Robots belasten is niet goed

Hoofdeconoom Orcadia Asset Management

Soms is het verwonderlijk te zien hoe ideeën de ronde doen. Dat geldt ook voor belastingen op robotten.

Etienne de Callataÿ hoofdeconoom van Orcadia Asset Management

©Thierry du Bois

Er bestaan geen strikte regels waarom sommige, nadat ze een lange tijd in de koelkast hebben gezeten, weer het recht hebben op een publiek debat en andere niet. Wat zeker meespeelt, is de ‘vedettencultus’. Een recent voorbeeld is Bill Gates, de stichter van de Amerikaanse softwarereus Microsoft, met zijn voorstel om een belasting in te voeren op robotten.

Bill Gates trekt sowieso de aandacht omdat hij steenrijk en wereldberoemd is. Maar wat ook geholpen heeft in het mediatieke en zelfs academische succes van het debat is dat hij met zijn stelling de gangbare opinie tegenvoets neemt. Hoe kan iemand die de belichaming is van de technologische innovatie een voorstander zijn van iets dat juist ingaat tegen die innovatie? Gates staat trouwens niet alleen. Ook Robert Shiller, winnaar van de Nobelprijs voor de Economie in 2013, ondersteunt het idee.

Toch heb ik enkele bedenkingen. Ten eerste: geïsoleerde uitspraken over een bepaalde belasting of publieke uitgave hebben geen zin. Een slechte belasting wordt een goede als ze een nog slechtere vervangt. De familie van de slechte belastingen telt er één die maar al te bekend is: de belasting op arbeid, ook wel eufemistisch sociale bijdragen genoemd. Toegegeven, sociale bijdragen geven rechten. Maar het verschil in sociale bescherming tussen iemand die bijdraagt aan de sociale zekerheid en iemand die niet bijdraagt, is relatief beperkt.

Velen denken dat innovatie leidt tot een daling van de werkloosheid. Maar in het tegenovergestelde geval leidt ze tot een vermindering van de sociale bijdragen, die natuurlijk gecompenseerd moet worden door een beperking van de uitgaven, een belasting op robotten of andere strategieën.

Ten tweede: een goede belasting is er een waarvan de invloed op het gedrag minimaal is. De toegevoegde waarde van de werknemer belasten net zoals die van de robot die hem kan vervangen is dus logisch en wenselijk. Men zou zelfs kunnen stellen dat de werknemer minder belast zou moeten worden dan de robots, gezien de positieve maatschappelijke effecten van de arbeid.

Ten derde: een goede belasting is niet enkel goed op papier. Praktisch gezien is het nog eenvoudiger robots te delokaliseren dan werknemers. Het gevolg is dat de belasting op robots eerder zou kunnen leiden tot een verhoging van de import dan tot een versterking van de staatskas.

Tot slot: we moeten omzichtig omgaan met woorden. De zelfscannende machine die de kassabediende in de supermarkt vervangt, is niet echt een robot, maar ze heeft hetzelfde effect als wanneer een arbeider in een autoassemblagefabriek plaats ruimt voor een robot. Het zou dus fout zijn enkel te focussen op robots en alle andere vormen van substitutie tussen mensen en technologie te vergeten. De arbeid stelende robot is ook diegene die beter opereert dan de beste chirurg, de robot die verdachte pakjes tot ontploffing brengt,...

De discussie over de robotbelasting herinnert ons eraan dat we naar een andere financiering van onze sociale zekerheid moeten gaan.

De discussie over een robotbelasting heeft een dubbel nadeel: ze is kortzichtig en voedt een misplaatste vooringenomenheid ten opzichte van technologie en innovatie. Maar de grote verdienste is dat het debat ons herinnert aan iets belangrijks. De financiering van de sociale zekerheid zou minder afhankelijk moeten zijn van de lasten op arbeid en meer van de belasting op consumptie en het totale inkomen.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud