse bodem. Dat begint al aan de douane, waar ik menigmaal discriminerend commentaar moet slikken omdat ik met Belgische identiteitspapieren reis. Een nationaliteit die te min zou zijn. Bovendien ben ik een kind uit een 'gemengd' huwelijk, mijn vader is van het noorden en mijn moeder van het midzuiden. Twee regio’s die in het Marokkaanse zuiverheidscriterium het bed niet hadden mogen delen.

Die mix maakt mij goed voor spot of blikken van compassie. Op zijn best als schattig aanzien, maar zelden als gewoon. Mijn marktwaarde stijgt evenwel heel gering bij mijn bloeddruppel uit de stad Fez, langs vaderskant. De bourgeoisie uit Fez heeft de opperste zuiverheidsgraad in Marokko, superieur in maatschappelijke rangen wordt die positie ook wel fezisme genoemd. Maar een druppel is te weinig.

Het lot van de diaspora is net dat: te weinig, te veel maar altijd anders. Waar ook. Als we toch willen investeren, is het in deze gedachte, dat structureel of dagelijks racisme op ieder continent tiert. Aan romantiek voor het moederland hebben we niets. Tot slot, Afrika wil ons geld wel. Maar ons niet, en wat dan nog want kinderen van de wereld, dat zijn wij.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud