Recht op misogynie?

Politicoloog

Dat vrouwenhaat toeneemt, houdt rechtstreeks verband met het heroplevende autoritarisme.

Wat hebben Jeff Hoeyberghs en de Duitse filosoof Friedrich Nietzsche gemeen? Niet het intellect, noch het retorisch talent. Wel de wijze waarop beide heren, door een traumatische ervaring in de liefde, op een sardonische, vooral groteske wijze hun afkeer voor het vrouwelijk geslacht verbaal en op papier tot uitdrukking brachten.

In ‘Aldus sprak Zarathoestra’ vergeleek Nietzsche vrouwen met katten, vogels en koeien. Zijn stukgelopen relatie met de Duits-Russische psychoanalytica Louise von Salomé lag wellicht aan de basis van de misogynie die zijn kijk op de helft van de wereldbevolking vertroebelde.

Wetten zijn zelden een motor van verandering. Veertig jaar wetgeving tegen discriminatie in dit land heeft er bijvoorbeeld niet toe geleid dat discriminatie op de arbeidsmarkt of in andere domeinen is afgenomen.

Als de geschiedenis ons één les leert, dan is die dat we als mensen, ondanks het morele voortschrijdend inzicht, uitblinken in het scheppen van morele maatstaven, alleen maar om er onze eigen tekortkomingen aan te kunnen afmeten. In 1997 betoogde de Indiase econoom Amartya Sen in een briljant essay dat de kernprincipes die we vandaag met het liberalisme identificeren ook terug te vinden zijn in niet-westerse culturen. Zo ook kent misogynie, in de brede zin van het woord, heel diepe wortels in zowat alle culturen en blijft het een van de meest venijnige uitingen van het constante mannelijke verlangen om als superieur erkend te worden. 

In ‘Down Girl: The Logic of Misogyny’ legt de Australische filosofe Kate Manne haarfijn uit hoe vrouwenhaat gaat over de machtsverhouding tussen beide geslachten. Die weerspiegelt zich in een sociale stratificatie die de tand des tijds heeft doorstaan en zich telkens subtiel aanpast aan elk tijdsgewricht. Een voorbeeld is de sympathie - Manne noemt het himpathy - voor mannelijke plegers van geweld tegen vrouwen, in plaats van voor vrouwelijke slachtoffers van mannelijk geweld.

Discriminatie

Wetten veranderen de samenleving niet. Slechte wetten zeker niet. Wetten weerspiegelen in het beste geval de aspiraties die een gemeenschap meent te moeten belichamen en bewaken de grenzen van sociaal aanvaardbaar gedrag binnen de morele consensus.

Wetten zijn zelden een motor van verandering. Veertig jaar antidiscriminatiewetgeving in dit land heeft er bijvoorbeeld niet toe geleid dat discriminatie op de arbeidsmarkt of in andere domeinen is afgenomen. Dat een rechtsstaat specifiek gedefinieerd individueel schadelijk gedrag verbiedt, vervolgt en bestraft, is noodzakelijk maar niet voldoende. 

Dat een rechtsstaat specifiek gedefinieerd individueel schadelijk gedrag verbiedt, vervolgt en bestraft is noodzakelijk maar niet voldoende.

De veroordeling van Vlaanderens meest notoire en vulgaire vrouwenhater heeft een ietwat vreemd debat op gang gebracht over de zin en onzin van het strafrechtelijk sanctioneren van misogynie. De meningen zijn verdeeld tussen de voorstanders van een absoluut recht op vrije meningsuiting waar alles moet kunnen worden gezegd, ook de meest ranzige expressies van vrouwenhaat, en de tegenstanders die vinden dat de grens ligt waar demonisering van vrouwen aanleiding kan geven tot geweld.

De socioloog Mark Elchardus argumenteert dat je in een vrije samenleving mensen niet van gedachten doet veranderen door hen te sanctioneren, maar door hen te overtuigen met kennis en argumenten. Hij verwijt organisaties zoals het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen (IGVM) dat ze de wetgeving misbruiken om hun opvattingen op te leggen aan de gemeenschap. Zelfs het woord inquisitie wordt naar boven gehaald om prompt de afschaffing van die organisaties voor te stellen als oplossing voor de vrijheidsbeperkende tendensen van invloedrijke vrouwenorganisaties.

Bestaansreden

Het streven naar erkenning van gelijkwaardigheid is de bestaansreden van het IGVM. Dergelijke organisaties zijn van wezenlijk belang om vooruitgang te boeken. Het seculariseringsproces dat België onderging vanaf de jaren 60 heeft tal van thema’s die voorheen onaantastbaar waren door de hegemonie van de katholieke moraal toch op de politieke agenda gezet. De feministische beweging speelde daarin een uitermate bepalende rol.

Het streven naar erkenning van gelijkwaardigheid is de bestaansreden van het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen. Dergelijke organisaties zijn van wezenlijk belang om vooruitgang te boeken.

De Brusselse historica Els Witte herinnert ons eraan dat de strijd voor vrouwenemancipatie gevoerd werd in het verlengde van de doorbraak van de consumptiemaatschappij, de daarbij aansluitende toename van vrouwenarbeid, van betere opleidingskansen voor vrouwen en van het veranderende gezinspatroon, waarin man en vrouw meer als gelijkwaardige partners samenleefden. De gewijzigde maatschappelijke realiteit kreeg uiteindelijk een vertaling in de wetgeving.

De wereldwijde heropleving van het autoritarisme dat, zoals in de Verenigde Staten, democratieën dodelijk verzwakt, staat in rechtstreeks verband met de toegenomen vrouwenhaat en de onwil om te blijven strijden voor een kerngedachte van de liberale democratie: de gelijkwaardigheid van het individu, ongeacht het geslacht.

Fouad Gandoul. Politicoloog

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud